6 veelgestelde vragen over zoetstoffen

Is zoetstof veilig?

Zoetstoffen. Er is soms veel om te doen. Zo wordt er wel gezegd dat je van light dranken alleen maar dikker wordt en dat zoetstoffen kanker veroorzaken. Klopt dat wel? Zes veelgestelde vragen met hun antwoorden.

1. Welke zoetstof is het beste?

De ene zoetstof is niet beter of slechter dan de andere en ze zijn ook allemaal veilig in gebruik. Het hangt daarom sterk af van je persoonlijke voorkeur voor welke zoetstof je kiest. De een vindt stevia prettiger dan bijvoorbeeld sucralose. De ander gebruikt liever van aspartaam of sacharine. Voor het bakken met zoetstoffen geldt hetzelfde: de een houdt van een compacte cake en gebruikt daarom sucralose, de ander heeft het cake juist liever wat luchtiger en gebruikt tagatose.

2. Zijn zoetstoffen veilig?

Over zoetstoffen doen veel verhalen de ronde. Zo wordt wel eens gezegd dat zoetstoffen kankerverwekkend zijn. Zoetstoffen mogen echter alleen in voedingsmiddelen worden gebruikt als duidelijk is dat ze veilig (en dus niet kankerverwekkend) zijn. Zelfs het Wereld Kanker Onderzoek Fonds zegt dat zoetstoffen veilig zijn.

Er wordt vooraf dan ook uitgebreid onderzoek naar de veiligheid van zoetstoffen gedaan. Naar aanleiding van de onderzoeksuitkomsten wordt de zogenoemde ADI vastgesteld. Dit wordt gedaan door onafhankelijke wetenschappers van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). De ADI is de hoeveelheid zoetstof die iemand z’n hele leven lang dagelijks kan gebruiken zonder dat dit tot gezondheidsrisico’s leidt. Pas als de veiligheid van een stof bij dagelijks gebruik onder de ADI met voldoende zekerheid is aangetoond in wetenschappelijke onderzoeken, kan een stof worden toegelaten voor gebruik in levensmiddelen. Om een extra veiligheidsmarge in te bouwen is de ADI een factor 100 lager vastgesteld dan de hoeveelheid die naar verwachting tot gezondheidsproblemen kan leiden. Door deze ingebouwde veiligheidsmarge is het geen probleem als je een keertje meer binnenkrijgt dan die vastgestelde maximale hoeveelheid.

De ADI wordt overigens weergegeven in milligram per kilogram lichaamsgewicht. De hoeveelheid zoetstof per dag waarvan is aangetoond dat die veilig is, is voor kinderen en lichtere mensen daardoor dus lager dan voor mensen met een hoger lichaamsgewicht. Bij toepassing van meerdere zoetstoffen in één product wordt in de berekening uitgegaan van de zoetstof waarvan de ADI het snelst wordt bereikt.

3. Word je dik van light frisdrank?

Door het drinken van suikerhoudende drank krijg je ongemerkt veel calorieën binnen. Door de suiker te vervangen door kunstmatige zoetstoffen smaken dranken nog steeds zoet, maar dan zonder calorieën. Dat lijkt dus een ideale oplossing. Sommige mensen zeggen echter dat kunstmatige zoetstoffen tot gewichtstoename leiden.

Dat zoetstoffen je dikker maken komt niet uit de meest betrouwbare studies*. sterker nog: die tonen aan dat je gewicht verliest wanneer je suikerhoudende dranken verwisselt voor light dranken. Dat wil trouwens niet zeggen dat light dranken dé oplossing voor overgewicht zijn; het gaat namelijk maar om ongeveer 1 kilo. Daarnaast zullen voor gewichtsverlies ook andere aanpassingen in het eetpatroon nodig zijn. Bovendien tasten de zuren die erin zitten het tandglazuur aan. Water, thee en koffie blijven dus de voorkeur verdienen.

Het is overigens wel zo dat mensen die dranken met zoetstoffen drinken vaker een hoger BMI hebben. Dit staat bekend als 'reverse causality'. Het is namelijk aannemelijk dat het juist mensen met overgewicht zijn die light dranken drinken, in een poging iets af te vallen. Daarnaast is er iets wat ze 'compensatiedrang' noemen: door gebrek aan kennis overschatten veel mensen de gezondheidsvoordelen van lightproducten of etenswaren met zoetstoffen. Wanneer zij 'minder kilocalorieën' of 'minder vet' op de verpakking van een product zien staan, verwachten zij dat hier drastisch minder kilocalorieën in zitten. Hierdoor gaan ze juist meer eten en/of drinken. In 2006 heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu het compensatiegedrag van Nederlandse lightproductgebruikers inzichtelijk gemaakt. Zij concludeerden dat met name de ongezonde lightproducten waaronder fris- en vruchtendranken en chips op een verkeerde manier gebruikt werden. Compensatiegedrag leidt ertoe dat je juist aankomt in plaats van afvalt.

4. Mag je light dranken drinken tijdens zwangerschap en borstvoeding?

Light frisdranken, maar ook andere light producten kun je veilig gebruiken als je zwanger bent of borstvoeding geeft. Zowel voor jou als voor je ongeboren kind zijn zoetstoffen niet schadelijk. Het is natuurlijk wel de bedoeling dat je onder de eerder genoemde ADI blijft. Als een zoetstof in specifieke omstandigheden niet mag worden gebruikt, staat op de verpakking een duidelijke waarschuwing. Dat is bijvoorbeeld het geval voor mensen met fenylketonurie, die geen aspartaam of andere bronnen van het aminozuur fenylalanine mogen binnenkrijgen.

De Europse Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) doet uitgebreid onderzoek naar de veiligheid van een stof voordat deze aan producten mogen worden toegevoegd. Dat geldt niet alleen voor zoetstoffen, maar ook voor kleurstoffen, smaakversterkers of conserveringsmiddelen. Als de uitkomst daarvan is dat deze veilig genoeg is om dagelijks te eten of te drinken, geeft de Europese Unie deze additief een E-nummer. De E-nummers van zoetstoffen beginnen alle met een '9'.  

In dit filmpje wordt duidelijk uitgelegd hoe het met E-nummers geregeld is:

5. Waarom krijg je soms een bittere nasmaak van zoetstoffen?

Met je smaakpapillen onderscheid je zout, zuur, bitter, zoet en umami. Maar dat onderscheid is wel heel persoonlijk. Zo kan de één een bittere smaak intenser waarnemen dan een ander. In het geval van stevia wordt de zoete smaak vertraagd door het lichaam waargenomen. Het heeft een enigszins bittere smaak en nasmaak. De bitterheid neemt af als stevia wordt gemengd met suikers zoals sacharose, fructose of glucose. Dit laatste wordt vaak gedaan bij frisdranken.

6. Passen zoetstoffen in een koolhydraatarm of -beperkt dieet?

Laagcalorische zoetstoffen zijn geen koolhydraten. Een zoetje of vloeibare intensieve zoetstoffen (bijvoorbeeld in frisdrank) tellen daarom niet mee voor de koolhydraten. Een laagcalorische zoetstof in poedervorm bevat wel een klein beetje koolhydraten, 0,5 gram per theelepel zoetstof. Dit is zo weinig dat een laagcalorische zoetstof in een laag koolhydrate voeding past.

Het is wel opletten wanneer je je eten of drinken zoet met iets uit de zoetstoffengroep polyolen. Dit zijn namelijk zijn een soort koolhydraten. Van polyolen heb je meer nodig dan van intensieve zoetstoffen om dezelfde zoete smaak te bereiken. Als je koolhydraatarm of koolhydraatbeperkt eet, is het daarom wel verstandig te kijken naar de hoeveelheid polyolen die je gebruikt.

* Miller PE, Perez V. Low-calorie sweeteners and body weight and composition: a meta-analysis of randomized controlled trials and prospective cohort studies. Am J Clin Nutr. 2014 Sep;100(3):765-77. - ogers PJ, Hogenkamp PS, de Graaf C, Higgs S, Lluch A, Ness AR, Penfold C, Perry R, Putz P, Yeomans MR, Mela DJ. Does low-energy sweetener consumption affect energy intake and body weight? A systematic review, including meta-analyses, of the evidence from human and animal studies. Int J Obes (Lond). 2016 Mar;40(3):381-94.