Liefde in de tijd van oorlog

In oorlogstijd vervaagt de grens tussen wat geoorloofd is en wat niet, soms op een grillige manier. Zo laat auteur Auke Kok verrassende overeenkomsten zien tussen de collaborateur en de verzetsman.

Goede en slechten mensen

Over de Nederlandse bezettingstijd zijn onvoorstelbaar veel boeken geschreven. En toch zul je één belangrijk aspect vrijwel niet aantreffen. Dat heeft te maken met de nogal simplistische scheidslijn die meestal is getrokken – die van de moraal. In de officiële geschiedschrijving is sprake van twee soorten Nederlanders: de goeden en de slechten. De slechten werkten samen met de Duitse bezetter en waren dus in alle opzichten slecht. De goeden deden dat niet en waren daardoor ‘goede mensen’. Wel zo overzichtelijk.

Andere indeling

Maar een andere indeling is minstens zo interessant, en misschien geeft die wel diepere inzichten in wat mensen destijds heeft bewogen om in actie te komen. Je kunt namelijk ook zeggen dat de Nederlandse bevolking uiteenviel in avonturiers en gewone burgers. De gewone burgers gingen na de Duitse inval verder met hun dagelijks leven, de avonturiers deden dat niet. De avonturiers meldden zich bij het verzet of ze werkten samen met de Duitsers. Verzetslieden en collaborateurs onderscheidden zich van de rest door hun hang naar vrijheid.

Vrije liefde

En daaronder moet ook worden verstaan: de vrije liefde. Hierin leken de goeden en de slechten meer op elkaar dan historici suggereren. In zijn veertiendelige kroniek van Nederland in ­oorlogstijd besteedt Loe de Jong maar weinig ruimte aan zulke aspecten. Over de oorlog schrijven in termen van liefde, hoe belangrijk misschien ook, was niet respectabel. Dat gold in nog sterkere mate voor seksualiteit. Dus meldde De Jong over, pakweg, de verzetsman Henk van Randwijk dat deze een grote hekel had aan de nationaalsocialisten. Wat ongetwijfeld ­klopte. Hij schreef dat Van Randwijk zijn leven riskeerde met de oprichting van de ondergrondse krant Vrij Nederland. Wat juist was.

Van Randwijk

Dat Van Randwijk na zijn arrestatie eindeloos werd verhoord en dat hij toch niemand had verraden. Correct. Dat hij dus een echte held was, moedig en vasthoudend, een voorbeeld voor velen. Akkoord. Maar wat je ­nergens zult aantreffen in ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’ is dat de vooraanstaande verzetsman Henk van Randwijk de ­illegaliteit ook, nou ja, leuk vond. In de illegaliteit heette hij Sjoerd van Vliet en als zodanig beminde hij een andere vrouw dan onder zijn eigen naam. Sjoerd van Vliet leefde als het ware in een andere wereld en dat bracht aantrekkelijke voordelen met zich mee. Maar de koene Van Randwijk die zijn vrouw bedriegt, die liegt en draait – op dat beeld zat niemand te wachten.

Koerierster
Van Randwijks buitenechtelijke relatie was met een koerierster. Ze heette Aa van der Meer en ze was blond, aantrekkelijk en jonger dan hij. Na de oorlog zou Van Randwijk het boek ‘In de schaduw van gisteren’ publiceren. Op tal van scholen zou het worden uitgedeeld als een soort oorlogsbijbel inzake goed en fout. Daarin uiteraard geen woord over het plezier dat je kon hebben onder je schuilnaam. Hoe spannend het was om ’s avonds de deur uit te gaan en dat niemand thuis mocht weten waar je heenging. Hoe opwindend om elders in de stad een knappe vrouw te beminnen die zich Lies Bloem noemde; een medewerkster van de verzetskrant van wie jij dan weer niet mocht weten dat ze eigenlijk Aa van der Meer heette.

Mannen werden gedwongen voor arbeid
Overal in Nederland waren jonge vrouwen actief als koerierster. Zeker vanaf 1943, toen mannen werden opgepakt voor gedwongen arbeid in Duitsland. En veel van die koeriersters vielen op de verzetshelden van wie zij hun opdrachten kregen. Want samenwerking erotiseert, zoals dat heet, en illegale samenwerking doet dat in versterkte mate. Wat op kantoren gebeurt, gebeurde in de oorlog tien keer zo vaak. Blind dates na spertijd, zeg maar. Samen in het geheim verboden werkzaamheden verrichten: zie dan de handen maar eens thuis te houden. Voor tal van illegale werkers was de bezetting een bevrijding. De Duitse inval schiep mogelijkheden om ondergronds te gaan en daar een leven te leiden zonder agenda’s en vergaderingen.

Verzetsmannen

Bij moedige verzetsmannen denken velen aan Gerrit Jan van der Veen. Bij beruchte landverraders aan Anton van der Waals. De eerste streed voor zijn vaderland, de tweede hielp de bezetter. De eerste – een kunstenaar – zou naamgever worden van straten en scholen. De tweede – een kunstminnaar – zou na zijn dood model staan voor duistere roman- en filmpersonages (zoals Henri Osewoudt in ‘De donkere kamer van Damocles’ van W.F. Hermans). Toch hebben Van der Veen en Van der Waals een belangrijke overeenkomst. Ze versierden – en bedrogen – vrouwen waar die bij stonden. Liegen en de charmeur uithangen konden ze ongeveer even goed. Onder valse identiteiten namen ze risico’s waarvoor anderen terugdeinsden. Ze hadden succes, ze overwonnen tegenstand en kregen haast een overdosis aan zelfvertrouwen. Hun hormoonspiegel kreeg een duw omhoog en waar ze ook heengingen, de vrouwen wilden met hen mee.

Persoonsregister van Amsterdam
Van Gerrit Jan van der Veen is bekend dat hij met een stel anderen een poging deed het persoonsregister van de gemeente Amsterdam op te blazen. Een daad waarmee hij terecht veel eer inlegde. Het persoonsregister maakte het de Duitsers makkelijk om mensen op te sporen en het was doodzonde dat de sabotagehandeling weinig uitrichtte. Hoe geweldig de poging ook was van Van der Veen: minder bekend is dat hij naast zijn echtgenote meerdere verhoudingen had. Voor hem was de oorlog in de eerste plaats een periode van spanning en avontuur. Van, zoals het wel is uitgedrukt, ‘het indianenspel der illegaliteit’.

Meerdere buitenechtelijke kinderen
Hij kreeg minstens twee buitenechtelijke kinderen, van wie de politicus Gerrit-Jan Wolffensperger de bekendste werd. Toen Van Veens onderlijf verlamd raakte door Duitse kogels, was zijn voornaamste zorg of hij nog seksueel verkeer kon hebben. De dokter vreesde het ergste. “Laten ze me dan maar meteen fusilleren,” zei Van der Veen.

Anton van der Waals

Zijn tegenpool Anton van der Waals kwam als medewerker van de Sicherheitsdienst in aanraking met vele vrouwen. En niet zelden bezweken ze voor zijn mooie pakken, zijn fraaie stem en de cadeautjes die hij voor ze meebracht. Met zijn strak achterover gekamde haar en zijn zorgvuldig gestroomlijnde snorretje boven een schalks lachje leek hij op de Amerikaanse filmster Errol Flynn. Van jongs af aan wilde hij beroemd worden. In zekere zin is hem dat gelukt. Eerst wilde hij zich aansluiten bij het verzet. Toen hij werd geweigerd, stapte hij rancuneus over naar de Duitsers. Zijn keuze had dus weinig met moraliteit te maken, en daarin was hij niet de enige.

Infiltreren
Niemand kon zo goed in verzetsgroepen infiltreren als Van der Waals. Van caféhouders tot burgemeesters en nationale politici: hij won hun vertrouwen. Vaak wist hij ze te benaderen door eerst hun vrouwen of moeders in te palmen. Als hij voldoende informatie van ze had afgetapt, dan lokte hij ze in de val van de Duitsers. Zo trok hij een spoor van vernielingen door de illegaliteit.

Verkering met secretaresse
Zijn hoogtepunt, of zo je wilt: dieptepunt? In het voorjaar van 1943 had Van der Waals vaste verkering met de secretaresse van zijn Duitse opdrachtgever én met de dochter van een belangrijke verzetsman. Wat je toch wel een prestatie mocht noemen. Zowel de Duitse secretaresse als de dochter van de verzetsman was gek van hem. Beiden verheugden zich erop zijn verloofde en echtgenote te worden. Maar helaas was dat onmogelijk – Van der Waals moest weer eens verder.

Kagereplassen
Op de Kagerplassen ontmoette hij een twaalf jaar jongere vrouw. Zij was 18 en meende van doen te hebben met een academisch geschoolde edelman die prachtige dingen deed in het verzet. Van der Waals nam haar mee naar dure restaurants, hij gaf haar bontmantels en zo werd zij stapelverliefd. Veel te laat kwam ze erachter dat Jonkheer Baron H. van Lynden – zoals op zijn visitekaartje stond – geen droomprins was, maar een Rotterdammer van eenvoudige afkomst. Erger, hij verdiende zijn geld als landverrader.

Valse naam
Van der Waals profiteerde van dezelfde omstandigheden als Henk van Randwijk, Gerrit Jan van der Veen, Wim Sanders en al die anderen die zijn bloed wel konden drinken. Onder valse namen leidde hij meerdere levens naast elkaar. Hij nam het ervan en dat kon lang doorgaan. In de oorlog kon je iemands gangen niet nagaan. Er viel nauwelijks iets te ­checken. Je moest iemand geloven op zijn blauwe ogen, vaak letterlijk.
Zowel aan de goede als aan de foute kant werden zo de stoutste dromen verwezenlijkt. Fantasieën botsten lang niet zo snel op de alledaagse realiteit als voor en na de oorlog.

Machthebbers

Machthebbers zijn voor sommige vrouwen onweerstaanbaar. Dat is iets van alle tijden en van alle samenlevingen. In Nederland konden de Duitsers daarover meepraten, net als de Canadezen. Nederland stond bekend als een kuis land – maar tussen 1940 en 1946 even niet. In een tijd van schaarste en voedingsbonnen vond menige jonge vrouw het maar wat fijn om aan de hand van een Duitse soldaat over de Scheveningse boulevard te flaneren. Omgang met Duitsers resulteerde in beter eten en drinken, in geborgenheid en gezelligheid.

Moffenmeiden
Bij bosjes boden ze zich aan, in uitgaansgelegenheden en kazernes. Als dat hun te moeilijk werd gemaakt, kwamen de Nederlandse meisjes wel naar de bunkers. De Duitsers waren doorvoed, ze konden gaan waar ze wilden. De Nederlandse mannen konden hier niet tegenop. Zij waren meestal arm en hadden weinig te bieden. Tenzij ze natuurlijk verzetsman of verrader – dus avonturier – waren. Na de Duitse capitulatie leefden de gewone mannen hun frustraties uit op de moffenmeiden. Of liever: moffenhoeren. Het idee dat die meisjes het voor hun lol hadden gedaan, was onverdraaglijk. Het woord hoer drukte beter het immorele van hun gedrag uit. En van Terneuzen tot Roodeschool werden de hoeren kaalgeknipt en bespot.

Komst van de Canadezen
Met de komst van de Canadezen was het vaak hetzelfde liedje. Ze brachten nieuwe uniformen om verrukt naar te kijken, nieuwe koppelriemen en Jeeps, chocola en sigaretten. Opnieuw vond er zoveel ongeremde seks plaats dat de autoriteiten zich zorgen maakten over de hygiëne. Net als tijdens de bezetting lieten pubermeisjes zich gebruiken op de openbare weg en in portieken.

Bevrijding

Hadden Wehrmacht-officieren maatregelen moeten nemen om de wildgroei van geslachtsziekten tegen te gaan, ook hun Canadese opvolgers spraken van ‘zedenverwildering’ en ‘moreel verval’. De ‘Lustmädchen’ waren in mei 1945 zonder pardon veranderd in ‘pick-ups’. En zowel voor als (vlak) na de bevrijding was sprake van duizenden abortussen en van evenzoveel ongewenste kinderen. Nu er weer een vrije pers was, kon worden gepubliceerd over de ‘lichtekooien’ en het ‘ongebonden zinnenleven’. Het werd tijd dat de jeugd weer aan banden werd gelegd, schreven de kranten. Veel gezinnen waren ontwricht, scholen moesten weer de controlerende instanties worden van vroeger. Want zo kon het niet langer. Hier en daar vonden al vechtpartijen plaats met Canadezen. Het werd tijd dat de bevrijders weer eens weggingen.

Ziekte van een Duitser
Menige ziekte onder Canadezen bleek haar oorsprong te hebben bij een Duitser: treffender kan het gedrag van de Nederlandse vrouwen niet worden geïllustreerd. Misschien een troost voor hen die denken dat normvervaging iets van deze tijd is.

Trefwoorden: