Renteloze lening biedt kans om fiscaal voordelig te schenken

Truc werkt voor de rijken. 'Armeren' hebben pech

Met dank aan de nieuwe successiewet leidt het renteloos lenen van geld  tot heffing van schenkbelasting. Als u liever aan uw crediteur (vaak de familie) betaalt dan aan de fiscus doet u er verstandig aan tijdig in actie te komen.

Tot 1 januari 2010 was het renteloos uitlenen van geld in familieverhoudingen populair. Als de lening met een opzegtermijn van ten hoogste 3 maanden opeisbaar en/of aflosbaar was en de debiteur aantoonbaar in staat was de lening binnen die termijn in lossen, maakte de fiscus hier geen probleem van: er was geen schenkingsrecht verschuldigd. Renteloze leningen werden in veel situaties geadviseerd. Bijvoorbeeld in het kader van de afwikkeling van een nalatenschap, in het kader van schenkingsconstructies of om kinderen te helpen bij het kopen van een woning.

Staatssecretaris De Jager heeft met zijn gewijzigde successiewet een flinke streep door de renteloze lening gehaald. De gewijzigde wet bepaalt namelijk dat over een lening die binnen een jaar opeisbaar is zes procent rente verschuldigd moet zijn. Als u een lagere rente overeenkomt, zal dat tot heffing van schenkbelasting kunnen leiden. Ik schrijf ‘kunnen leiden’, omdat de wet een onderscheid maakt tussen a) lenen van rechtspersonen of mensen die bedrijfsmatig geld uitlenen en b) andere mensen. Leent u renteloos van iemand uit de eerste groep, dan bent u in beginsel geen schenkbelasting verschuldigd; leent u renteloos van iemand uit groep b., dan bent u wel schenkbelasting verschuldigd. Het percentage schenkbelasting is voor kinderen tenminste 10 procent (maximaal 20 procent), kleinkinderen tenminste 18 procent (maximaal 36 procent) en voor alle anderen tenminste 30 procent (maximaal 40 procent). Ik ben ervan overtuigd dat deze maatregel met name de gewone man zal treffen.

Voor vermogende mensen mag deze maatregel als een cadeau van de staatssecretaris worden beschouwd. Ik geef een voorbeeld. Stel dat u van uw kind € 100.000 leent en dat de lening op ieder moment van de dag door uw kind opgeëist kan worden. De wet ‘verplicht’ uw kind in dat geval u 6 procent rente in rekening te brengen. Stel voorts dat u het geleende bedrag op een bankrekening zet. Een bank vergoed een lager percentage (thans 2 á 3 procent). Uw kind krijgt bij u dus € 3.000 tot € 4.000 meer dan hij bij een bank had gekregen! Bovendien mag u uw kind nog een belastingvrije schenking doen; in 2010 is het vrijgestelde bedrag € 5.000. U ziet, zo slecht is onze staatssecretaris van Financiën niet.

Aniel Autar is notaris en specialist op het gebied van estate planning. Hij is werkzaam bij Kooijman Lambert Notarissen in Rotterdam