Fries meest trots op eigen provincie

Van alle Nederlanders zijn Friezen het meest trots op hun provincie. Driekwart van de inwoners zegt dat ze erg trots zijn op Friesland. Zeeuwen, Drenten en Groningers volgen. Uit een onderzoek van I&O Research blijkt dat de inwoners van Zuid-Holland het minst trots zijn op hun provincie. 

De meeste mensen (57 procent) voelen zich in de eerste plaats Nederlander. Er zijn drie provincies waarin dat anders ligt: Groningers, Friezen en Limburgers voelen zich meer verbonden met de provincie dan met Nederland. De inwoners van Overijssel voelen zich meer verbonden met hun streek (Twente, Salland) dan met de provincie, terwijl mensen in de Randstad-provincies zich vooral verbonden voelen met hun woonplaats. Dit heeft vermoedelijk te maken met de uitstraling van de grote steden.

Over het algemeen is men het meest trots op de natuur en de mentaliteit van de provinciegenoten, gevolgd door ‘binnenstad/stadsgezicht’, ‘cultuur en traditie’ of ‘bedrijf/economie’. Het is opvallend dat sportprestaties en individuele personen nauwelijks tot trots leiden. Voetbalclubs worden niet erg vaak genoemd als reden tot trots. Een belangrijke uitzondering is Feyenoord: 14 procent van de Zuid-Hollanders noemt de Rotterdamse club als reden om trots te zijn op hun provincie, beduidend meer dan in andere streken.

Verschil

Het verschil tussen jongeren en ouderen is erg opvallend. Jongeren roemen vooral de mentaliteit van de mensen. In het zuiden is dat de gemoedelijkheid, in de noordelijke en oostelijke provincies vooral de nuchterheid. Het meest genoemde aspect in Groningen is nuchterheid. De jongeren in Groningen, Utrecht en Rotterdam zijn erg trots op hun stad, veel trotser dan in ieder geval de oudere bewoners. 

Ouderen zijn veel trotser op de natuur in hun provincie: heide, bos, het landschap, de zee en de duinen. Men vindt vooral de natuur erg belangrijk in Drenthe, Gelderland en Zeeland.

Ook is de inwoners gevraagd of ze zich schamen voor sommige kenmerken van hun provincie. Bij 29 procent van de Nederlanders is dit het geval. Opnieuw is het meest genoemde de mentaliteit: 13 procent van de Nederlanders schaamt zich voor de instelling van de provinciegenoten. Het geldt in Zeeland en Zuid-Holland zelfs voor 18 procent. Relatief vaak schamen Flevolanders zich voor hun stadsgezichten en de natuur. 

De taal is voor een aanzienlijk deel van de Friezen (14 procent) en Limburgers (15 procent) reden voor schaamte. Dat ligt landelijk op 4 procent. Mogelijk is dat het verschil tussen de autochtone bewoners en de ‘import’. De Limburgers schamen zich meer dan anderen voor het optreden van bepaalde provinciegenoten. 

Bron(nen):