Zonder testament kan erfbelasting duur uitpakken

Dankzij Tros Radar zullen notarissen het de komende periode ontzettend druk hebben. Waarom? Zonder testament kan de erfbelasting voor een nare verrassing zorgen.

Tijdens de uitzending van 1 maart werd duidelijk dat de volgens het 'nieuwe' erfrecht de langstlevende echtgenoot een ijzersterke positie heeft. Zo nieuw is dat erfrecht trouwens niet meer, want de regels stammen uit 2003.
Als er geen testament is gemaakt, bepaalt de huidige wet namelijk dat de goederen van de overledene, de zogeheten erflater, automatisch van zijn echtgenoot worden. De kinderen van de erflater krijgen hun erfenis in de vorm van een geldvordering. Dat is eigenlijk een soort tegoedbon. Zij kunnen hun erfenis pas opeisen als de langstlevende echtgenoot overlijdt, failliet gaat of in de wettelijke schuldsanering terecht komt. De kinderen krijgen echter geen garantie dat zij hun erfdeel écht uitgekeerd krijgen. De langstlevende kan namelijk alles opmaken.

Ik geef een voorbeeld. Stel dat vader en moeder  in gemeenschap van goederen zijn getrouwd en twee kinderen hebben. Als vader in 2010 overlijdt, is de gemeenschap van goederen € 300.000 waard. Vader beschikt over de helft van de  gemeenschap en zijn nalatenschap is dus € 150.000 waard. Vader laat drie erfgenamen achter: moeder en zijn twee kinderen. Elk van hen heeft recht op 1/3 deel van de nalatenschap: €50.000. Op grond van de wet krijgt moeder het vermogen van vader, dus €150.000 in handen, maar de kinderen krijgen ieder een vordering van €50.000 op de moeder.

Twee flinke adders
Na de invoering van het nieuwe erfrecht  in 2003 dachten veel mensen dat zij geen testament meer nodig hadden. De werkelijkheid is echter anders. Om die reden schreef ik onder andere in het AD van 28 oktober 2005 een artikel over dit onderwerp. Daarbij wees ik op twee problemen. Het eerste probleem was dat over de tegoedbon direct  successierecht, of nu: erfbelasting, verschuldigd is. En de langstlevende moet dat betalen. Met andere woorden: de kinderen moeten van de wet op hun erfdeel wachten, maar de Belastingdienst krijgt haar ‘erfdeel’ meteen. Voor de meeste mensen geldt dat hun huis hun vermogen is. Hoe zij aan het geld moeten komen om de erfbelasting te betalen, mogen zij van de fiscus zelf uitzoeken. Het andere probleem ontstaat als een kind voor de moeder overlijdt. De tegoedbon van dat kind wordt dan door de erfgenamen van dat kind geërfd; er moet dan wederom erfbelasting over die tegoedbon betaald worden.

De oplossing voor de gewone man
Daarom is het tweetrapstestament in veel gevallen een goed alternatief. In dat testament bepaalt vader dat moeder in eerste instantie: ‘de eerste trap’, zijn enige erfgenaam is. Moeder erft dus € 150.000. Omdat zij de echtgenote is, hoeft zij over de eerste €600.000 geen erfbelasting te betalen. In zijn testament bepaalt vader voorts dat het gedeelte dat moeder van zijn nalatenschap overhoudt, bij haar overlijden naar zijn kinderen of kleinkinderen gaat. Dat is de tweede trap. Hierdoor erven de (klein)kinderen pas van hun (groot)vader als moeder overlijdt. Het gevolg hiervan is dat moeder geen erfbelasting over de erfdelen van de kinderen hoeft te betalen. De kinderen betalen wel erfbelasting, maar pas op het moment dat zij het vermogen ook echt in handen krijgen. De kinderen betalen dan naar verhouding wel meer belasting dan wanneer de langstlevende direct afrekent. Maar voor minder vermogende families is 'direct' afrekenen vaak geen optie. Zij rekenen liever af op het moment dat he vermogen ook echt in handen van de kinderen komt. En daarom wordt er ook wel gesproken van de 'oplossing voor de gewone man'.

Gemiste kans
Het nieuwe erfrecht had ook tot doel te voorkomen dat minder vermogende mensen een testament hoefden te maken. Om die reden is het jammer dat het tweetrapstestament niet het wettelijk systeem is. Nu worden ook minder rijke ouders gedwongen een testament te laten opstellen als zij niet door de fiscus gepakt willen worden.

Aniel Autar