Ouderen zijn meer gaan bewegen, helft Nederland beweegt genoeg

Meer dan de helft van de Nederlanders ouder bewoog in 2019 voldoende. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Opvallend is dat ouderen veel meer bewegen dan twintig jaar geleden.

De cijfers komen uit de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor 2019 van het CBS, die het statistiekbureau in samenwerking met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft opgesteld.

Volwassenen moeten iedere week minstens 2,5 uur matig intensief bewegen, bijvoorbeeld door te wandelen of te fietsen. Kinderen moeten dagelijks minstens een uur bewegen. 54 procent van de Nederlanders spande zich vorig jaar voldoende in. Van de 65-plussers sportte 35 procent minstens één keer in de week.

Naast matig intensief bewegen adviseert de Gezondheidsraad mensen om spier- en botversterkende activiteiten te doen. Op die manier wordt het risico op chronische ziektes, zoals diabetes, hart- en vaatziekten en depressieve symptomen verkleind. Ook wordt bij senioren de kans op botbreuken kleiner.

82 procent van de Nederlanders deed in 2019 voldoende spier- en botversterkende activiteiten. Bijna alle vier- tot twaalfjarigen voldeden aan de norm (99,8 procent), van de mensen van 65 jaar en ouder voldeed 75 procent hieraan.

Vorig jaar haalden twee keer zoveel ouderen de beweegrichtlijnen als bijna twintig jaar geleden. In 2001 voldeed 22 procent van de 65-plussers aan de adviezen, vorig jaar was dat percentage 40 procent.

Bron(nen):