Plus Top 50 van de jaren 40: Wie einst, Lili Marleen

Wat zijn uw favoriete liedjes van de - complexe - jaren '40? Doe mee en help ons met het samenstellen van een cd met muziek uit de jaren ’40!

Als één lied de complexiteit van de jaren veertig in zich draagt, dan is het ‘Lili Marleen’. Een soldaat mijmert over zijn liefje Lili Marleen, dat bij een lantaarn buiten de kazerne steevast op hem wacht. Het was het lievelingsnummer van de Wehrmacht, maar ook – even later – van de geallieerden, die het op de Duitse militaire radiozenders hadden gehoord. In de laatste oorlogsjaren zong Marlene Dietrich een Engelse versie en vermaakte er de Amerikaanse troepen mee. Het bleek een onweerstaanbaar lied, voor de verliezers én voor de winnaars.

Zo werd ‘Lili Marleen’ een symbool van zowel melancholie als euforie. “Een bijzonder lied, ja, dat was het”, zegt muziekexpert Skip Voogd (75). Hij werkte als radiopresentator voor Vara, Avro en NCRV en werd met zijn fluwelen stem en beschaafde taalgebruik een begrip. Ook schreef hij onder meer voor het populaire muziekblad Tuney Tunes. De perfecte gids dus voor Plus Magazines terugblik op de muziek van de jaren veertig.

Lekker wegdromen

Skip Voogd was bijna 7 jaar toen de oorlog uitbrak, bijna 12 op Bevrijdingsdag en bijna 17 toen de jaren veertig ten einde liepen. Dat zijn cruciale jaren in je leven; jaren die je vormen. Van een kind op 1 januari 1940 was hij op 31 december 1949 een jongeman geworden, die de meest dramatische periode van de eeuw had meebeleefd. Waarin hij bovendien zijn vader verloor, die op de koopvaardij voer en in 1942 door de Japanners werd getorpedeerd.

“In de oorlogsjaren gaf muziek de mensen troost”, zegt Skip Voogd. “Als je luisterde naar de Kilima Hawaiians en je hoorde die wuivende palmenstranden… Ja, dat was een vorm van escapisme. Je kon er zo lekker op wegdromen. Muziek hielp je te verlangen naar betere tijden.”

Ná de oorlog zongen hij en zijn vriendjes uit volle borst Engelstalige liedjes mee, al wisten ze niet wat de teksten betekenden. “Het was vaak heel vrolijke muziek. Die liedjes brachten een collectief gevoel van blijheid teweeg, en dat hadden de mensen hard nodig na ’45. Ikzelf hield erg van swingende, vrolijke muziek. Een liedje scoorde bij mij als het na een paar keer gemakkelijk na te zingen was. En dat is altijd zo gebleven.”

Voor Skip Voogd staat ‘Louise, zit niet op je nagels te bijten’ van Lou Bandy uit 1946 symbool voor de vreugdevolle, jolige sfeer na de bevrijding. Zijn favoriete lied uit de oorlogsjaren is ‘Als op het Leidseplein de lichtjes weer eens branden gaan’ van Willy Walden uit 1943 (uit de Snip & Snap-revue).

Die tekst was een verwijzing naar de periode ‘na de oorlog’ en die lichtjes waren metaforisch bedoeld. Het lied was daardoor zeer populair.” Overigens is het geschreven door Jacques van Tol. En dat is opmerkelijk, want behalve dit verhulde verzetslied schreef hij ook pro-Duitse en antisemitische liedjes.

Bigbands

Verrassend genoeg is de muziekcultuur van vlak vóór en vlak ná de oorlog niet wezenlijk anders. De rampspoed van de oorlog heeft slechts een geringe invloed gehad op de ontwikkeling van de muziek. Al in de jaren dertig was het ‘swing’ dat de klok sloeg, aangevoerd door de vele grote Amerikaanse dansorkesten. En eind jaren veertig maakten swingorkesten en bigbands nog stééds de dienst uit. De echte vernieuwingen zouden pas in de jaren vijftig komen, toen jongeren hun eigen muziek ontdekten en rock-’n-roll zijn luidruchtige entree maakte.

In 1940 waren de orkesten van onder anderen Glenn Miller, Tommy Dorsey, Count Basie, Benny Goodman en Duke Ellington toonaangevend. In de oorlogsjaren kwamen ook zangers als Dinah Shore en Frank Sinatra naar voren. En in Engeland Vera Lynn, de sweetheart of the forces. Ze dankte deze erenaam aan haar vele inspirerende optredens voor Britse militairen, nabij de slagvelden tijdens de oorlog en onmiddellijk na de bevrijding in het vrije Duitsland.

In 1945 had Doris Day als zangeres van het orkest van Les Brown haar eerste Amerikaanse nummer 1-hit: ‘Sentimental Journey’; het nummer was bijzonder geliefd onder Amerikaanse militairen in Europa. Bing Crosby was al ruim voor de oorlog een grote ster en bleef dat tot in de jaren vijftig. Datzelfde gold voor The Andrews Sisters.

Ook in ons land luisterde men naar bigbands – via verborgen radiotoestellen, verstopt onder vloeren en in kasten. En er werden meer Nederlandstalige liedjes opgenomen. Dat moest wel, omdat de bezetter geen Engelstalige muziek toestond. Aanvankelijk waren het vooral bewerkingen van Amerikaanse of Engelse nummers, maar steeds vaker verschenen er originele Nederlandse liedjes.

Bevrijdingsklassieker

Immens populair waren The Ramblers, onder leiding van Theo Uden Masman, en The Skymasters, geleid door Pi Scheffer. Ook exotische muziek deed het goed in de oorlogsjaren, zoals de Kilima Hawaiians. Trouwens, ook zij moesten in het Nederlands zingen, al vermengden ze dat met Indische (en ‘Hawaiiaanse’) woorden.

En dan was er natuurlijk die bevrijdingsklassieker over “een meisje, luist’rend naar de naam van Trees, ’n echte Hollandse verschijning, knap en aardig in d’r vlees”. Dit komt uit de vrolijke meezinger ‘Trees heeft een Canadees’ van Albert Booy uit 1945:

Trees heeft een Canadees
O, wat is dat kindje in d’r sas
Trees heeft een Canadees
Samen in de jeep en dan vol gas
Al vindt zij dat Engels lang niet mis is
Wil zij dolgraag weten wat een kiss is

Deze muziek kon Skip Voogd zelf op zijn jongenskamertje beluisteren als hij had gewild. Want kort na de oorlog had hij een koffergrammofoon gekregen van zijn moeder en zijn oma’s. “Ik kreeg er 78-toerenplaten bij van Richard Tauber en Joseph Schmidt. Maar ik wilde modernere platen hebben, zoals van The Ramblers. Ik hield van swingmuziek. In de vakanties bracht ik groenten rond voor de groenteboer en verdiende zo geld om zelf platen te kopen.”

Maria van Bahia

Na 1945 liep de swing-rage nog even door. In een land dat werd bevrijd door Amerikanen, Canadezen en Britten was het logisch dat veel Engelstalige liedjes werden gespeeld en meegezongen. En je luisterde als het effe kon naar American Forces Network (AFN), de radiozender voor Amerikaanse militairen in Europa. Daar draaiden ze de nieuwste hits uit de Verenigde Staten. Een nieuwigheid – toch nog, op de valreep van jaren veertig – diende zich aan in 1948: samba, overgewaaid uit Brazilië.

Eddy Christiani sprong er onmiddellijk op in. Hij, de megaster van de populaire muziek in het Nederland van toen, scoorde een hit met het vertaalde nummer ‘Maria van Bahia’. Op het ritme van de tamboerijn en sambaballen-gevuld-met-rijst.

Ondanks deze samba-injectie oordeelt Skip Voogd minder enthousiast over de Nederlandse muziekcultuur eind jaren veertig. Voogd: “De creativiteit in de Nederlandse muziek uit het begin van de jaren veertig had tegen het eind van die jaren plaatsgemaakt voor gezapige oubolligheid. Spanning en originaliteit waren rond 1950 minder aanwezig.”

De gezapigheid van die jaren is prachtig beschreven in de roman ‘De avonden’ van Gerard Reve (toen nog Simon van het Reve) uit november 1947. In de volgende passage figureren The Ramblers als ‘De Zwervers’. Hoofdpersoon Frits van Egters luistert met zijn ouders naar de radio wanneer De Zwervers het nummer ‘Sensatie Nummer Een’ inzetten. Dat bevalt de oudere generatie Van Egters allerminst.

‘Tuut tuut te tuut tuut,’ zei zijn moeder, toen het nummer begon, ‘verschrikkelijk.’
‘Je moet jazzmuziek proberen te volgen,’ zei Frits. Hij zat op een stoel dichtbij het toestel. ‘Kan dat gemier niet af?’ vroeg zijn vader en richtte zich op. ‘Nee,’ zei Frits, ‘je moet eens luisteren, dan zul je horen, dat het geen onsamenhangend lawaai is. Het orkest geeft het ritme aan, de saxofoon speelt de melodie en de improvisaties.’
‘Maar het kan wel zachter,’ zei de man en draaide de knop terug.

Hoe zouden Frits’ ouders een paar jaar later op Elvis Presley hebben gereageerd?

Hoe stemt u op uw favoriete liedjes uit de jaren '40?

En dan nog deze lezersoproep:

Uw herinneringen

Is er muziek uit de jaren ’40 waar u nog steeds kippenvel van krijgt? Een lied dat verbonden is met een herinnering die nog springlevend is? Laat het ons dan weten! Schrijf in het kort op wat het nummer voor u betekent en stuur uw brief of briefkaart naar: Plus Magazine, Antwoordnummer 356, 3740 VB Baarn. Een postzegel is niet nodig. o.v.v. ‘muziek jaren ’40’. In het meinummer van Plus Magazine of in het cd-boekje vindt u misschien uw herinnering terug.

  • Plus Magazine
Theo Temmink

Reactie toevoegen

Bij het indienen van dit fomulier gaat u akkoord met het privacybeleid van Mollom.