Is voorkomen écht beter?

Preventief slikken we potten vol pillen

Kregen we vroeger pas medicijnen als we ziek waren, tegenwoordig slikken we pillen om ziekten te voorkomen. Maar het is de vraag of al dat preventief slikken wel zo verstandig is.

Zo’n honderd jaar geleden hadden mensen het te druk met overleven om zich zorgen te maken over de ziekten van later. De kindersterfte was hoog, veel vrouwen stierven in het kraambed en epidemieën konden altijd en overal toeslaan. Van die zorg zijn wij voor een groot deel bevrijd. Met het voortschrijden van de hygiëne, de geneeskunde en het gemiddeld
inkomen, zijn veel acute gezondheidsproblemen verdwenen.

Toch zijn veel mensen nog steeds erg bezig met hun gezondheid en hun overlevingskansen. Niet meer vanwege pokken of kraamvrouwenkoorts, maar vanwege hart- en vaatziekten, kanker en hoge bloeddruk. We willen zelfs het risico op ziekten die we misschien helemaal niet krijgen, zo klein mogelijk houden. Dat heeft tot gevolg dat we eerder risico’s bestrijden dan ziekten. Sterker nog: het verschil tussen risico en ziekte begint te vervagen. Gezondheidsproblemen die aanvankelijk als 'risicofactor' werden gezien, worden tegenwoordig vaak beschouwd als echte ziekten waar nodig iets tegen gedaan moet worden. Voorbeelden zijn hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol en overgewicht. Steeds meer mensen zijn bereid steeds meer te slikken voor aandoeningen die ze waarschijnlijk nooit zullen krijgen.

Miljoenen aspirientjes
Wat slikken we preventief? Bovenaan staan de cholesterolverlagers: daarvoor werden in 2006 bijna 6 miljoen recepten uitgeschreven (ter vergelijking: in 2001 minder dan 3 miljoen). Goede tweede zijn de bloeddrukverlagers, waarvan er bijna 3,4 miljoen over de toonbank gingen. Miljoenen aspirientjes worden geslikt ter voorkoming van een hartinfarct.
Kalktabletten moeten osteoporose voorkomen. Voeg daarbij de vitamine- en multivitaminepreparaten, de cholesterolverlagende margarine, de weerstandverhogende yoghurtdrankjes enzovoort, en het zal duidelijk zijn dat we hier over een flinke markt spreken.

[PAGEBREAK]Risico en oorzaak
Al dat ‘gezondheidsvoedsel’ kan waarschijnlijk niet veel kwaad, maar bij elk geneesmiddel horen bijwerkingen die we op de koop toe moeten nemen. Ook heb je kans dat je de medicatie
voor niets slikt. Want trouw je medicijnen slikken, wil niet zeggen dat je geen hartaanval kunt krijgen. Hoge bloeddruk en een hoog cholesterol zijn namelijk geen oorzaken van hart- en vaatziekten, maar risicofactoren. En er is een groot verschil tussen die twee. Wie verkouden is, weet zeker dat er verkoudheidsvirussen zijn binnengedrongen. Maar wie een hartinfarct krijgt, weet niet of dat ligt aan een hoog cholesterol of aan hoge bloeddruk; het kan ook een erfelijke aanleg zijn, of gewoon de ouderdom. Een risicofactor voor een ziekte is eigenlijk een soort groepskenmerk dat achteraf met veel wetenschappelijk telwerk kan worden vastgesteld. Mensen met dat kenmerk krijgen vaker die ziekte. In een groep mensen met een verhoogd cholesterol komen meer hart- en vaatziekten voor dan in een vergelijkbare groep mensen zonder verhoogd cholesterol. Is dat verhoogd cholesterol nu een oorzaak van harten vaatziekten? Nee, het is een risicofactor. Wie zijn cholesterol verlaagt, verlaagt zijn risico, maar meer ook niet.

Aangescherpte richtlijnen
Vervelend van risicofactoren – vergeleken met oorzaken – is dat het er zo veel zijn en dat het er steeds meer worden. Zelfs zaken die er niets mee lijken te maken hebben, tellen in de medische wereld als ‘risicofactor’. Mannen met grijze haren krijgen bijvoorbeeld vaker een hartinfarct dan mannen met zwarte haren. Daarmee is grijs haar nog geen oorzaak van het hartinfarct, maar wel een risicofactor. Andere risicofactoren voor een hartinfarct zijn leeftijd, roken, drinken, gebrek aan beweging, veel urinezuur in het bloed, veel homocysteïne in het bloed, en veel C-reactief eiwit in het bloed. De wetenschap schrijdt voort en telkens blijkt er weer een groep te zijn waarin bepaalde ziekten meer voorkomen dan in de rest van de bevolking. Voor hartinfarcten zijn al meer dan honderd risicofactoren bepaald. Daar komt nog bij dat de kritieke waarden steeds verder verlaagd worden, waardoor steeds meer mensen vallen in de groep die risico loopt. Nieuwe richtlijnen voor hoge bloeddruk zijn bijvoorbeeld in verschillende landen zo aangescherpt dat praktisch de halve bevolking onverantwoorde risico’s blijkt te lopen en aan de bloeddrukverlagers moet.

[PAGEBREAK]Financiële belangen
Het terrein van de risicofactoren is al met al een mijnenveld. Maar het is ook een heel lucratief terrein, zoals de explosieve groei van het gebruik van statines en bloeddrukverlagers laat zien. Voor statinefabrikanten is het erg voordelig dat veel mensen pillen slikken voor iets waaraan ze niet zullen overlijden. Zolang de te voorkomen ziekte zich nog niet heeft aangediend, moet je blijven slikken. Bovendien kan niemand bij het behandelen van risicofactoren nagaan of de behandeling gewerkt heeft. Bij de behandeling van een ziekte word je beter of niet. Bij de behandeling van een risicofactor hoop je alleen je kansen te verkleinen. Krijg je de ziekte alsnog, dan was je kans vooraf misschien toch te groot. Misschien deed het middel te weinig. Of misschien had je pech.

Kansberekening
Heeft het dan geen zin om te proberen uit de risicogroep te stappen? Natuurlijk wel. Soms is iemands bloeddruk zo hoog dat een arts onverwijld moet ingrijpen, zeker als er ook andere problemen bijkomen, zoals suikerziekte. En mensen met torenhoge cholesterolwaarden door een erfelijke afwijking kunnen hun kans op problemen verlagen met statines. Met de meeste risicofactoren ligt het helaas wat minder zwart-wit. We moeten ons echter niet gek laten maken. Niet door de farmaceutische industrie, niet door de media, niet door vitamineschuivers, en misschien zelfs ook niet door artsen.

Na uitzendingen van het televisieprogramma Radar vorig jaar over de nadelen van statines hadden veel mensen zo de schrik te pakken dat zij meteen stopten met slikken. Dat is ook weer niet de bedoeling: net zo min als je zomaar begint met slikken, moet je er zomaar mee ophouden. Maar het niet zo gek om met de arts te overleggen of de voordelen van het slikken voor u wel opwegen tegen de nadelen. Hoe groot is de kans op ziekte als u niets doet, hoe groot als u wel wat doet? Als uw kans op een hartinfarct binnen tien jaar halveert van bijvoorbeeld 4 procent naar 2 procent, bent u dan bereid daar al die tijd elke dag pillen voor te slikken? Pillen die nooit helemaal onschadelijk zullen zijn? Wat zijn de bijwerkingen en de effecten op langere termijn? Als er nu een pil was tegen veruit de belangrijkste risicofactor voor bijna alle kwalen, namelijk leeftijd... Maar daartegen is nog steeds niets uitgevonden.

Auteur 
  • Hans van Maanen