Hoe overleef ik het ziekenhuis?

Tips om je mens te blijven voelen

“Als je niet oppast, raak je in het ziekenhuis niet alleen de weg, maar ook jezelf kwijt”, weet Yvonne Prins. Hulpeloos, onmondig en afhankelijk voel je je. Na meer dan twintig ziekenhuisopnames weet zij als geen ander hoe je dat kunt voorkomen.

Yvonne Prins (34) is psychologe en schrijfster. Ze heeft taaislijmziekte en onderging in 2007 een longtransplantatie. Naar aanleiding van haar ervaringen in het ziekenhuis schreef ze het boek ‘Ziekenhuis Survivalgids’.

Het was kerst. Ik was opgenomen in het ziekenhuis en had kerstlichtjes aan de gordijnrail om mijn bed gehangen. Het stond zo gezellig dat ze tot ver na kerst bleven hangen. Door deze kerstversiering voelde ik me meteen meer ‘mens’.

Ik ben talloze malen opgenomen en ik merkte dat het moeilijk is je een mens te blijven voelen in het ziekenhuis. Op zich niet verwonderlijk: hoe kún je ook jezelf zijn als je een zaal met anderen deelt zonder je vertrouwde spullen om je heen? Als je je privacy bijna moet opgeven? Als je bent omringd door tientallen mensen in witte jassen die wél weten welke aandoening je hebt, maar níet of je kinderen hebt en dat Italië je favoriete vakantieland is? En dat allemaal in grote en ongezellige gebouwen, met route-informatie die je laat verdwalen. Als je niet oppast, raak je in een ziekenhuis niet alleen de weg, maar ook jezelf kwijt.

Zodra je een ziekenhuis binnengaat, ben je immers geen individu meer, maar een patiënt; je ziek-zijn staat centraal. De aandacht van artsen en verpleegkundigen is vooral gericht op je aandoening. Je wordt beklopt, bevoeld en beluisterd. Ook bij de onderzoeken ben je een lichaam dat wordt onderzocht. Je bezoekt een ziekenhuis omdat je klachten hebt. Dus het is logisch dat de aandacht daarnaar uitgaat. Maar voor je het weet voel je je alleen maar een lichaam. Ook ik had daar last van. Tot ik me anders ging opstellen. Het ziekenhuis kon ik immers niet veranderen, maar mijn eigen houding wel. Het gevolg: ik voelde me langzaamaan steeds prettiger tijdens opnames. En het personeel zag me meer als individu in plaats van als een van de vele patiënten. Dit lukte door vaak eenvoudige maatregelen die iedereen kan toepassen.
Het helpt allereerst om wat persoonlijke spullen mee te nemen. Met bijvoorbeeld familiefoto’s maakte ik de kale ziekenhuiskamer tot mijn eigen plek. Niet alleen een stuk gezelliger, maar ook gezond: mensen die zich thuis voelen, blijken sneller te herstellen. Verder droeg ik altijd mijn gewone kleding. Veel medepatiënten hielden hun nachtkleding aan, maar dit versterkt het gevoel van ziek-zijn. Hoe langer je in een pyjama loopt, hoe dieper je in de rol van patiënt kruipt. En hoe meer anderen je ook op die manier gaan zien.

Tijdens ziekenhuisopnames kun je je erg vervelen. En daar word je heel ongelukkig van. Ik nam daarom boeken en kruiswoordpuzzels mee, maar ook minder voor de hand liggende dingen. Ik plakte bijvoorbeeld veel vakantiefoto’s in. Wie bezig is, focust minder op zijn klachten en voelt zich beter. Ook het contact met zaalgenoten, verpleegkundigen en artsen gaf mij veel afleiding.

Bij ziekenhuisopnames is praktisch geen ruimte voor je persoonlijke leefstijl. Je moet eten wat de pot schaft. En wanneer je eet, doucht of slaapt, wordt bepaald door het ziekenhuisritme. Ik probeerde op de rest van mijn dag nog wat controle te houden. Bekenden vertelde ik op welke tijden ik graag bezoek ontving of telefoongesprekken voerde. Want bezoek is naast gezellig vaak ook vermoeiend.

Wie in een ziekenhuis ligt is voor veel dingen afhankelijk van anderen. Dat gaf mij soms het gevoel niet voor vol te worden aangezien. Zo hielp een verpleegkundige mij een keer na de operatie met aankleden. Ik kon nog niet goed alleen staan. Ze bleef er daarom bij terwijl ik me waste bij de wastafel. Toen ik klaar was vroeg ze: “Heb je je ook tussen de billen gewassen?” Daar stond ik. 32 jaar. Of ik me goed tussen de billen had gewassen. Een lachwekkend dieptepunt.

Hoe afhankelijker je wordt, hoe minder mens je je voelt. Daarom vroeg ik me steeds af: is het echt nodig dat iemand anders dit voor me doet? Of kan ik het ook zelf? Ik voelde me sterker als ik zoveel mogelijk mijn onafhankelijkheid behield.

Artsen en verpleegkundigen kunnen onbedoeld bijdragen aan je gevoel geen persoon te zijn. Ze zijn nu eenmaal druk en hebben niet altijd evenveel tijd om zich écht in jou als mens te verdiepen. Daarnaast communiceren niet alle artsen even goed. Sommigen luisteren niet goed of vullen te snel in wat je bedoelt. Tekenend is dat er nog steeds artsen zijn die tegen anderen over jou praten alsof je er niet bij bent. Een internist kwam ooit bij me langs aan het bed; een verpleegkundige luisterde op de achtergrond mee met ons gesprek. Plotseling draaide hij zich midden in een zin om en zei tegen haar: “Heeft ze ook diabetes?” “Nee dat heeft ze niet”, antwoordde ik onmiddellijk. Verbaasd keek hij me aan. Alsof hij niet had verwacht dat ik zelf wist welke ziektes ik had.

Als je wilt dat artsen je als een uniek persoon benaderen, is het belangrijk je te blijven bemoeien met je eigen zorg. Vooral mijn oudere zaalgenoten keken erg tegen de specialist op. Onnodig, want hij is weliswaar de deskundige, maar de patiënt is de expert als het gaat om zijn eigen lichaam. Uit onderzoek blijkt dat patiënten weinig vragen stellen tijdens een consult. Het is makkelijker actief deel te nemen aan het gesprek als je je goed voorbereidt. Ik zette vooraf mijn vragen op papier. En ik vroeg altijd dóór, vooral als mijn arts in medisch jargon sprak.

Mocht je twijfelen aan een diagnose of behandeling, dan is het je recht een second opinion aan te vragen. Je vraagt dan de mening van een tweede arts. De meeste verzekeringen vergoeden zo’n second opinion. Als je er samen met je arts echt niet uitkomt, kun je overstappen naar een andere arts. Mensen zijn vaak net zo lo­yaal aan hun arts als aan hun partner. En dat hoeft niet.
Ik liet mijn specialist altijd duidelijk mijn voorkeuren weten. Ook dat beïnvloedt hoe een arts jou benadert. Dat begint al met de keuze van het ziekenhuis. Je bent vrij zelf een ziekenhuis en een specialist te kiezen. Je kunt navraag doen bij anderen of ziekenhuizen vergelijken op www.kiesbeter.nl.

Als je een bepaalde behandeling niet wilt ondergaan, heb je het recht te weigeren. Je arts kan dan samen met jou een alternatief zoeken. Heb je veel last van bijwerkingen? Mogelijk heeft je arts een ander medicijn. Zeg het als je tegen een onderzoek of behandeling tegen opziet. Soms kun je dan bijvoorbeeld een verdovend roesje krijgen. De meeste artsen denken graag met je mee. Ze moeten daarvoor wel weten wat je wilt. Wie niets zegt, krijgt de ‘standaard’ behandeling.
Als je je opstelt als een individu, zal je arts je ook zo behandelen. De kans is dan groter dat de zorg die je krijgt beter bij jou persoonlijk past. Je bent veel meer dan een patiëntennummer. Als jij én je arts dat blijven zien, is er veel gewonnen.

Win ‘Ziekenhuis Survivalgids’
Nog meer tips om te overleven in het ziekenhuis vindt u in het boek ‘Ziekenhuis Survivalgids; wegwijs in de wereld van de witte jassen’ van Yvonne Prins (uitg. Scriptum, €17,95). We geven 25 exemplaren weg.Hoe maakt u kans op dit boek? Bel vóór 14 december naar 0909-501 03 23 (€0,60 per gesprek).
Prijswinnaars krijgen binnen drie weken na afloop van de actie schriftelijk bericht. Prijzen worden niet in geld uitgekeerd. Meer informatie over de spelvoorwaarden zijn te vinden op www.plusonline.nl/spelvoorwaarden.

Bron(nen):