Rekening aangepaste badkamer naar gemeente

Eindhoven moet de kosten vergoeden voor de vervanging van een ligbad door een douche, ook al is de badkamer meer dan twintig jaar oud en afgeschreven. Het is ook niet van belang dat de inwoner de verbouwing zelf had kunnen betalen. De gemeente moet betalen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Dat blijkt uit een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, de hoogste instantie op dit gebied. Een vrouw, geboren in 1923, kon vanwege medische redenen haar ligbad niet meer gebruiken. Zij vroeg de gemeente op grond van de Wmo het ligbad te vervangen door een douche. De gemeente wees de aanvraag af, omdat de badkamer afgeschreven was. Volgens de gemeente valt de vervanging dan onder groot onderhoud en dat moet een huiseigenaar zelf betalen.

Minimum inkomen

Volgens de Wmo heeft een gemeente een algemeen gebruikelijke aanpassing niet te vergoeden. Algemeen gebruikelijk zijn diensten, hulpmiddelen en voorzieningen die niet specifiek bedoeld zijn voor mensen met een beperking. De kosten moeten bovendien betaalbaar zijn met een minimum inkomen. In dit geval kostte de verbouwing op medische gronden 6500 euro. De rechtbank oordeelde dat zo'n bedrag niet te betalen is met een minimum inkomen. De gemeente meende dat de vrouw een hypotheek kon nemen om de verbouwing te betalen. De rechter zag dit als een extra financiële voorwaarde. In de Wmo mag de gemeente wel een eigen bijdrage vragen, maar geen extra financiële voorwaarden. De rechtbank droeg de gemeente op de verbouwing te vergoeden. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak bevestigd. Verder hoger beroep is niet mogelijk.

Bron: Rechtspraak