Lenny blogt: een robot geeft geen knuffel

Mijn diep demente moeder slurpt tevreden de lauwe thee naar binnen die een verzorgende haar aanreikt. Ze krijgt er een paar knuffels bij en een aai over haar warrige haren. Gratis en voor niets. 

Iemand thee laten drinken, yoghurt inschenken, medicijnen aanreiken, een afspraak onthouden... Steeds vaker hoor je, dat dit soort eenvoudige taken in de toekomst best door robots overgenomen kunnen worden. Zorgrobots wel te verstaan. Ik kijk daar niet naar uit, want ik vrees dat mijn moeder die knuffels en die aai over haar bol dan wel kan vergeten. Maar hoe ik erover denk, doet er natuurlijk allang niet meer toe. Zonder robots zullen 300.000 ouderen in 2040 geen zorg meer krijgen, aldus een recent onderzoek van accountantsbureau KPMG. Geen ouderenzorg zonder robots dus. KPMG verwacht bovendien dat binnen 5 jaar bijna een derde van de eenvoudige taken van de thuiszorg kan worden overgenomen door robots. Binnen vijf jaar? Dat is wel erg rap. Wat moet ik me daarbij voorstellen? 

Op internet zijn er genoeg filmpjes van zorgrobots te zien die - vast geen toeval - allemaal vrouwennamen hebben. Zo is daar de nogal hoekige en lompe Rose, die een leesbril kan zoeken en een kopje koffie kan aanreiken. Of Eva, die een flesje water kan oppakken en met haar wenkbrauwen kan fronsen. Rose en Eva zijn zogenaamde service robots, zij zijn de Assepoesters die het vuile werk moeten gaan opknappen. 

Daarnaast zijn er de luxe poppetjes, de robots voor de gezelligheid zoals Alice en Zora. Ontroerende filmpjes op Youtube van bijvoorbeeld Zora, een aandoenlijk popje van 54 centimeter hoog, dat op kromme beentjes rondstapt of meerijdt op de rollator. Ze gaat een paar dagen uit logeren bij bejaarde dames die niet veel bezoek krijgen: 'Zora! Wat leuk! Kom je op bezoek, Niet vallen he, je bent een grote meid.' Ontroerende beelden, zoals van mevrouw Aarts die met Zora op haar arm naar Goede Tijden Slechte Tijden kijkt. Zora verlicht de nijpende eenzaamheid van de dames en ze willen haar liefst nooit meer kwijt. 'Jij bent voor mij toch iets meer als een popje of een ding geworden' verwoordt één van de dames, terwijl ze Zora's armpje aait. 

Als je al die filmpjes ziet, lijkt het warempel wel of zorgrobots popelend klaarstaan om de boel over te nemen. Maar zover is het nog lang niet. Achter al die zogenaamde zorgrobots, staat nu nog een mens van vlees en bloed die de robots bedient. De teksten die Zora zo wijsneuzig uitspreekt, worden ingetypt door een man met een computer die zich verdekt heeft opgesteld achter de deur of het bankstel. En met Rose is het al niet veel beter gesteld. 

'Nog geen enkele zorgrobot kan al zelfstandig werken', zegt Randall van Poelvoorde van Robotxperience. En wanneer die autonome, zelfstandige robots er wél zullen zijn, weet niemand, aldus Van Poelvoorde, die de gestage ontwikkelingen op het gebied van robotica nu zo'n tien jaar op de voet volgt: 'Voor sociale zorgrobots bijvoorbeeld, zijn een aantal ingewikkelde technologieën nodig, zoals gezichtsherkenning, stemherkenning, kunstmatige intelligentie en navigeren. Dat zijn technologieën waar momenteel wereldwijd door grote ict-bedrijven hard aan gewerkt wordt, dus er zit beslist schot in de zaak. Maar zelfs voor Facebook en Google zijn dit complexe vraagstukken. Een autonome zorgrobot kan echter alleen functioneren, als al deze functies samenkomen.' 

Roepen dat over vijf jaar bijna een derde van de zorgtaken door robots zal worden gedaan, vindt Van Poelvoorde nogal voorbarig: 'Nogmaals: we weten dat niet.' Maar dát technologie een van de oplossingen moet worden voor de vergrijzing, daarover twijfelt ook Van Poelvoorde niet.