Goed leven met diabetes

Richtlijnen en adviezen

Als u type 2-diabetes heeft en u ervoor wordt behandeld, zijn er nog een aantal zaken handig om te weten. U kunt bijvoorbeeld tijdelijk te veel of te weinig glucose in uw bloed hebben. Wat doet u dan? En hoe vaak moet u op controle bij uw arts?

Om uw bloedglucosegehalte op peil te houden, let u erop dat u gezond eet en voldoende beweegt en gebruikt u misschien tabletten of insuline. Maar er zijn veel factoren die invloed hebben op het bloedglucosegehalte; van een boodschapje doen tot een zwangerschap of een grote verhuizing.

Hypo
Het kan daardoor voorkomen dat uw bloedglucosegehalte te laag wordt. Als u te weinig glucose in je bloed hebt (minder dan 4 mmol per liter), dan heeft u een hypo. Dat is vervelend, want u krijgt er nare klachten door, zoals zweten, trillen, hoofdpijn, duizeligheid, minder concentratie, vermoeidheid, honger en/of een wisselend humeur.

Als u last krijgt van deze klachten, controleer dan uw bloedglucose en neem vervolgens 20 gram glucose. Dat kan bijvoorbeeld door 6 tabletjes druivensuiker te nemen. Test na een kwartier uw bloedglucose nogmaals. Zit u nog te laag, neem dan wat 'langzame' suikers, bijvoorbeeld een boterham met zoet beleg en een glas zoete ranja.

Een ernstige hypo kan gevaarlijk zijn. Verwarring en sufheid kunnen overgaan in een toestand waarin u buiten bewustzijn raakt. Uw omgeving moet dan een arts waarschuwen of glucagon bij u spuiten, dat is een stof die ervoor zorgt dat uw bloedglucosegehalte snel op peil raakt. Zorg dus dat uw directe omgeving weet wanneer en hoe ze een glucagoninjectie moeten geven.

Hyper
Bij een hyper is uw bloedglucosewaarde juist te hoog, u heeft dan dus te veel glucose in uw bloed. U merkt dit aan het feit dat u extreme dorst heeft, veel moet plassen, vermoeid bent en/of een droge tong heeft.

Deze klachten zult u herkennen uit de tijd dat de diagnose diabetes nog niet bij u was vastgesteld. De behandeling is gericht op het naar beneden krijgen van uw bloedglucosegehalte door het slikken van tabletten of het spuiten van insuline. De bedoeling is dat het bloedglucosegehalte weer onder de 10 mmol per liter komt.Controles
Als u diabetes heeft, zult u uzelf heel regelmatig moeten (laten) controleren. Door zorgvuldige controles kunt u de klachten tot een minimum beperken. Belangrijk is heel regelmatig uw bloedglucose te meten. Zo kunt u hypo's of hypers zien aankomen en ze voorkomen.

Als u overigens vaak last hebt van een hypo of een hyper, dan is het raadzaam met uw arts te kijken naar uw behandeling, die zal waarschijnlijk aangepast moeten worden.

Niet alleen uzelf, maar ook een arts of verpleegkundige dient een aantal keer per jaar uw bloedglucose te bepalen. Ander onderzoek dat een arts of verpleegkundige regelmatig (dat wil zeggen: elke drie maanden) moet doen, is onderzoek naar uw:

  • voeten
  • bloeddruk
  • gewicht

Daarnaast moet u minimaal eens per jaar het volgende laten controleren door uw arts:

  • bloeddruk en bloedvetten (zoals cholesterol)
  • nieren (uw urine testen op eiwitten)
  • voeten (door een specialist)
  • ogen

Bij deze onderzoeken zal de arts natuurlijk ook uw gezondheidssituatie met u bespreken. De onderzoeken zijn er om uw gezondheid te controleren en u zo goed mogelijk met uw ziekte te laten omgaan.

Trefwoorden: