Column Francien (11): Chemotherapie

Het wordt toegediend op een speciale afdeling in het ziekenhuis. Rijen kamers met twee of vier patiënten in een bed. Mensen die voor het eerst komen, zien er nerveus en onwennig uit. Oudgedienden die er al voor de zoveelste keer zijn, maken een gelaten indruk. De een leest wat, de ander probeert een beetje te slapen. Ze hebben allemaal een infuus in hun arm. Marte ook.

Marte is ondertussen een oude bekende op de dagbehandeling. Ze kent de namen van bijna alle verpleegkundigen en maakt met iedereen een praatje. Ze is een van de weinige patiënten die altijd opgewekt is. Wanneer haar infuus is ingebracht en de chemo langzaam haar aderen binnen druppelt, beginnen we aan ons eerste potje Scrabble van de dag.

Af en toe worden we onderbroken door verpleegkundigen die iets komen controleren of een nieuwe zak met medicatie aansluiten. Ze zijn uiterst zorgvuldig en vakkundig. Ik heb veel bewondering voor iedereen die hier werkt. Van de apothekers die, als sciencefiction figuren in witte ruimtepakken, achter een dikke laag glas de chemokuren klaarmaken, tot de vrolijke jongen die zingend de boel aanveegt.

Zelfs in mijn vreemdste dromen had ik het nooit kunnen bedenken: eindeloos scrabbelen op een afdeling waar iedere patiënt kanker heeft. De gesprekken tussen verpleegkundigen, de fel rood gekleurde infuuszakken, de pruiken en hoofddoekjes; alles leidt me af. Marte daarentegen legt onverstoorbaar haar woorden neer en wint elk potje, zelfs als ze een middel toegediend krijgt waar je slaperig van wordt. Ze is zo sterk, daar kan ik nog een voorbeeld aan nemen.

Na een aantal uren wordt het infuus verwijderd en mag Marte naar huis. Het zit er op voor deze week. Thuis heb ik op een groot karton een schema gemaakt. Fijn, vandaag kan ik weer een van de zestien chemokuren doorstrepen.

Reageren
Wilt u een persoonlijke reactie sturen aan Francien? Stuur een email naar redactie@plusmagazine.nl