Tachtig-plusser valt te vaak tussen wal en schip

Met de groei van het aantal 80-plussers nemen ook de problemen in de zorg voor deze vaak kwetsbare groep snel toe. Te goed voor het verpleeghuis, te slecht om het nog alleen te redden – en dan?

Dé 80-plusser bestaat natuurlijk niet. Er zijn genoeg 80-plussers die nog heel vitaal zijn, net zo goed als er 60-plussers met een ingewikkelde zorgvraag zijn. Toch luiden zorgverleners, zorgbehoevenden, familie, gemeenten en verzekeraars de noodklok over juist de kwetsbare ouderen.

Alarmerende krantenkoppen

Dit is een kleine greep uit de krantenkoppen van de afgelopen tijd:

En er is nog veel meer. Wat zit er achter deze verhalen die nu ineens de kop opduiken?

2015: van AWBZ naar WLZ

De ouderdom komt met gebreken, helaas. Tot 2015 was er dan gelukkig de overheid die ons dan bijstond. Er was de AWBZ-verzekering waarvoor we allemaal premie betaalden en als we het dan op een dag zelf niet meer redden, was er het verzorgingshuis of - als er veel zorg nodig was - het verpleeghuis. Maar ja, de vergrijzing maakte de AWBZ onhoudbaar: te duur. Zodoende schafte het kabinet-Rutte II in 2015 de AWBZ af. Deze maatregel viel samen met de oproep tot meer zelfredzaamheid.

Langer thuis wonen is nu het credo, en als we het niet meer redden, mogen we best een beroep op onze familie en buren doen. En lukt dat niet, dan is er altijd nog de wijkverpleging. Alleen als we heel erg ziek en zorgbehoevend zijn, worden we nog permanent in een verpleeginstelling opgenomen. Zo’n opname geschiedt tegenwoordig op grond van de Wet Langdurige Zorg (WLZ). Voor veel verzorgingshuizen restte de sloopkogel of het renovatieplan: de behoefte aan woonruimte voor jongeren is tenslotte ook groot.

Wet Langdurige Zorg

Als u een beroep wilt doen op de Wet Langdurige Zorg heeft u een indicatie langdurige zorg nodig. Met zo’n indicatie krijgt u een zorgprofiel, waarmee u kunt aantonen dat u vanwege uw aandoening niet langer thuis kunt wonen. Voor zo’n indicatie moet u wel een beetje geduld hebben: een paar weken wachten is eerder regel dan uitzondering.

Kwetsbare patiënten

Het gaat dan vaak om kwetsbare mensen die met meerdere gezondheidsproblemen tegelijk kampen. Denk bijvoorbeeld aan een dementerende patiënt die ook psychiatrische problemen heeft. Of een oudere die zijn heup heeft gebroken en moet revalideren, maar die als gevolg van alle gebeurtenissen ook behoorlijk in de war is. Deze groep patiënten is niet makkelijk in een hokje te plaatsen en valt daardoor steeds vaker tussen wal en schip.

Te weinig samenhang

Volgens huisartsenorganisatie Het Roer Moet Om is er te weinig samenhang in de zorg. Juist de patiënten met meerdere gezondheidsproblemen zijn daar de dupe van. Zorgverleners wijzen naar elkaar, de kwetsbare patiënt kan nergens terecht en de huisarts is wekelijks uren bezig om toch iets voor elkaar te boksen, zo stelt Het Roer Moet Om vast. Uit een enquête van de organisatie blijkt dat 97 procent (!) van de huisartsen wekelijks te maken heeft met kwetsbare patiënten die nergens terecht kunnen. Het kost de huisarts uren aan bellen en soebatten voor iemand dan toch terecht kan in bij bijvoorbeeld een ziekenhuis, een GGZ-instelling of een verpleeghuis.

Concurrentie in de zorg

Er zijn verschillende redenen voor het feit dat de zorg voor onder meer kwetsbare ouderen vastloopt. Zo moeten de zorgorganisaties – zoals bijvoorbeeld verpleeghuizen – tegenwoordig met elkaar concurreren. De Autoriteit Consument en Markt ziet erop toe dat dat ook inderdaad gebeurt. Vervelende bijwerking is echter dat de instellingen niet zomaar mogen samenwerken. Verpleeghuizen mogen elkaar dus ook niet op de hoogte houden over hoeveel bedden ze voor welke zorgvraag beschikbaar hebben. Gevolg: het toch al overbelaste ziekenhuispersoneel, het zorgkantoor, de huisarts of de gemeente moet elk verpleeghuis apart bellen om te vragen of er nog ergens een plekje vrij is.

Zorgverzekeraars betalen (niet)

Het nieuwe zorgstelsel heeft een einde gemaakt aan de menselijke barmhartigheid in de zorg – uitzonderingen daargelaten. Dat heeft alles te maken met geld: zorgverzekeraars betalen simpelweg niet als een zorginstelling een patiënt zonder de benodigde zorgindicatie opneemt.

De geldkwestie zien we ook terug op bijvoorbeeld de verpleeghuisafdeling geriatrische revalidatiezorg (grz). Op zo’n afdeling kunnen oudere patiënten na een ongeluk of operatie revalideren: opnieuw leren lopen, zelfstandig eten, wassen, aankleden. De grz-afdeling is verplicht zich te richten op herstel en naar huis. Zijn er toch te veel grz-patiënten die alsnog permanent in het verpleeghuis terechtkomen? Dan betaalt de zorgverzekeraar minder uit. Het gevolg is dat verpleeghuizen zeer kritisch zijn voor ze een patiënt op de grz-afdeling opnemen. Ook hier valt menig patiënt dus tussen wal en schip.

Ziekenhuis: alleen acute zorg

Meer dan ooit richt het ziekenhuis zich op acute zorg. Dat betekent dat de patiënt na een operatie zo snel mogelijk naar huis moet – de volgende patiënt staat namelijk al voor de deur. Heeft de patiënt nog zorg nodig, dan moet dat via de wijkverpleging of met de hulp van een verpleegkundig specialist. Het ziekenhuis moet die zorg regelen, maar dat lukt lang niet altijd, want het ziekenhuis kampt met hoge werkdruk en een tekort aan personeel. Het regelen van de zorg aan huis komt daardoor vaak op het bordje van de huisarts terecht, of zelfs op dat van de familie. Het is bovendien niet gezegd dat het lukt, want ook onder wijkverpleegkundigen en verpleegkundig specialisten is de werkdruk hoog. Het zal u dus vast niet verbazen dat ook hier menig patiënt weer tussen wal en schip valt.

In De harde cijfers achter de ouderenzorg leest u meer over de feiten en cijfers achter de problemen in de zorg. In Ouderenzorg: wat doet de overheid? besteden we aandacht aan wat de overheid tot nu toe doet om de problemen aan te pakken. En in Ouderenzorg: uw eigen toekomst gaan we in op mogelijke oplossingen voor uw eigen zorgvraag.

Bron(nen):