Depressie moet sneller herkend worden

Meer dan een dipje

Hoe ouder we worden, hoe heftiger een depressie kan ingrijpen. En hoe moeilijker we ervan afkomen. Hoog tijd dat we depressies op latere leeftijd eerder gaan herkennen. Want snel behandelen is net zo belangrijk als bij een hoge bloeddruk of suikerziekte.

Als een molletje dat diep onder de grond zat. Dat was hoe Franka Broers* (73) zich voelde, toen ze anderhalf jaar geleden voor de tweede keer door een depressie getroffen werd. In het donker, alleen, verstild. “Ik kon geen ­fatsoenlijk maaltje meer klaarmaken. Ik had geen lol meer in het leven hier op de boerderij. Kon niet meer genieten van mijn kleinkinderen, had geen plezier meer in mijn relatie. Zo’n depressie is verschrikkelijk. Je versterft ­helemaal.”

In Nederland lijden zo’n 800.000 mensen aan depressieve klachten. Het Amsterdam UMC berekende in 2014 dat ruim 15 procent van de 85-plussers zelfs ernstig depressief is. En hoe ouder we zijn, hoe slechter we van zo’n depressie genezen. Dat ontdekten artsen van het Amsterdam UMC vorig jaar, die hun bevindingen publiceerden in het vakblad The Lancet Psychiatrie.

Zij becijferden dat twee op de drie jongere mensen na twee jaar van hun depressie af zijn. Bij 40-plussers is dat slechts de helft. Bij 70-plussers had een depressie vaker dan bij jongeren een chronisch karakter. Dat wil zeggen dat deze mensen ten minste driekwart van de tijd met de klachten kampten. Het vervelende is: vaak hebben we totaal niet door dat die klachten door een depressie ­veroorzaakt worden.

Rouw of depressie?

“Mensen denken dat het erbij hoort”, zegt ouderenpsycholoog Anneke Schoen. “Het lijf doet niet meer alles wat je wilt, je verliest mensen om je heen, hebt niet altijd meer de voldoening van werk. Geen wonder dat je een beetje somber bent. Rouw hoort bij ouder worden, en lusteloze, verdrietige gevoelens dus ook, zo redeneren velen.” En daarin zit ’m nu juist het verschil, zegt ook ouderenpsychiater Isis Groeneweg-Koolhoven van Parnassia Groep. “Want rouw fluctueert. In fases van rouw zijn er dagen dat je niets kunt oppakken, maar ook dagen waarop je wél kunt genieten, wél mensen ­opzoekt, kunt lachen om een grapje, zin hebt in de dag. Bij een depressie strekt een lusteloos gevoel zich uit over een langere periode. Mensen komen helemaal niet meer van de bank af, hebben nergens zin in, zijn continu moe, willoos, hebben een slechte concentratie, minder eetlust. Blijft dat week in, week uit aanhouden, dan gaat het de ­verkeerde kant op.”

Een andere reden waarom we niet altijd meteen doorhebben dat het om een depressie gaat, is volgens Groeneweg-Koolhoven dat een depressie zich bij ouderen anders uit dan bij jongeren. “Jonge mensen zijn veel meer gewend om hun emoties te onderzoeken. Op hogere leeftijd zie je veel vaker dat er vooral lichamelijke klachten zijn. Pas bij doorvragen blijkt dat er een depressie aan de klachten ten grondslag ligt.”

Op de rem

Bij Broers ging het precies zo. Zij sliep slecht en bleek een torenhoge bloeddruk te hebben. Het vrijwilligerswerk dat ze altijd moeiteloos had gedaan, werd haar veel te veel. Ze raakte geïrriteerd en mat, terwijl ze altijd het zonnetje in huis was geweest. Toen ze bij de huisarts haar verhaal deed, was hij degene die met het woord ‘depressie’ aan kwam ­zetten. Broers: “Ik schrok ervan! Dat wil je natuurlijk niet. Ik was altijd iemand geweest die alles aankon en ook nog tegelijk. Nu kon ik niks. En moest ik al mijn werk afkappen.”

Toch zag Broers zelf ook wel in dat haar drukke leven haar boven de pet groeide. De huisarts gaf haar medicatie en gesprekken met de praktijkondersteuner volgden. Ook met haar dochters sprak ze veel en al snel ging ze zich beter voelen. Zo snel, dat ze dacht dat het met die pilletjes wel wat minder kon. Dus bouwde ze die op eigen initiatief af en ging ze weer aan het werk. Om binnen een half jaar weer af te glijden – deze keer naar een nog veel dieper dal.

Stop nooit zomaar

“Dit is precies waar het vaak misgaat”, zegt Groeneweg-Koolhoven. Medicijnen kunnen ontzettend effectief zijn, maar moeten met zorg worden op- en afgebouwd. Ze werken vaak pas na twee tot vier of soms zes weken. En wanneer de depressie verdwijnt, is het zaak nog een aantal maanden door te gaan met antidepressiva – zeker negen maanden bij een niet al te zware depressie. Stop je te snel, dan raken de hersenen ontregeld en heb je zo een tweede depressie binnen. Die is vaak lastiger te behandelen. Vaak zie je dan ook dat mensen de tweede keer niet meer van die medicijnen afkomen.”

Veel contact met de huisarts of de praktijkondersteuner is daarom belangrijk ­wanneer er gestart wordt met antidepressiva. Zeker omdat de medicijnen in het begin ook nare gevoelens brengen: angsten en suïcidale gedachten komen in deze opstartfase veel voor. In de gesprekken wordt daarnaast ­gefocust op de negatieve gedachten die de geest tijdens een depressie bevolken. Hoe kun je die ombuigen naar een realistischer, opbouwender kijk op jezelf en het leven?

Patronen ontrafelen

Tijdens haar tweede depressie ging het met Broers zo slecht dat haar dochter Wieke ingreep. “‘Ik weet niet wat ze zelf verteld heeft, maar ze moet nú hulp krijgen’, alarmeerde ik de huisarts. We hadden als kinderen de angst dat ze zichzelf iets zou aandoen. En ook voor mijn vader was het niet meer te doen thuis. Gelukkig kon ze toen snel bij GGNet terecht voor een dagbehandeling.”

De medicatie werd opnieuw opgestart en in de groepstherapieën die volgden, ontdekte Broers nog veel meer over zichzelf dan tijdens haar eerste depressie. Dat het prachtig was dat ze altijd zo’n sterke, optimistische vrouw was geweest. Maar dat ze daarin ook steevast over haar grenzen ging. “Ik stond ­altijd voor iedereen klaar. Nam werk over van wie er ook maar ontlast moest worden. Kookte familiediners voor achttien man met ieder zijn vegetarische of glutenvrije voorkeuren. Ik had niet door dat ik mezelf daarmee volledig uitputte.” Haar nieuwe inzichten hielpen Broers haar leven ook daadwerkelijk anders in te richten – waar ze na die eerste depressie onveranderd was doorgedenderd.

Aanleg

Dat je door een depressie iets kunt leren over de schadelijke patronen in je leven, is mooi meegenomen, zegt Groeneweg-Koolhoven. Toch wil zij waarschuwen voor het idee dat mensen sowieso zelf iets niet goed doen als ze een depressie krijgen. “Een depressie is namelijk ook een kwestie van aanleg. Een bepaalde gevoeligheid in de hersenen, die maakt dat een heftige gebeurtenis bij de een resulteert in een dipje en bij de ander in een depressie. Simpelweg door de stofjes die je van nature aanmaakt.” Mirjam Giphart (61) kampt haar hele leven al met depressies en voor haar is die gevoeligheid inmiddels zo klaar als een klontje. “Mijn tweelingbroer had ook regelmatig last van depressies, mijn neef heeft een bipolaire stoornis en mijn opa kwam getraumatiseerd uit de Tweede Wereldoorlog. Die aanleg heb ik dus meegekregen. Als er iets heftigs gebeurt, moet ik nog beter voor mezelf zorgen dan anderen. Naar buiten. Mensen blijven zien. Op tijd hulp zoeken. Dat inzicht maakt de depressieve periodes niet minder zwaar of makkelijker, maar het maakt wel dat ik ze meer kan aanvaarden.” “Vergelijk het maar met iemand die suikerziekte heeft”, zegt Groeneweg-Koolhoven. “Krijgt zo iemand de griep, dan wordt hij of zij veel zieker dan een persoon die niet aan suikerziekte lijdt. De weerstand is in de aanleg gewoon beperkter.”

Slapen, eten en bewegen

Dat een genetische aanleg en een moeilijke jeugd een depressie kunnen ontketenen of versterken, betekent niet dat er helemaal niets aan te doen is. Naast de behandeling met medicijnen en cognitieve gedrags­therapie is er ook steeds meer aandacht voor leefstijl. Beweging bijvoorbeeld: begin dit jaar werd in een onderzoek, gepubliceerd in JAMA Psychiatry, voor het eerst vastgesteld dat er daadwerkelijk een oorzakelijk verband is tussen een kwartier hardlopen of een uur wandelen en de afname van depressie­klachten.

En ook een beter slaappatroon kan de klachten enorm verminderen. Dat ondervond Mirjam Giphart aan den lijve. “Toen ik tegen de 50 was, kwam ik erachter dat ik aan het slaapapneusyndroom lijd: een aandoening waarbij je voortdurend ademstilstanden hebt tijdens je slaap. Ik had al vijftien jaar geen diepe slaap gehad! Hoe groot de invloed daarvan is, merkte ik toen ik met een ademhalingsmasker ging slapen. Binnen drie ­dagen ging de zon weer schijnen.”

Ook naar de rol van voeding wordt steeds meer onderzoek gedaan. Tijdens een depressie is er een tekort aan het hersenstofje serotonine en onderzoekers zoals neurowetenschapper Lisa Mosconi onderzoeken hoe je de productie van deze neurotransmitter kunt oppeppen in je hersenen. Meer tryptofaan eten, concludeert Mosconi in haar boek Eet je slim. Dat stofje is te vinden in bijvoorbeeld chiazaad, pure cacao, volle melk en volle yoghurt, pompoenpitten en gedroogde pruimen. Een mooie eerste stap naar een bredere blik, vindt psychiater Isis Groeneweg-Koolhoven, maar wetenschappelijk bewijs dat een depressie er ook daadwerkelijk mee kan verdwijnen, is er niet voor dit soort voedingsadviezen.

Tips bij een depressie

Bedenk dat depressie vaak voorkomt en niets is om je voor te schamen

“Vervelend genoeg rust er nog steeds een groot taboe op. Ik probeer zo’n aandoening zo veel mogelijk ‘normaal’ te maken. Net zoals bij een te hoge bloeddruk, een verstuikte enkel of een hartinfarct, kun je bij een depressie ook even niet verder. Er gaat iets mis in je hersenen, je complete ­aansturingssysteem. Daar is behandeling voor nodig.” - Psychiater Isis Groeneweg-Koolhoven

Bied erkenning als vrienden of familie

“Zeg geen dingen als: ‘Ach, iedereen is weleens verdrietig’, of: ‘Hup, even de schouders eronder’. Een depressie is echt iets anders. Die schud je niet even van je af. Blijf degene met de depressie opzoeken en steunen of ga eruit, ook als het lang duurt. Leef mee en leid pas daarna af met leukere dingen.” - Psycholoog Anneke Schoen

Het gaat erom negatieve gedachten om te buigen naar een realistischer kijk op jezelf en het leven.

Blijf er niet mee lopen

“Een depressie is ontzettend slecht voor je lichaam. Het stresssysteem en immuunsysteem liggen totaal overhoop, mensen vallen af, zijn veel vatbaarder voor infecties. Dat is allemaal heel schadelijk. Een goede behandeling is belangrijk. Met een hoge bloeddruk loop je toch ook niet gewoon door?” - Psychiater Isis Groeneweg-Koolhoven

*De naam Franka Broers is gefingeerd. Omdat er nog steeds een taboe rust op depressie, wilde ze niet met haar echte naam vermeld worden.