Lekker slapen zónder slaappillen

Sinds 1 januari worden de meeste slaapmiddelen niet meer vergoed. Een strop voor de 700.000 Nederlanders die niet zonder kunnen. Stoppen dus. Maar hoe?

Het verlies van een dierbare, een inbraak, of een echtscheiding: het kan allemaal aanleiding zijn om tijdelijk een slaapmiddel te slikken, zodat je niet instort door slaapgebrek. Ongeveer twee derde van de bijna twee miljoen gebruikers van slaapmiddelen slikt inderdaad slechts korte tijd, hooguit enkele weken of maanden. Zevenhonderdduizend mensen zijn echter chronisch gebruiker en daardoor verslaafd, blijkt uit een analyse van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ).

Om het gebruik van de meest voor­geschreven slaapmiddelen – de benzo­diazepinen – terug te dringen, kregen artsen enkele jaren geleden strengere richtlijnen van de overheid. Tien procent van de huisartsen blijkt zich er echter niet aan te houden. Daarom pakt minister Klink van Volksgezondheid het nu rigoureuzer aan: sinds 1 januari worden benzodiazepinen bij slecht slapen niet meer vergoed via de basiszorgverzekering. Alleen bij behandeling van epilepsie en angststoornissen, ernstige psychiatrische problemen en terminale zorg hoeven de slaapmiddelen niet uit eigen zak te worden betaald.

De verwachting is dat artsen minder benzodiazepinen zullen voorschrijven en minder mensen verslaafd zullen raken aan deze medicijnen. Maar wat te doen als je al verslaafd bent? De medicijnen zelf betalen (€12 tot €16 per maand) of ermee stoppen?

Hoe lang kun je slaapmiddelen veilig slikken?
Weinig mensen weten dat slaapmiddelen bedoeld zijn voor kortdurend gebruik: hooguit twee weken. Daarna neemt niet alleen de werking af, maar raak je er ook aan gewend. Wie lang­durig slikt, raakt verslaafd. Al na zes weken treedt geestelijke en lichamelijke afhankelijkheid op. Desondanks werden recepten dikwijls automatisch verlengd door de doktersassistent. Zich vaak niet bewust van de gevaren kregen patiënten maanden- of jarenlang moeiteloos een herhalingsrecept, met in de top drie: oxazepam (Seresta), ­temazepam (Normison) en diazepam (Valium/Stesolid).
Vooral ouderen slikken vaak slaaptabletten; 63 procent van de gebruikers is 50-plus. Het gebruik – en de verslaving – nemen toe met de leeftijd, volgens de Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK). Kreeg 15 procent van de 50-jarigen in 2007 gemiddeld vijf recepten voor een slaapmiddel, 30 procent van de 75-plussers kreeg er gemiddeld zes.

Niet alleen worden slaappillen vaak veel te lang geslikt, maar ook dikwijls onnodig voorgeschreven, vindt dr. Hans Hamburger. Hij is neuroloog en hoofd van het WaakSlaapCentrum Amsterdam: “Wanneer mensen slaapproblemen hebben, zou beter naar de oorzaak moeten worden gezocht. Díe moet worden aangepakt.”

Eenzaamheid, vervelend werk of relatieproblemen verdwijnen immers niet met een suf makende slaappil. Maar er is nog iets opzienbarends aan de hand: veel ouderen slikken slaapmiddelen terwijl ze eigenlijk helemaal geen slaapprobleem hébben.

Hans Hamburger: “Je slaapbehoefte neemt af als je ouder wordt en overdag niet voldoende actief bent. Door te weinig activiteit raak je niet vermoeid. Ga je evengoed om half elf ’s avonds naar bed, dan lig je om vier uur ’s morgens wakker. Dan ben je eigenlijk al uitgeslapen. Maar veel ouderen denken: ‘Ik heb een slaapprobleem’ en vragen daarvoor een slaapmiddel.”

Waarom is slaappillen-verslaving eigenlijk een probleem?
Wie voortdurend slaapmiddelen gebruikt, krijgt allerlei nare psychologische, sociale en lichamelijke problemen. Neuroloog Hans Hamburger: “De kwaliteit van leven wordt ronduit slecht. Je bent door zo’n slaappilletje
’s nachts wel onder zeil, maar je krijgt geen normale slaap. Je slaapt minder diep en de medicatie onderdrukt de droomslaap waarin je emotionele indrukken verwerkt.”

Je kunt geheugenproblemen krijgen, last van verwardheid, somberheid en geen zin in seks. Ook vlakken je gevoelens af. Je voelt je nooit meer echt verdrietig, maar ook nooit meer echt blij. Het leven krijgt minder kleur. Daarbij komt de lichamelijke vermoeidheid. Hamburger: “Veel mensen realiseren zich niet dat die vermoeidheid mede door die slaappillen komt. Als je ’s avonds een slaaptablet hebt genomen, is het de volgende dag alsof je twee, drie glazen wijn hebt gedronken. Mensen lopen overdag gedrogeerd rond. Ben je boven de 65 jaar, dan breekt de lever de slaapmiddelen bovendien langzamer af en kunnen ze wel vijftien uur of langer doorwerken.”

Het is dus niet zo verwonderlijk dat het gebruik van slaapmiddelen meer kans geeft op verkeersongelukken. Ook de kans op vallen is met 48 procent verhoogd. Dat is op oudere leeftijd niet altijd zonder gevolgen: als gebruiker van slaapmiddelen heb je 40 tot 60 procent meer risico om met een heupfractuur in het ziekenhuis te worden opgenomen.

De bijwerkingen van slaapmiddelen zijn dus bijzonder ingrijpend. Stoppen dan maar, zou je zeggen, maar dat is voor veel gebruikers heel moeilijk. Want net als bij het afkicken van drugs of alcohol krijg je ontwenningsverschijnselen. Hamburger: “In het begin komen de slaapklachten vaak in verhevigde mate terug, soms slaap je zelfs de hele nacht niet. Je kunt ook angstige dromen krijgen, doordat de pillen je droomslaap niet meer remmen.” Maar dat gaat allemaal met vier tot zes weken over. Net als andere mogelijke afkickverschijnselen als angst, spierpijn en overgevoeligheid voor licht, geluid en aanraking. “Al gauw zul je merken dat je overdag helderder bent.”

Hoe kun je veilig stoppen met slaapmiddelen?
Op eigen houtje acuut stoppen met slaappillen raden artsen vanwege de ontwenningsverschijnselen af. Beter is het om langzaam te minderen, zegt neuroloog Hans Hamburger: “Probeer per week een halve tablet te minderen en langzaam van het middel af te komen.”

De huisarts kan hulp bieden met een afbouwschema en eventueel een ander medicijn voorschrijven als overbrugging. Ook kun je een cursus of therapie volgen bij een slaapcentrum om beter te leren slapen zonder pil; zo’n training werkt zelfs beter dan pillen, zo blijkt uit onderzoek. Je leert bijvoorbeeld negatieve gedachten te veranderen die het slapen belemmeren.

Actief zijn overdag is het beste wat je kunt doen om een betere nachtrust te krijgen, benadrukt Hamburger. “Door overdag veel te ondernemen, verhoog je de slaapdruk. Ga sporten of neem een hond die je moet uitlaten. Licht overdag is ook van groot belang. Met licht reguleer je de slaap. Blijf vooral in de winter niet de hele dag binnen in een schemerige kamer, maar ga naar buiten in het volle licht. ’s Avonds moet je juist niét in sterk licht zitten, zoals van de tv of een computerscherm, want dat remt de productie van het slaaphormoon melatonine.”
En dat hormoon is nu juist onze natuurlijke ‘slaappil’! 

Wie afhankelijk is van slaapmiddelen, moet nu €12 tot €16 per maand betalen.

Waar kunt u terecht voor hulp?

• Uw huisarts kan u begeleiden met een afbouwschema en eventueel een medicijn ter overbrugging voorschrijven.
• Bij een aantal Nederlandse ziekenhuizen is een slaapcentrum aangesloten waar u een slaaptherapie of -cursus kunt volgen. Kijk bijvoorbeeld op de site van de Samenwerkende Nederlandse Slaapcentra: www.slaapstoornissen.nl.
• Via internet kunt u een slaaptherapie volgen, bijvoorbeeld bij Somnio (www.somnio.nl). Sommige zorgverzekeraars bieden €64 korting op de prijs van €240.
• Bij de apotheek kunt u de informatiefolder ‘Slaap- en kalmeringsmiddelen; weet wat u slikt!’ krijgen.

Meer over slaapmiddelen op www.plusonline.nl/slaapmiddelen

Bron(nen):