Een nieuwe liefde: ben je mamma nu al vergeten?

Opnieuw verliefd worden is een groot geluk. Maar wat doe je als het voor de kinderen van je geliefde te pijnlijk is om jou in het huis van hun moeder te zien? Twee koppels vertellen hoe ze dit soort kwesties het hoofd boden. Voor drie andere Pluslezers ligt de verhouding met de stiefkinderen ingewikkelder. ''Het was een hopeloze missie.''

Johan (68) en Rita (56) uit Hoorn zijn zes jaar samen. Toen ze elkaar leerden kennen, was Johan drie jaar weduwnaar van Els, met wie hij 33 jaar getrouwd was. Rita verloor haar eerste man Jan zestien jaar geleden. Ze was twaalf jaar met hem getrouwd. Johan heeft drie kinderen.

Links: de kinderen van Johan: Joke (40), Peter (37) en Anneke (35). Rechts: Rita en Johan.

‘Eerst raakten we elkaar niet aan met de kinderen erbij.’

Johan de Vries: “Na de dood van mijn vrouw Els vormden de kinderen en ik een hecht clubje. De rouw bond ons en we waren er voor elkaar. Toen ik anderhalf jaar na het overlijden tijdens een etentje bij mijn jongste dochter liet vallen dat ik weleens contactadvertenties las, stond zij huilend op. ‘Ben je mama nu al vergeten?’, snikte ze. Mijn oudste dochter vroeg zich af hoe ik het in mijn hoofd haalde om anderhalf jaar na Els’ dood aan een andere vrouw te denken. Mijn zoon was gematigder. De reactie van mijn dochters viel me zwaar. Omwille van hen heb ik een jaar gewacht met daten. Toen ik een relatie kreeg, hield ik die geheim. Zolang ik er nog niet zeker van was, wilde ik mijn kinderen er niet mee confronteren. Ik wist wel dat ze niet blij zouden zijn. Van Rita was ik meteen heel zeker. De kinderen stonden inderdaad niet te juichen toen ik ze over Rita vertelde. Ze zagen haar als iemand die de plek van Els innam. Die in het bed van hun moeder sliep. Het was een prima bed, waarom zou ik dat wegdoen? Het was een beetje schipperen met waar we wel en niet aan toegaven. Het bed bleef, maar in het begin van onze relatie raakten Rita en ik elkaar niet aan als de kinderen erbij waren. Dat vond ik te kwetsend voor ze. Door de kinderen de ruimte en tijd te geven, wordt Rita nu volledig geaccepteerd. Dat beschouw ik als een groot geluk.”

Rita de Vries-Vrieze: “Ik weet nog heel goed dat de kinderen voor het eerst bij Johan en mij kwamen eten. Het was bij Johan thuis. Ik zorgde ervoor dat ik niet het keukenschort aanhad dat Els vaak droeg. En toen ze binnenkwamen, schoot ik de kamer in, zodat ze niet meteen zouden worden geconfronteerd met een andere vrouw aan het aanrecht. De blik van Johans jongste dochter toen ze me in huis bezig zag, zal ik nooit vergeten. Een blik van pijn en gemis aan haar moeder. Ik begrijp dat heel goed. Daarom heb ik het ook nooit willen pushen. Ik zie wel wat er op mijn pad komt, volg mijn hart en handel daar dan naar. Ik voelde het niet als een persoonlijke afwijzing. Ze moesten aan mij wennen en ik aan hen. Ik heb zelf geen kinderen en was het bijvoorbeeld niet gewend dat ze in de keukenkasten gingen zitten rommelen, op zoek naar koek. Dat Johan kinderen heeft, geeft onze relaties iets extra’s. De geboorte van de kleinkinderen heeft veel veranderd. Het delen van zoiets moois en emotioneels heeft Johan en mij dichter bij elkaar gebracht. Het ontroert me om Johan met ze bezig te zien. Dat zijn kinderen me om raad vragen bij de opvoeding en de zorg van hun kinderen aan mij toevertrouwen, zegt dat ze me hebben geaccepteerd. Ik heb warme ‘moeder’-gevoelens voor ze en voel me als een oma voor hun kinderen. Dat is een heel fijn gevoel.”

Een nieuwe liefde met kinderen? Het gaat niet altijd van een leien dakje…

Gerard (62) heeft zelf geen kinderen, zijn vriendin heeft twee volwassen dochters. “Toen ik mijn vriendin drie jaar geleden leerde kennen en zij twee dochters bleek te hebben, besloot ik van hen net zoveel te gaan houden als van haar. Ze waren belangrijk voor mijn vriendin, dus ook voor mij. De dochters waren begin 20 toen ik in hun leven kwam en zaten niet op mij te wachten. Dat merkte ik aan hun koele houding en doordat ze weinig interesse in mij toonden. Toen ik de jongste een vaderlijk advies gaf over haar werk, beet ze me toe dat ik haar vader niet ben. Ik wist van schrik niets meer te zeggen. Toen ik er later over nadacht, realiseerde ik me dat ze gelijk had. Ik ben haar vader niet. Ze heeft al een vader, ik moet niet zo graag willen. Sindsdien stel ik me terughoudend op en dat helpt. Het ijs begint langzaam te ontdooien.”

‘Ik moet niet zo graag willen.'

Charlotte (55) heeft drie volwassen kinderen, haar vriend heeft twee kinderen. “Ik ben al vijf jaar erg gelukkig met mijn vriend, maar de kinderen spelen een moeizame rol. Mijn kinderen denken dat ik voor hem bij mijn ex weg ben gegaan – wat overigens niet zo is – en staan dus niet echt open voor hem. Dat doet pijn, maar ik begrijp het wel. Ik geef ze de tijd. De meeste moeite heb ik met de jongste dochter van mijn vriend. Hij staat haar dingen toe die ik van mijn eigen kinderen nooit zou accepteren. Als ze bij ons op bezoek komt, zit ze de hele dag te gamen. En omdat zij niets anders lust, eten we alleen stamppot, wat ik een gruwel vind. Ik voel me door mijn vriend aan de kant geschoven als zij er is. Erover praten lukt niet. Hij wordt pissig en vindt dat ik me er niet mee moet bemoeien. Ontzettend pijnlijk, maar ik kies ervoor om er geen issue van te maken. Als we samen zijn is alles goed, maar als zij er is trek ik me terug. Dat is de beste strategie.”

‘Als zijn dochter er is, trek ik me terug.’

Henk (61) heeft twee volwassen kinderen. Zijn laatste relatie, met een gescheiden vrouw met ook twee kinderen, liep stuk op com­plexe problematiek van hun samengestelde gezin. “In mijn eerste gezin, met de moeder van mijn kinderen, was er loyaliteit, liefde, veiligheid en vertrouwen. Precies wat een gezin nodig heeft om in evenwicht te blijven. Maar we gingen na twintig jaar uit elkaar. Ik werd kort, té kort, na mijn scheiding verliefd. Toen we onze gezinnen samenvoegden, dacht ik in mijn naïviteit dat ik in ons samengestelde gezin met vier pubers dezelfde waarden als in mijn eerste huwelijk zou vinden. Dat pakte anders uit. Loyaliteit was verre van vanzelfsprekend; er werd over álles onderhandeld en gesoebat. Onverwerkte emoties bleven hardnekkig springlevend. Resultaat: onbegrip, frustratie en extreem veel ruzie; het was een bord spaghetti van narigheid. Mocht ik nog een vrouw met thuiswonende kinderen tegenkomen, dan zal ik niet meer met haar gaan samenwonen. Ik zie een samengesteld gezin nu als twee halve puzzels die je in dezelfde doos tot één plaatje wilt laten samensmelten. Een hopeloze missie.”

‘Die eigen manier van omgaan met je kinderen kun je niet zomaar veranderen.’

Marlous (49) en Jan-Willem (57) uit Soest hebben twee jaar een relatie en wonen sinds een jaar samen. Marlous is vijf jaar geleden gescheiden van de partner met wie ze elf jaar samen was. Hun dochter (16) en zoon (14) zijn om de week bij Marlous. Jan-Willem was ruim twintig jaar getrouwd, maar het huwelijk eindigde zeven jaar geleden in een echtscheiding. Zijn dochter (21) woont zelfstandig en zijn zoon (19) woont een groot deel van de week bij hem.

Marlous: “‘Waar begín je aan?’, zeiden heel veel mensen tegen me. ‘Een samengesteld gezin heeft geen enkele kans van slagen. Dat wordt een drama.’ Ik besloot me er niets van aan te trekken. Ik vind Jan-Willem een ontzettend leuke man en wilde graag met hem verder. Ik had er alle vertrouwen in. Niet alleen in ons samen, maar ook dat het met de kinderen erbij goed zou gaan. Dat komt doordat ik er eerst met hen over heb gepraat. Het was niet dat ik hun goedkeuring vroeg, maar ik heb ze wel betrokken in het proces. Ik wilde niet dat ze zich gedwongen voelden, want dan weet je zeker dat het niet lukt. Ze vonden het prima. Dat de kinderen erachter stonden, ook die van Jan-Willem, gaf ons samengestelde gezin een stevige basis. Het verloopt niet altijd helemaal gladjes. Bijvoorbeeld toen mijn kinderen per ongeluk een dierbare vaas van Jan-Willem braken. Hij werd boos, mijn zoon was in tranen en ik voelde me gevierendeeld door mijn emoties. Ik vond het erg dat Jan-Willem zijn vaas kwijt was, ik was boos op mijn kinderen, maar vond het ook moeilijk dat Jan-Willem ze aansprak. Het zijn wel míjn kinderen! Jan-Willem begreep dat. Hij vindt het ook moeilijk als ik iets over zijn kinderen zeg. Daarom hebben we duidelijke afspraken: we spreken elkaars kinderen niet aan , tenzij je rechtstreeks geraakt wordt door iets wat voorvalt. Dan mag het wel. Die afspraak werkt heel goed.”

Jan-Willem: “De sleutel van een harmonieus samengesteld gezin is volgens mij dat je kijkt wat de kinderen nodig hebben. Veiligheid bijvoorbeeld, en vertrouwen. Ik heb met mijn kinderen een hele geschiedenis en Marlous heeft dat met die van haar. Die ‘eigen’ manier van omgaan met je kinderen kun je niet zomaar veranderen. Dat willen we ook niet, want dat zou voor de kinderen heel onveilig zijn. Marlous is nogal direct en dat botst weleens met haar oudste dochter. Laat het een beetje gaan, denk ik dan. Maar dat zeg ik alleen als we met z’n tweeën zijn. Dan hebben we het namelijk wel over de opvoeding. We leren van elkaar. Ik ben wat minder beslist en van Marlous leer ik om duidelijker te zijn. Zij leert van mij om geduld te hebben. Daardoor groeien wij beiden als mens, dat vind ik mooi. Dit voorjaar zijn we voor het eerst met z’n allen op vakantie geweest. We hadden van tevoren bedacht dat we afzonderlijk dingen met onze eigen kinderen zouden doen, maar dat bleek helemaal niet nodig. Ze hadden het ontzettend leuk met elkaar. Mijn zoon is van de jongste een soort van grote broer geworden voor de kinderen van Marlous. Die rol past hem heel goed. Als ik zie dat het allemaal zo goed gaat, maakt me dat heel gelukkig.”

Met dank aan Marike Smilde, www.stiefmanagement.nl

Bron(nen):
Trefwoorden:

Reactie toevoegen