Wat zijn de kosten van een tweede huis?

Verzekeringen, parkkosten, onderhoud: een tweede huis op een park brengt kosten mee zich mee die elk jaar opnieuw terugkomen.

Bij een tweede huis denken mensen vaak aan inkomsten. Niet alleen omdat het geld opbrengt als je het huis verhuurt, maar ook omdat het een besparing oplevert. Wie een tweede huis heeft, kan immers gratis met vakantie. Het geld dat je anders kwijt zou zijn aan de huur van een huisje, een appartement of een hotelkamer, houd je nu in je zak. Eenmaal in het tweede huis hoeft het leven niet duurder te zijn dan thuis. Je hebt alles bij de hand, je kookt in je eigen keuken en je drinkt koffie in je eigen tuin. Dat klopt natuurlijk, maar toch komen er allerlei extra kosten
bij kijken.

Parkkosten

De grootste uitgavenpost betreft de kosten om het park in goede staat te houden. Bijvoorbeeld kosten voor het groenonderhoud, voor de wegen, de verlichting. Hoe hoog de parkkosten zijn, hangt af van het type park. Ook de omvang van het park speelt een rol.

In een relatief klein park met veel faciliteiten ben je jaarlijks zo’n €4000 kwijt aan parkkosten, terwijl je in een groot park met weinig extraatjes op zo’n €1000 per jaar kunt rekenen.

Alle eigenaren van een huis betalen mee aan de kosten. Hoe meer eigenaren, hoe lager de parkkosten. Ook maakt het uit of je een tweede huis hebt met of zonder de grond erbij. Als je geen eigenaar bent van de grond, moet je jaarlijks – afhankelijk van de locatie en de omvang – rekenen op €500 tot €2500 aan huur of erfpacht.

Onderhoud

Ook het onderhoud van het tweede huis kost geld. Het maakt veel uit of het huis oud of nieuw is. En wat voor type huis het is. Een houten huis vraagt veel onderhoud. Een stenen huis minder, maar ook dan zul je eens in de zoveel tijd geld kwijt zijn aan schilderwerk van deuren en kozijnen. Wie dat zelf doet, is een stuk voordeliger uit dan iemand die het uitbesteedt. “Als je jaarlijks tussen de €500 en €1000 reserveert voor groot onderhoud, kom je een eind”, zegt Aad Rekelhof  van Vakantiemakelaar, een makelaar die gespecialiseerd is in de verkoop van recreatiewoningen. Wie een kunststof chalet heeft – wat nauwelijks onderhoud vraagt – zou jaarlijks datzelfde bedrag opzij moeten zetten voor de afschrijving. “Zo’n chalet is na 20 of 25 jaar aan vervanging toe, zeker als je het verhuurt”, aldus Rekelhof. “Huurders zijn veeleisend, dus het is verstandig om daar geld voor te reserveren.”

Hetzelfde geldt voor het interieur. Als je alleen zelf gebruikmaakt van je tweede huis, kun je je eigen smaak en wensen volgen. Maar als je het huis ook verhuurt, heb je af en toe nieuwe meubels nodig en moet je investeren in de keuken en het sanitair. Huurders verwachten dat een huis er fris en eigentijds uitziet. Het is verstandig om daarvoor jaarlijks €500 tot €700 opzij te zetten. Bij parken waar de exploitant de verhuur van de huizen organiseert, gelden vaak vaste afspraken en vaste bedragen voor de vervanging van het interieur. Dan worden de meubels bijvoorbeeld elke tien jaar vervangen en zijn alle huizen in dezelfde stijl ingericht.

Vaste lasten

Net als thuis heb je in een tweede huis te maken met vaste lasten. Denk aan de kosten van energie, water en een internetaansluiting. Bij de parken die nu nieuw gebouwd worden, zijn geen gasaansluitingen meer en betaal je alleen elektriciteit. In oudere parken zijn gasaansluitingen, maar er zijn ook parken waar je butaangas nodig hebt. Dat is duurder dan gewoon gas. Jaarlijks moet je rekening houden met zo’n €1000 aan verbruikskosten.

Ook verzekeringen horen bij de vaste lasten. De kosten voor een inboedel- en opstalverzekering zijn in een tweede huis doorgaans lager dan thuis. Reken op zo’n €200 per jaar.

Tot slot vormen de gemeentelijke belastingen een kostenpost. Jaarlijks ben je gemiddeld €500 tot €750 kwijt aan afvalstoffenheffing, rioolheffing, forensen- of toeristenbelasting en soms onroerendezaakbelasting (over de WOZ-waarde). Over eigen grond en over de waarde van een huis betaal je sowieso onroerendezaakbelasting.

Of je voor een chalet onroerendezaakbelasting betaalt, verschilt per gemeente en ook wel per chalet. Een chalet staat feitelijk op wielen en geldt niet als onroerend goed, maar soms wordt het wel zo beoordeeld.

Dit artikel verscheen eerder in Plus Magazine maart 2021.