65-plussers willen zelfstandig wonen

Van 2009 tot 2015 steeg het aandeel van 65-plushuishoudens die een verhuizing overwogen. Dat blijkt uit cijfers van het CBS aan de hand van het WoonOnderzoek Nederland (WoON).

Ongeveer 4 procent van de huishoudens met een huishoudenshoofd van 65-plus gaven in 2015 aan dat zij binnen twee jaar zeker wilden verhuizen; 18 procent van hen zou eventueel willen verhuizen. Bij huishoudens met een huishoudenshoofd van 75-plus lagen deze cijfers iets lager: respectievelijk 2 en 12 procent.

Over het algemeen hebben jongere huishoudens vaker verhuisplannen: 9 procent wilde in 2015 zeker verhuizen, terwijl een kwart van hen een eventuele verhuizing overwoog.

Desondanks hadden veruit de meeste huishoudens – zowel jongere als oudere – hun verhuisplannen na een jaar nog niet gerealiseerd. De enige uitzondering zijn de huishoudens met een 75-plusser aan het hoofd: zij verhuisden vaker. Volgens het CBS komt dit voor een belangrijk deel ook doordat veel leden van deze huishoudens naar een verzorgingsinstelling zijn verhuisd.

Gezondheidsredenen

Voor veel oudere huishoudens – bijna twee op de vijf – vormde de gezondheid van een of meerdere gezinsleden de belangrijkste reden om een verhuiswens te koesteren. Voor een op de vijf was de woning de belangrijkste reden. Op de derde plaats staat de woonomgeving, die voor 13 procent de belangrijkste verhuisreden was.

Minder dan de helft van de 65-plushuishoudens die verhuisplannen had, wilde verhuizen naar een speciale ouderenwoning. In 2009 lag dit aantal hoger, toen wilde drie op de vijf dit. Veel 65-plussers vinden hun gezondheid daar nog te goed voor, maar ook 65-plussers die hun gezondheid als minder goed beschouwen, willen nu minder vaak naar een ouderenwoning. Van de oudere huishoudens die wel naar een ouderenwoning willen, wil slechts een klein deel naar een wooninstelling waar hulp geboden wordt bij dagelijkse verplichtingen; het merendeel wil zelfstandig wonen.

Bron(nen):