Fietsen over oude spoorwegen in de Ardennen

Fietsen over verdwenen spoorwegen, ook oude jaagpaden zijn getransformeerd tot fietspaden; Door heel Ardennen liggen ze verspreid. Bij de stad Namen aan de Maas komen ze samen.

Een trein kan geen steile hellingen nemen. De vele spoorlijnen die sinds de tweede helft van de negentiende eeuw het heuvelachtige Wallonië doorkruisen, volgen daarom doorgaans de dalen.

Sommige lijnen raakten in onbruik en werden ontmanteld, in een aantal gevallen kregen ze een tweede leven als fietspad. En daardoor zijn de Ardennen, dat het grootste deel van Wallonië beslaat, ineens tientallen comfortabele fietskilometers rijker.

De infrastructuur lag er en kon zo worden hergebruikt. De bruggen waarover ooit stoomtreinen denderden, helpen nu fietsers beken en riviertjes oversteken. De meeste paden zijn breed en liggen vrij van het andere verkeer, het stijgingspercentage is te verwaarlozen.

En wat voor spoorlijnen geldt, gaat ook op voor jaagpaden langs kanalen en rivieren. Ze liggen er, maar hun oorspronkelijke functie is verleden tijd. Een laagje asfalt of sintels eroverheen, mooie bewegwijzering erbij en een netwerk van fietspaden is een feit.

RAVeL is de officiële naam van dit Waalse netwerk, in de volksmond heten de paden voies lentes. Dat betekent zoveel als ‘trage paden’, en daarmee is eigenlijk alles gezegd.

Paden die van hun gebruikers een bescheiden tempo verlangen. Die de fietser uitnodigen te genieten van de omgeving, soms even de fiets aan de kant te zetten, het landschap te proeven als een goed glas lokaal kloosterbier. Alle tijd, alle ruimte. Geen gemotoriseerd verkeer, alleen af en toe een fietser of wandelaar.

Verrassend groen
De trage paden slingeren zich over zacht glooiende hellingen, voeren fietsers over spoordijken of met de bochten van rivieren mee. Eekhoorntjes maken zich uit de voeten, uitbundige bermen vol wilde bloemen dienen als decor, rijnaken glijden traag voorbij. Soms geven een voormalig stationsgebouw, een plaatsnaam op een gevel, de roestige restanten van een spoorwegovergang of een vervallen seinhuisje een hint van het spoorwegverleden.

Wallonië kent een merkwaardige afwisseling van natuur en industrie, een ritme van groen en grijs. Plaatsnamen als Charleroi en La Louvière roepen eerder associaties op met kolenmijnen en staalfabrieken dan met toeristische fietsroutes.

Toch doorsnijdt de RAVeL 1 deze steden langs een verrassend groen traject. De route volgt het Canal du Centre over het jaagpad langs de oever en passeert daarbij industrieel erfgoed in zijn meest sierlijke verschijningsvorm. Het kanaal verbindt de Maas met de Schelde en moet bij La Louvière een verval van bijna zeventig meter overbruggen.

Vier ingenieuze stalen liften, zichtbaar van dezelfde generatie als de Eiffeltoren, brachten een eeuw geleden de schepen van hoog naar laag of omgekeerd. De hydraulische liftmechanieken functioneren nog altijd en tillen schepen vol toeristen op of het rubbereendjes zijn.

Het kanaal langs de monumentale constructies is als een langgerekt park. Buurtbewoners flaneren er, joggen, skeeleren, laten de hond uit of fietsen het kanaal op en neer. Bij Strépy-Thieu mondt het oude kanaal uit in het nieuwe. De betonnen kolos in de verte is de hypermoderne kabellift, waar hedendaagse schepen van duizend ton of meer in één keer een hoogteverschil van ruim 73 meter overbruggen.

Plaatselijk abdijbier
Ten zuiden van Charleroi volgt de RAVeL 3 het riviertje de Sambre. Scheepsverkeer is hier nog nauwelijks, de sierlijke sluizen bedienen bijna uitsluitend plezierschippers. Toch had het stadje Thuin lange tijd een haven van betekenis, rond 1930 was het zelfs de belangrijkste Belgische rivierhaven na Antwerpen. In de schipperswijk Le Rivage hangt nog altijd de sfeer uit die hoogtijdagen, toen steenkool en ijzererts uit deze streek per schip hun weg naar de afnemers vonden.

Vanuit Thuin slingert de Sambre door het groene land naar de abdijruïnes van Aulne. Ten tijde van de Franse Revolutie viel het klooster ten prooi aan de vlammen, wat rest is een van de meest imposante ruïnecomplexen van België. In het herstelde deel is de brouwerij van het plaatselijke abdijbier gevestigd. Fietsers en wandelaars, motorrijders en dagjesmensen bevolken de terrassen die de ruïnes omgeven.

Hongerige passanten
De RAVeL 2 zakt vanuit Hoegaarden het heuvelland van Haspengouw in. Soms zijn het oude spoordijken die de fietsers door het land leiden, soms vreet het pad naar Namen zich een weg door de heuvels. Namen omarmt de Maas met stevige kademuren.

Het gezellige stadshart, het monumentale belfort, de musea en de citadel nodigen uit een paar dagen langer te blijven. Tussen de steden Namen en Dinant zijn oude jaagpaden tot fietspaden getransformeerd. Hier is hun decor de brede en statige Maas.

Op een enkel punt rijzen de steile rotswanden recht uit de rivier omhoog, laten ze alleen nog ruimte voor een autoweg en moeten de fietsers even het asfalt met de auto’s delen. Een paar honderd meter verder daalt het jaagpad af naar de oever en hebben de fietsers het rustig stromende water weer voor zichzelf. Ze maken dankbaar gebruik van de oude jaagpaden, maar niemand maakt een gejaagde indruk.

De RAVeL 2 eindigt in stijl bij het plaatsje Mariembourg, niet ver van de Franse grens.
Hier maakt het fietspad plaats voor echte spoorrails. Stoomtreinen pendelen in het zomerseizoen van en naar Treignes, over een stukje spoorlijn dat niet opgebroken is. Daar wordt het fietsers wel heel makkelijk gemaakt; de fiets mag mee op de trein.

Praktische informatie

De routes van de RAVel lenen zich voor dagtochten, maar kunnen ook onderdeel vormen van een langere tocht door België naar Frankrijk en gecombineerd worden met boot en stoomtrein. De fietsroutes variëren in lengte van circa 50 tot 120 kilometer.

Op de fiets:
de RAVeL 1 doorkruist Wallonië van oost naar west. Langs de Maas van de Nederlandse grens via Luik, Namen, Charleroi en Mons naar Tournai. RAVeL 2, 3 en 4 lopen van noord naar zuid en kruisen RAVeL 1. Het netwerk wordt regelmatig uitgebreid met nieuwe vertakkingen.

Routegidsen zijn verkrijgbaar via de Franstalige web­site ravel.wallonie.be. Op deze site staan ook kaarten, plattegronden en toeristische informatie. De website van het Waals bureau voor toerisme is tweetalig: www.opt.be (zoek op ‘ravel’). 00-32-7022 10 21

Inclusief boot:
Wilt u zelf ervaren hoe het is om met de scheepslift van Strépy-Thieu het hoogteverschil van ruim 73 meter te overbruggen?
Dat kan met een bootarrangement over het Canal du Centre. Meer informatie: 00-32-6536 04 64 of www.strepy-thieu.be.

Inclusief trein:
Mariembourg is niet alleen het begin- of eindpunt van de RAVeL 2-route, maar ook van een historische spoorlijn. Van april tot en met oktober rijdt tussen Mariembourg en Treignes een stoomtrein. In Treignes is bovendien een spoorwegmuseum. Meer ­informatie: 00-32-1137 16 73 of http://cfv3v.in-site-out.com

Lees ook:

 

Flip van Doorn
Trefwoorden:

Reactie toevoegen

Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.