Tips en trucs bij de belastingaangifte

Belastingaangifte doen, het is ieder jaar weer een terugkerend kwaad. PlusOnline helpt u met uw aangifte aan de hand van 11 handige tips & trucs.

dit artikel stamt uit 2009 en de inhoud kan verouderd zijn. Lees nieuwe informatie over belastingen op www.plusonline.nl/belastingspecial  

Inhoud

PLUSTIP 1: Doe aangifte vóór 1 april

Als u geld terugkrijgt van de Belastingdienst omdat er te veel loonheffing is ingehouden (bijvoorbeeld bij een baan voor slechts een deel van het jaar), uw voorlopige aanslag te hoog was, of uw voorlopige teruggave te laag, dan wilt u dat bedrag misschien zo snel mogelijk op uw bankrekening hebben. Als u uw aangifte vóór 1 april indient, hebt u de garantie dat dat vóór 1 juli gebeurt.

PLUSTIP 2: Vraag uitstel aan

Hoewel we volledig achter Plustip 1 staan, is het soms beter om uitstel aan te vragen. Dat wordt zonder meer toegekend tot 1 juli en als u goede redenen hebt, ook nog wel langer. Vergeet u uitstel aan te vragen, dan riskeert u een boete. Uitstel is handig als u nog niet alle gegevens hebt of niet in de gelegenheid bent om de aangifte voor 1 april in te dienen. Maar er kan nog een andere reden zijn. Als u een teruggave verwacht en u hebt het geld niet direct nodig, dan kan een late teruggave voordelig zijn omdat u rente ontvangt over dit bedrag. U krijgt voor teruggave over het jaar 2008 heffingsrente vergoed vanaf 1 juli 2008. Dat percentage wisselt per kwartaal en schommelt rond de 5 procent.

PLUSTIP 3: Vraag uw Digid aan

Hebt u nog geen Digid (spreek uit als ‘die-gie-dee’ ), de elektronische handtekening voor allerlei overheidsdiensten, vraag die dan snel aan op www.digid.nl. U hebt hem nodig om de aangifte elektronisch in te dienen. Makkelijk en snel.

PLUSTIP 4: Kies voor het fiscale partnerschap

Wie ongehuwd samenwoont, mag ieder jaar opnieuw kiezen voor het fiscale partnerschap. Wie nog geen vijf jaar samenwoont, kan dat het beste sowieso doen, want voor hen geldt in dat geval het lage tarief voor het successierecht en de hoge vrijstelling voor echtgenoten.

De gevolgen voor de inkomstenbelasting zijn vérstrekkend. Zo mag u bepaalde posten over u beiden verdelen als u het hele jaar elkaars fiscale partner bent (zie Plustip 5). En als een van u beiden geen of een laag inkomen heeft, krijgt hij of zij de algemene heffingskorting van €2074 (€970 vanaf uw 65ste jaar) regelrecht door de Belastingdienst uitbetaald. Daarvoor moet sprake zijn van een fiscaal partnerschap gedurende ten minste zes maanden in het jaar.

U kunt voor de algemene heffingskorting zelfs een voorlopige teruggave vragen om het bedrag gedurende het belastingjaar zelf in maandelijkse termijnen op uw rekening gestort te krijgen.

PLUSTIP 5: Schuif met inkomsten en aftrekposten

Als u het hele jaar een fiscale partner hebt, kunt u met bepaalde inkomsten en aftrekposten schuiven. Dat wil zeggen dat u mag kiezen bij wie u ze aangeeft. Of u mag bij ieder een deel aangeven, als het bij elkaar maar 100 procent is. U mag ieder jaar een andere verdeling maken. Dat heeft behoorlijk wat gevolgen.
U mag schuiven met de volgende inkomsten en aftrekposten:

  • inkomsten uit de eigen woning waarin u zelf woont (eigenwoningforfait verminderd met de aftrekbare kosten)
  • inkomen uit aanmerkelijk belang: box 2
  • de persoonsgebonden aftrek-posten
  • het vermogen in box 3.

Dit schuiven kan voordelen hebben. Betaalde hypotheekrente kunt u bijvoorbeeld het beste aftrekken bij degene die het meeste belasting in box 1 betaalt. U kunt door te schuiven zelfs recht krijgen op bepaalde heffingskortingen. Dat kunt u allemaal nalezen in de ‘Belastinggids op Maat’. U kunt die aanschaffen met 25 procent Pluskorting (zie: www.plusonline.nl).

PLUSTIP 6: Gebruik de kosten voor vrijwilligerswerk

Er zijn speciale fiscale regelingen om ervoor te zorgen dat vergoedingen voor vrijwilligerswerk niet direct onder de belastingheffing vallen. Maar dat geldt niet onbeperkt. Als u uitsluitend een vergoeding van kosten krijgt, is die onbelast. Als u een vergoeding krijgt voor uw werkzaamheden is die onbelast als ze lager is dan €4,50 per uur én lager dan €150 per maand én lager dan €1500 per jaar.

U kunt een vergoeding weer direct terugschenken aan de instelling. Dan vormt dat voor u een aftrekbare gift als de instelling een anbi is (zie Plustip 10 over giftenaftrek). Voor de aangifte over 2008 had u dit bedrag vóór 31 december moeten schenken, maar soms kunt u een aftrekpost hebben zonder het bedrag feitelijk te schenken. Dat is het geval als u geen vergoeding hebt ontvangen, maar daar naar maatschappelijke opvattingen wel recht op zou hebben en de betaling daarvan achterwege is gebleven wegens de slechte financiële positie van de instelling. En ook als u vrijwillig hebt afgezien van het declareren van kosten terwijl daar wel recht op bestond, kunt u dit bedrag aftrekken.

PLUSTIP 7: Schuif persoons-gebonden aftrekposten door

Een belangrijke maar ingewikkelde tip, die erg veel geld kan opleveren. De persoonsgebonden aftrekposten hebben een speciale manier van aftrekken. Het gaat over buitengewone uitgaven (ziektekosten en dergelijke), giften, alimentatiebetalingen, aftrek voor monumentenpanden, scholingsuitgaven, weekenduitgaven voor gehandicapten, kwijtgescholden durfkapitaal en levensonderhoud kinderen. Deze posten komen eerst in aftrek op het inkomen in box 1 (uit werk en woning), maar dat mag daardoor niet negatief worden.
De rest van het totaal van deze aftrekposten wordt vervolgens in mindering gebracht op het inkomen in box 3 (uit sparen en beleggen).

Ook dat kan niet negatief worden. Vervolgens is het inkomen in box 2 (uit aanmerkelijk belang, voor wie zijn eigen BV heeft) aan de beurt; daarvoor geldt hetzelfde. Het kan zijn dat een deel van de persoonsgebonden aftrekposten daardoor in 2008 niet afgetrokken kan worden. Dit deel mag dan over 2009 worden opgevoerd. Evenzo kan het zijn dat u in 2007 een deel van de persoonsgebonden aftrekposten niet in aftrek kon brengen. Vergeet niet dat deel in 2008 mee te nemen. Fiscale partners hebben het voordeel dat ze met de persoonsgebonden aftrekposten kunnen schuiven voor een zo gunstig mogelijke verdeling.

PLUSTIP 8: Los schulden voor eigen woning én consumptieve uitgaven af

Hebt u een schuld die gedeeltelijk in box 1 valt en gedeeltelijk in box 3? Dat is bijvoorbeeld het geval als u een lening bent aangegaan voor uw eigen woning en gedeeltelijk voor andere zaken, zoals de aanschaf van een auto, caravan of inrichting van het huis. Maar ook als u te maken krijgt met een aftrekbeperking – bijvoorbeeld als de overwaarde van een huis bij verkoop niet benut wordt bij de koop van een nieuw huis (bijleenregeling) – kan een lening voor de woning gedeeltelijk in box 3 vallen.

Bij gedeeltelijke aflossing van zo’n gemengde lening mag u zelf kiezen welk deel u fiscaal gezien aflost. Dat moet u aangeven door óf het box 3-gedeelte van de lening óf het box 1-gedeelte te verlagen. Let wel even op. Als u nog maar een kleine eigenwoningschuld hebt, kan het lonend zijn om deze juist helemaal af te lossen. Het heeft fiscaal gezien namelijk geen zin om een dergelijke lening aan te houden als de renteaftrek geen effect sorteert op de aftrekpost eigen woning.

Voorbeeld
U hebt een eigen woning met een WOZ-waarde van €200.000. U moet daarover een eigenwoningforfait van 0,55% aangeven, dat is €1100. U hebt een eigenwoningschuld van €20.000, waar u €800 rente per jaar op betaalt. Het saldo van uw eigenwoningforfait en de aftrekbare rente bedraagt daarmee €300. Dit bedrag hoeft u niet aan te geven.

Als u geen rente meer betaalt, bestaan de inkomsten uit eigen woning uitsluitend uit het eigenwoningforfait van €1100 en ook dit bedrag hoeft u niet aan te geven. De renteaftrek heeft hier dus helemaal geen effect. Dan kunt u beter het box 3-gedeelte van de lening aflossen, dan zakt uw vermogen met €20.000.

PLUSTIP 9: Vergeet de lijfrente-aftrek in reserveringsruimte niet

Als u over het jaar 2008 uw oudedagsvoorziening verbeterd hebt door premies voor een lijfrente te betalen, hebt u twee aftrekmogelijkheden. De eerste mogelijkheid is de ‘jaarruimte 2008’ te benutten. Dat kan als u een tekort aan pensioenopbouw heeft over het jaar 2007. Daarvoor is een rekenmodule opgenomen in het aangifteprogramma.

U kunt echter ook premies aftrekken in de ‘reserveringsruimte’. Dit is de niet-gebruikte jaarruimte over de jaren 2001 tot en met 2007. Ook voor het berekenen van uw reserveringsruimte is in het aangifteprogramma een rekenmodule opgenomen. Als u die gebruikt, kunt u precies zien over welke jaren u in de ­reserveringsruimte premies mag aftrekken.
Als u zowel jaarruimte als reserveringsruimte hebt, bent u wellicht geneigd om de premies maar af te trekken in de jaarruimte. Of u hebt helemaal geen zin om de reserveringsruimte te berekenen. Maar u kunt zichzelf daarmee op wat langere termijn tekort doen. Als u namelijk reserveringsruimte over het jaar 2001 hebt, dan is 2008 het laatste jaar dat u die kunt gebruiken. Over het belastingjaar 2009 (volgend jaar) bestaat de reserveringsruimte namelijk uit niet-gebruikte jaarruimte over de jaren 2002 tot en met 2008. Zo verliest u ieder jaar het oudste jaar.

U kunt dus misschien toch beter even de moeite nemen om de reserveringsruimte over 2001 uit te rekenen. Komt daar een positief bedrag uit, dan kunt u uw betaalde lijfrentepremie beter in deze reserveringsruimte aftrekken dan in de jaarruimte. In het aangifteprogramma wordt gevraagd of u gebruik wilt maken van de reserveringsruimte en daar vult u dan ‘ja’ in.

PLUSTIP 10: Denk aan de giftenaftrek

Sinds 1 januari 2008 zijn giften uitsluitend nog aftrekbaar als de instelling aan wie u geeft als anbi (algemeen nut beogende instelling) is geregistreerd bij de Belastingdienst. Op www.belastingdienst.nl kunt u nakijken of een instelling een anbi is. Staat ze niet de lijst, dan is geen aftrek mogelijk.

PLUSTIP 11: Controleer bank-afschriften op dividendbelasting

Als u dividend hebt ontvangen, is daarop al 15 procent belasting ingehouden, de dividendbelasting. U mag dit bedrag aftrekken van de belasting die u moet betalen over uw totale inkomsten. Dat geldt óók als de aandelen niet hoeven te worden aangegeven omdat uw vermogen lager is dan het heffingsvrije vermogen. Vergeet dus niet uw bankoverzichten te controleren op ingehouden dividendbelasting. U kunt het bedrag invullen bij de rubriek ‘Te verrekenen bedragen’.

Om bij de hand te houden

  • De aangifte van vorig jaar
  • De jaaropgave van de werkgever, pensioenfonds of uitkeringsinstantie
  • De WOZ-waarde van uw woning per 1 januari 2007
  • De jaaropgave over de stand van de hypotheek
  • Een overzicht met het saldo van al uw rekeningen, afkomstig van de bank(en)
  • Een overzicht met uw lijfrente(s), afkomstig van
    de verzekeraar(s)

Handig om te weten

  • Het aangifteprogramma kunt u downloaden via www.belastingdienst.nl
  • Uw burgerservicenummer (sofinummer) kunt u vinden in een aangifte van vorig jaar of in uw paspoort (daar heet het persoonsnummer)
  • Stuur geen bijlage mee met uw aangifte, dat is niet nodig
  • Foutje gemaakt? U kunt totdat u een aanslag ontvangt met een brief nog wijzigingen doorgeven

Lees ook de andere artikelen in onze belastingspecial!

 

Trefwoorden: