Is alles duurder sinds de euro?

We betalen dit jaar al twintig jaar met de euro. Toch rekenen we nog vaak terug naar de gulden en blijft de hamvraag: heeft de euro alles duurder gemaakt? We duiken de cijfers in.

Wat deed de inflatie?

In de laatste maanden van 2021 is de inflatie sterk gestegen naar meer dan 5 procent. Dat is voor het eerst in meer dan veertig jaar. Tot die tijd was de inflatie zeer beperkt en sinds de introductie van de euro is de inflatie in Nederland zelden hoger geweest dan een procent of 2.

Alle inflatie over de afge­lopen twintig jaar bij elkaar ­opgeteld is zo’n 38 procent. Dat betekent dat 100 gulden in 2001 overeenkomt met zo’n €62 nu. Ter vergelijking: in de jaren 70 was er nog sprake van meer dan 7 procent inflatie. In het decennium voor de invoering van de euro was de inflatie zo’n 2,5 procent. In dat opzicht heeft de euro het in Nederland dus twintig jaar lang niet slecht gedaan.

Over het algemeen wordt een beetje inflatie gezien als een voordeel, want het zorgt voor rust. Als je ineens minder kunt doen met je (spaar)geld, zorgt dat voor onrust die moeilijker beheersbaar is. Die relatieve rust zou je onder meer toe kunnen schrijven aan het ­beleid van de Europese ­Centrale Bank – al spelen ­natuurlijk veel meer factoren een rol, zoals marktwerking, loonontwikkeling, beschikbaarheid van grondstoffen et cetera. Bij de invoering van de euro op 1 januari 2002 was de ­verwachting dat we de gulden binnen een jaar min of meer vergeten zouden zijn: als je iedere dag betaalt met een nieuwe munteenheid, ben je er zó aan gewend. Het liep anders.

Vanaf het begin hadden veel mensen de indruk dat de euro zaken duurder maakt. In de horeca ging er een schep bovenop en in de supermarkten werd vaak al snel naar boven afgerond in euro’s. Een ING-directeur vatte het destijds goed samen: “Het is duidelijk dat de euro is gebruikt om marges te verbeteren.” Volgens het CBS én de toenmalige minister van Financiën Zalm viel het over het geheel gezien reuze mee met die prijsstijgingen, maar die boodschap overbrengen bleek een moeilijke opgave. “Als dat in mijn eigen gezin al niet lukt, zal het nog een lastige taak worden met het Nederlandse volk”, aldus Zalm. Twintig jaar later kunnen we stellen dat het profetische woorden waren, want uit een enquête onder ons Plus Panel blijkt dat we heel vaak denken dat iets duurder is geworden door de euro. Ook rekenen we nog verrassend vaak terug naar de gulden. Meer dan een kwart van de ondervraagden wil zelfs die oude vertrouwde pieken en knaken graag terug.

Horeca

Een veelgehoorde klacht bij de invoering van de euro was dat ‘een biertje van 2 gulden naar 2 euro ging’. Volgens de rekenmeesters was dat niet het geval en laat ons prijsgeheugen ons ook een beetje in de steek. In 2001 kostte een pilsje gemiddeld nog €1,41 (ruim 3 gulden) en daar kwam in 2002 13 eurocent bij. Een forse prijsstijging, maar géén verdubbeling. De afgelopen twintig jaar is een pilsje wel flink duurder geworden en op sommige plaatsen zelfs bijna ‘over de kop’ gegaan.

Komt dat door de euro? In het eerste jaar misschien wel – door de afronding – maar ook andere factoren spelen een rol. Om te beginnen de inflatie (zie kader op ­pagina 20), maar er waren ook accijnsverhogingen (btw van 19 naar 21 procent). Momenteel zorgt de coronacrisis ervoor dat kroegen minder bier verkopen en daarom per biertje meer moeten verdienen. Ook hebben de brouwers de literprijzen flink verhoogd.

De boodschappen

Negen van de tien ondervraagden uit het panel is ervan overtuigd dat de dagelijkse boodschappen duurder of veel duurder zijn geworden. Dat blijkt niet direct uit de statistieken, al maakt het natuurlijk wel uit welke boodschappen je doet. Aardappelen zijn bijvoorbeeld fors in prijs gestegen sinds 2001. Bovendien gaat het CBS uit van een gemiddelde en hebben wij als indicatie voor de meest actuele prijzen gekeken naar zo voordelig mogelijke opties en naar wat duurdere huismerken. Wie slim boodschappen doet, hoeft dus nog steeds niet veel meer te betalen dan twintig jaar geleden. Ook zijn volgens het CBS de prijzen in de supermarkt gestegen, maar over het algemeen loopt dat in de pas met de inflatie. Is de supermarkt anno nu duurder door de euro? Er waren twintig jaar geleden wat afrondingsverschillen die producten soms duurder en soms wat goedkoper maakten en de btw was soms verhoogd, dus bij de ­dagelijkse boodschappen lijkt de ‘normale’ geldontwaarding eerder de boos-doener dan een andere munteenheid. 

Brandstoffen   

Slechts 4 procent van de ondervraagden denkt dat de brandstofprijzen gelijk zijn gebleven, maar wie weleens aan de pomp staat, zal regelmatig schrikken van het bedrag op de meter na een volle tank. €100 is geen uitzondering meer, want op veel plaatsen betaal je inmiddels meer dan €2 voor een liter ‘normaal’. Voor dieselrijders is het niet veel anders: ook die prijs is inmiddels verdubbeld. Deze stijgingen zijn niet toe te schrijven aan de invoering van de euro. Ook hier spelen de btw en andere accijnzen op ­brandstoffen een rol – en natuurlijk de energiecrisis. Er is minder aanbod, de vraag blijft hoog en dat is terug te zien in de prijs.

Nog groter is de prijsstijging van andere brandstoffen die nodig zijn voor energie: gas en elektriciteit. Eind 2021 stegen die tarieven met zo’n 40 procent. De overheid heeft hiervoor inmiddels compensatiemaatregelen aangekondigd. Ook deze stijgingen zijn ontstaan door minder aanbod en meer vraag, en zijn niet direct terug te voeren op alleen ‘de euro’.

Hypotheeklasten

Eén op de drie ondervraagden (36 procent) denkt dat de hypotheeklasten sinds de invoering van de euro gelijk zijn gebleven en een nog iets grotere groep denkt dat de lasten sindsdien zijn gestegen. Ruim een kwart denkt dat ze sinds 2002 zijn gedaald. De afgelopen jaren is er veel gezegd over de historisch lage rente, onder meer omdat deze ervoor zorgt dat veel pensioenen niet meestijgen met de inflatie. Op de huizenmarkt zien we de keerzijde van die medaille: goedkopere hypotheken. Veel mensen hebben daarom de ­afgelopen jaren de hypotheek gunstiger kunnen oversluiten en voor velen bestaat die ­mogelijkheid nog steeds. Betekent dit ook dat we veel goedkoper wonen? Deels. Want de mogelijkheid om meer te lenen heeft er ook voor gezorgd dat de huizenprijzen sterk zijn gestegen. Wie verkoopt en er iets voor terug wil kopen, is dus meer geld kwijt voor het nieuwe huis. De gestegen WOZ-waarde leidt ook tot hogere gemeentebelastingen. De lage rente biedt duidelijk voor- en nadelen en hoe dat uitpakt is sterk afhankelijk van persoonlijke omstandigheden. Komt deze renteverlaging door de euro? Deels wel, want door die munteenheid zijn we ook gebonden aan het beleid van de Europese Centrale Bank, die een vinger in de pap heeft bij het bepalen van de rente.

Gulden terug

Hoewel we er al twintig jaar dagelijks mee betalen, zou meer dan een kwart van de ondervraagden de gulden terug willen. Waarom? De ­redenen lopen uiteen: het was een sterke munt, alles zou weer goedkoper worden, het voelde ‘eigen’ en ‘onafhankelijk’. En ook: er zijn nu andere eurolanden die minder bijdragen en zo profiteren. En dat geld wisselen aan de grens had ook iets leuks.

Bij de groep die niet meer terug wil naar de euro lijkt er vooral sprake van berusting: ‘het is wat het is’.

Dit artikel verscheen eerder in Plus Magazine maart 2022. Abonnee worden van het blad? Dat doet u in een handomdraai!