Veilig autorijden onder alle weersomstandigheden

veilig rijden
Getty Images

Regen, mist, gladheid: autorijders in ons kikkerlandje moeten met véél rekening houden. Met deze tips ga je onder alle weersomstandigheden veilig op pad.

Regen

Een buitje is meestal geen probleem, maar bij zware regenval kan er op sommige plaatsen een grote plas water op de weg blijven staan. Dat is gevaarlijk, want op zulke plaatsen kan je auto ineens grip verliezen omdat je banden het water niet meer snel genoeg afvoeren. In plaats van op de weg te rijden, ‘glijdt’ je auto eigenlijk over een dun laagje water. Dat heet aquaplaning.

Pas snelheid aan

Je kunt aquaplaning voorkomen door de snelheid aan te passen, want juist de snelheid zorgt ervoor dat de banden het contact met de weg even kwijtraken. Zie je sporen op de weg? Probeer die te vermijden, want in deze sporen blijft meer water staan.

Goede banden

Controleer regelmatig de profieldiepte van de banden. Dat wordt meegenomen in de jaarlijkse Apk-keuring en bij een diepte van 1,6 millimeter moeten er nieuwe banden onder. Veel garages en onderhoudsbedrijven adviseren om dit al eerder te doen: tussen de 2 en 3 millimeter is het verstandig om nieuwe banden te overwegen. Zorg er ook voor dat de banden op spanning blijven voor extra grip. Je vindt de juiste bandenspanning:
1. In het instructieboekje van de auto;
2. Aan de binnenkant van de tankdop;
3. Op een sticker in de deurstijl van de bestuurder, op de achterkant van de zonneklep of in het handschoenenkastje.

Bredere banden helpen niet, integendeel: door het bredere oppervlak zijn ze zelfs gevoeliger voor aquaplaning.

Wat te doen bij aquaplaning?

Krijg je tóch te maken met aquaplaning? Laat dan geleidelijk -dus niet plotseling- het gaspedaal los. Trap niet direct op de rem, want dat maakt de kans op slippen groter. Trap de koppeling in en houd het stuur recht.
Wil je meer controle over je auto onder extreme omstandigheden? Door het hele land worden regelmatig slipcursussen aangeboden die je helpen beter te reageren op dit soort omstandigheden. Leuk om te doen en leerzaam!

Beslagen ruiten

Als de temperatuur daalt en het wat vaker regent, zijn autoruiten vaker beslagen. Om veilig auto te rijden is goed zicht van levensbelang, dus is de airco je beste vriend. Die zorgt snel voor droge lucht en schone ramen. De kachel aanzetten kan ook, maar doe dat voorzichtig, want als je te snel, te warm stookt kan je barstjes in het raam krijg.  Verder is het belangrijk om te voorkomen dat er vocht in de auto komt.  Klop natte of besneeuwde kleding zo goed mogelijk uit voor je instapt. Probeer ook de bekleding van de auto droog te houden. Als daar eenmaal vocht in zit dan is het er heel lastig uit te krijgen. Leg een natte paraplu dus zomaar in de auto. Leg die liever op, of zelfs in een plastic tas.
Houd ramen schoon
Schone ramen beslaan minder snel dan vieze ramen. Poetsen met scheerschuim of een water met drupje afwasmiddel wil ook wel eens helpen, maar pas dan wel op met strepen. Heb je een doek in de auto liggen om het raam snel even schoon te vegen? Laat die natte doek dan niet in de auto liggen, want dat extra vocht kan juist beslagen ruiten veroorzaken.
Lucht de auto
Is het een keer mooi weer? Laat de auto dan even luchten door gewoon alle deuren even open te zetten. De ramen op een kiertje zetten tijdens het rijden, wil ook wel eens helpen.
Gebruik vochtvreters
Blijf je last houden van beslagen autoruiten? Helpt luchten niet of nauwelijks? Kijk dan eens naar een (kleine) vochtvreter voor de auto, meestal te koop bij de bouwmarkt. Controleer deze regelmatig, vervang indien nodig.

Mist

Bij mist is het advies: verdubbel je afstand en halveer je snelheid
Daarnaast is het belangrijk om de juiste verlichting te gebruiken, want mistlampen gebruik je alleen bij dichte mist de mistlampen voor. Dat is bij een zicht van 50 tot 200 meter. De mistlamp achter gebruik je alleen bij zeer dichte mist, dan is het zicht minder dan 50 meter.  

Vorst en gladheid

Vóórdat het gaat vriezen, zorg je er natuurlijk voor dat je auto winterklaar is. Hoe je dat dat doet, lees je hier. De eerste vorst zien we meestal op onze autoruiten en dat betekent: krabben! Dat kan je soms voorkomen door de auto op de juiste plek te parkeren. Onder een afdak of een boom blijft de warmte soms net wat langer hangen. Schone ruiten zorgen niet alleen voor beter zicht en beslaan minder snel: je hoeft ze ook minder snel te krabben als het vriest. Helpt dat allemaal niet, dan kan een anti-ijsdeken de voorruit afschermen. Kranten zijn geen goed idee, die houden vocht vast en kunnen zelfs vastvriezen.
Toch ijs op de ramen? Je kunt dan een ontdooispray gebruiken die bestaat uit alcohol en glycol en is goed afbreekbaar. Sommige mensen gebruiken een zak met lauw -dus géén heet- water om zo het ijs van de ruit te vegen. Krabben kan ook en het advies is om de krabber dan schuin tegen de ruit te zetten voor het beste en snelste resultaat. Pak de achterruit ook mee voor goed zicht. Rijden zonder krabben is geen goed idee. Het is onveilig en kan een boete opleveren van 250 euro.

Rijden met gladheid

Als het glad is en je moet toch de weg op, doe dan zo rustig mogelijk. Trek langzaam op om slippen te voorkomen, pas de snelheid aan als je rijdt, neem de tijd om goed ver vooruit te kijken en zo goed in te spelen op het andere verkeer. Doe dat ook met winterbanden, want al zorgen deze banden voor méér grip, ook deze banden hebben een langere remweg. Er is bij gladheid één ding dat je niet rustig moet doen en dat is remmen. De meeste auto’s hebben een anti-blokkersysteem (ABS) en dat werkt alleen als je de rem zo hard en diep intrapt dat ie begint te trillen en je de rem hoort kraken. Bij rustig/pompend remmen werkt ABS niet. Pas je remgedrag dus altijd aan bij gladheid.

Laagstaande zon

Bij een laagstaande zon, wordt het zicht slechter en gebeuren er meer ongelukken. Een zonnebril met de juiste glazen helpt, maar je kunt nog meer doen. Meer tips lees je op de website van Interpolis.
 

 

Auteur 
  • Redactie