Boemelen over 196 bruggen: De bernina Express

De beste manier om Zwitserland te zien, is door de panoramaruiten van de Bernina Express. Veel mooier kan een treinreis niet worden.

De Bernina Expres

Het is vrij rustig in de trein wanneer die zich om klokslag half negen in de ochtend in beweging zet. Langzaam rijden we Chur uit, met een leeftijd van 5000 jaar, de oudste stad van Zwitserland en bovendien een van de meest charmante. “Alle wegen leiden naar Rome”, zeggen de inwoners, “maar alleen de allermooiste voert langs Chur.”
Spreek ze maar eens tegen. De hoofdstad van het kanton Graubünden ligt te midden van ongenaakbare Alpenreuzen en adembenemende bergpassen en wordt doorsneden door de dalen van de Rijn en de Inn.

Al in 50 voor Christus trokken de Romeinen over de Alpenpassen en zorgden zo voor de eerste noord-zuidverbinding in Europa. Het werd een belangrijke handelsroute. Sinds 1910 kun je de noord-zuidroute ook per trein afleggen en dat is precies wat ik vandaag doe. Via de meest spectaculaire spoorlijn van heel Zwitserland, een van de drie treintrajecten in de wereld die door de Unesco tot Wereld­erfgoed zijn uitgeroepen: de Bernina Express.

Optimaal uitzicht

Ik zit in een comfortabele, met zwart leer beklede stoel en bestel een cappuccino bij de man van de trein­catering. Ik heb gisteren enkele verse Zwitserse bankbiljetten uit de automaat getrokken, maar iets kleiners dan een biljet van 100 frank (60 euro) zat daar helaas niet bij. Daar heeft de treincateraar niet van terug. Hij neemt mijn biljet mee en belooft later met wisselgeld terug te keren. Ik knik. Komt vast wel goed –  dit is Zwitserland.

Verschillende coupés in de trein, waaronder de mijne, zijn voorzien van extra grote panoramaruiten, zodat je te allen tijde een optimaal uitzicht hebt op het schitterende landschap. Een elektronisch display boven de deuren geeft precies aan bij welke stad of welk dorp de trein zich bevindt en bovendien vertelt een stem uit de intercom ons in meerdere talen over de bijzonderheden van de reis. Die Zwitsers hebben het uitstekend voor elkaar.

Imposante viaducten

Het is bijna niet te geloven, maar deze wereldberoemde spoorlijn, die dwars door het hoogste gebergte van Europa voert, is aangelegd op initiatief van een Nederlander: Willem Jan Holsboer (1834-1898). Omdat zijn vrouw aan een longziekte leed, besloot hij met haar naar Davos te gaan, waar de lucht naar verluidt gunstig was voor longpatiënten. Tijdens de draconische, zeven uur durende koetstocht van Landquart naar Davos, kwam Holsboer op het idee voor de aanleg van een spoorverbinding. Ondanks de gezonde berglucht en de goede zorg van een plaatselijke arts stierf Holsboers vrouw in 1867. De bankier besloot in Davos te blijven wonen. Hij hertrouwde en liet een kuurhotel bouwen, compleet met smalspoor­verbinding. Dat werd het begin van de Albulalijn, die samen met de Berninalijn het traject van de Bernina Express zou gaan vormen.

Iets voorbij Tiefencastel passeren we wat misschien wel het beroemdste viaduct van heel Zwitserland is: het Landswasserviaduct. Vooral van buiten de trein is dat een bijzonder gezicht, weet ik van de foto’s. De trein komt tevoorschijn uit een kaarsrechte, steile rotswand, rijdt dan in een bocht over het 136 meter lange en 65 meter hoge viaduct en verdwijnt vervolgens weer in een tweehonderd meter lange tunnel. Voor wie in de trein zit, zijn die 136 meter natuurlijk veel te snel voorbij, al is de machinist zo vriendelijk de trein extra langzaam te laten rijden en is het viaduct via de intercom al van tevoren aangekondigd. We grijpen onze camera’s, beginnen als een gek te fotograferen en…  ja hoor: daar is alweer de duisternis van de tunnel.

In Filisur maken we een stop. Het stadje zelf stelt weinig voor, maar omdat hier verschillende regionale spoorlijntjes bijeenkomen – waaronder de aftakking naar Davos – is het zeer populair onder spoorliefhebbers. Dat gaat zelfs zo ver dat in het hotelletje nabij het station de kamers aan de luidruchtige spoorzijde duurder zijn dan die met uitzicht op het dal.
 Missing media-item.
Desoriënterend
De aanleg van de spoorlijnen door het weerbarstige Zwitserse landschap was geen eenvoudige zaak. Er waren duizenden arbeiders bij betrokken, onder wie tientallen doden en honderden gewonden vielen, als gevolg van explosies, rollend materieel en naar beneden vallend gesteente. De noord-zuidverbinding tussen Chur en het Italiaanse Tirano vergde uiteindelijk 196 bruggen en 55 tunnels, en soms is er een stijging van 7 procent. Dat is mogelijk doordat de trein gebruikmaakt van smalspoor van één meter breed. Bij normaalspoor bedraagt de breedte iets meer dan 1.43 meter. Daarmee kunnen nooit de bochten worden gemaakt die bij het overbruggen van dergelijke hoogteverschillen noodzakelijk zijn.

Want dat is het geheim van de Bernina Express: bochten. Dat merken we vooral na Bergün. Hier zijn in de bergen diverse keertunnels aangelegd, waarin de trein als een spiraal omhoog klimt. “Tussen de tunnels door zult u Bergün verschillende keren te zien krijgen”, vertelt de stem door de intercom. “Nu eens links, dan weer rechts. Het uitzicht werkt desoriënterend.”
En inderdaad: ik zie dorpjes en viaducten, maar zijn het nu dezelfde? En dat viaduct, zijn we daar inderdaad een tijdje geleden overheen gereden?

Met Zwitserse precisie
Voorbij het mondaine skioord St. Moritz, bij Ospizio Bernina, bereikt de trein zijn hoogste punt: 2253 meter. Onze trein is inmiddels een flink stuk korter geworden: de rest is in St. Moritz afgekoppeld. We belanden nu in het deel met het hoogste stijgingspercentage. Alleen is het voor ons een dalingspercentage; we zakken langzaam af naar Italië. Nu en dan maakt de trein een ‘Halt auf Verlangen’ oftewel een ‘Fermata su Richiesta’. Dan stapt er iemand uit in de woeste wildernis. Waar gaat-ie naartoe?

Geregeld rijden we onder sneeuwgalerijen door die de trein tegen lawines moeten beschermen. Op het gebied van natuurgeweld hoef je de Zwitsers niets te vertellen. Al aan het eind van de negentiende eeuw, tijdens de aanleg van de Albulalijn, constateerden ze hoe één lawine de spoorlijn acht meter had verschoven. Toch slaagden ze er al snel in de treinen in dit gebied twaalf maanden per jaar te laten rijden. En met Zwitserse precisie.

Niet lang na Brusio passeren we de grens met Italië. De trein passeert de Santuario della Madonna, het belangrijkste monument van ­Tirano, en om exact 12.20 uur rijden we het station binnen. Hijgend komt de trein­cateraar de coupé binnengerend. Hij heeft toch nog mijn wisselgeld bij elkaar weten te sprokkelen.

De Bernina Express Praktisch

De trein
De Bernina Express wordt wel de ‘langzaamste exprestrein ter wereld’ genoemd. Het is niet de snelste, wel de mooiste manier om het traject Chur-Tirano af te leggen. De Bernina Express maakt gebruik van twee treintrajecten: de Albulalijn (Chur-St. Moritz) en de Berninalijn (St. Moritz-Tirano). De treinreis wordt verzorgd door Rhätische Bahn.
Missing media-item.
Vertrektijden
Vertrek dagelijks vanuit Chur om 8.30 uur, aankomst in Tirano om 12.20 uur. Terug vanuit Tirano om 14.25 uur, aankomst in Chur om 18.28 uur.

Prijzen
Enkele reis Chur-Tirano CHF 57/€35,60;
retour CHF 114/€71,25 (2de klas);
respectievelijk CHF 95/€59,40 en CHF 190/€118,75 (1ste klas).

Actueel
Check de actuele prijzen en vertrektijden op www.rhb.ch (Rhätische Bahn) of bel T +41 (0)81-288 43 40.

Informatie
Zwitsers Verkeersbureau, T 00800-1002 00 30 of www.zwitserland.nl.
Auteur