Hoe bewust ben jij je van je privacy?

Dat je in steden in de gaten wordt gehouden door middel van camera’s, in winkels en in straten hebben de meeste mensen niet door. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport Jouw Buurt, Jouw Data van de universiteiten van Rotterdam, Delft en Leiden. Om ons heen wordt steeds meer data verzameld, bijvoorbeeld voor de veiligheid of voor betere afval- en verkeersstromen.

Behalve dat je in de gaten wordt gehouden door camera’s, word je ook makkelijk gezien op het internet. Je geeft jezelf namelijk bloot zonder dat je jezelf daar bewust van bent. Op internet delen mensen hun gegevens zonder de gevolgen te overzien. 

Centre for BOLD Cities heeft het onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Weekend van de Wetenschap. Meer dan vijftienhonderd deelnemers moesten voor het onderzoek rondlopen in een virtuele stad. Daar moesten ze twintig dataverzamelingspunten vinden. Dat waren onder andere een incheckpaal, de bodycam van een agent, een zendmast en een drone. Het gemiddelde van de gevonden objecten zat tussen de tien en vijftien. 

Straat vol met camera’s

De proefpersonen werd een aantal scenario’s voorgelegd. Hieruit bleek dat jongeren minder terughoudend zijn met het delen van hun persoonlijke gegevens dan ouderen. Dit komt doordat jongeren vrijwel altijd meer kennis hebben van privacy op online platforms. Ouderen hebben minder kennis van privacyinstellingen. Ze gebruiken die instellingen ook minder frequent dan jongeren.

Er zijn een aantal redenen voor mensen om hun gegevens te delen. Mensen delen hun gegevens voor gemak en sociale doeleinden, zoals voor vrienden. Dit vind je terug op Facebook, waar mensen bijvoorbeeld fietsroutes delen. 

Vier soorten mensen

Over het algemeen onderscheiden de onderzoekers vier groepen mensen. Er zijn mensen die redelijk wat verzamelpunten herkennen en die geen bezwaar hebben om hun informatie te delen. Zij worden de ‘gulle datadelers’ genoemd. Ook zijn er mensen die aannemelijk iets herkennen en bewust heel weinig over zichzelf delen: ‘de spaarzamen’. Daarnaast zijn er de ‘argelozen’, zij herkennen niet veel, maar delen wel veel. Tot slot de ‘afzijdigen’, zij herkennen weinig en delen ook weinig.

Bron(nen):