Fiscus bedankt! Belasting betalen als 65-plusser

Vul uw belastingformulier goed in, want 65-plussers hebben recht op allerlei voordeeltjes.

Natuurlijk bent u goed voorbereid. Maar als puntje bij paaltje komt, blijkt steevast dat pensioneren duur is. U zult een nieuwe balans moeten vinden tussen inkomsten en uitgaven. De belastingdienst kan daarbij een handje helpen.

Buitengewone uitgaven

Het lijkt tegenstrijdig: aangifte doen om geld te krijgen. Maar juist die argwaan tegen de belastingdienst maakt dat heel wat mensen hun recht op belastingteruggave niet verzilveren. En dat is zonde, want de fiscale voordelen zijn door de overheid juist bedoeld als tegemoetkoming voor de stijgende kosten.
Bijvoorbeeld: als u naar verhouding tot uw inkomen veel uitgeeft door een ziekte of handicap, is de kans groot dat u voor teruggaaf in aanmerking komt. Het is dus belangrijk dat u al deze kosten – vallend onder de noemer buitengewone uitgaven – op een rijtje zet. De inkomensafhankelijke bijdrage én de basispremie voor uw zorgverzekering tellen mee. Ook de premie voor eventuele aanvullende verzekeringen mag u bij de kosten optellen. Als u zorgtoeslag ontvangt, moet u die ervan aftrekken. De kosten voor medische hulp, voorgeschreven medicijnen, uitgaven voor verzorging en verpleging die u niet vergoed krijgt van uw verzekering, mag u ook opvoeren. Verder kunt u erbij tellen: de kosten voor uw huisapotheek (€ 23 per persoon), een dieet op doktersvoorschrift, de eigen bijdrage voor bijvoorbeeld thuiszorg, uitgaven wegens overlijden en reiskosten voor ziekenbezoek.

Vaste afttrek

Chronisch zieken en 65-plussers hebben daar bovenop een vaste aftrek van € 795. Voor de fiscus is iemand chronisch ziek als hij nog geen 65 is en meer dan € 314 uitgeeft aan specifieke uitgaven. De belangrijkste kostenposten die hiervoor meetellen zijn: hulpmiddelen, medicijnen, vervoer (uitgezonderd regelmatig ziekenbezoek), extra gezinshulp, dieet, kleding en beddengoed, en de eigen bijdrage voor thuiszorg.
Mensen met een inkomen onder de € 30.631 (verzamelinkomen vóór aftrek van persoonsgebonden aftrekposten) mogen hun specifieke uitgaven zelfs verhogen met 113 procent. Ze mogen dus meer dan het dubbele van hun werkelijke kosten in aftrek brengen.
Er zit wel een ‘maar’ aan dit verhaal. Het totaal van de buitengewone uitgaven moet boven een drempel uitkomen. Die drempel bedraagt 11,5 procent van het verzamelinkomen met een minimum van € 780. Blijven de kosten hieronder, dan is er niets aftrekbaar. Komen ze erbovenuit, dan is alleen het meerdere aftrekbaar. De aftrek is niet aan een maximum gebonden.

Tegemoetkomingsregeling

AOW’ers met geen of weinig aanvullend pensioen kunnen profiteren van een speciale regeling waardoor ze zelfs geld toe krijgen van de fiscus. Zij komen namelijk al snel boven de drempel voor aftrek van buitengewone uitgaven uit. Denk alleen al aan de kosten voor de zorgverzekering en de vaste ouderenaftrek. Hierdoor krijgen zij vaak alle betaalde belasting terug van de fiscus en dan nog houden ze aftrekposten ‘over’. In dat geval krijgen ze geld toe, dankzij de tegemoetkomingsregeling buitengewone uitgaven. De Belastingdienst past deze regeling automatisch toe als uit uw aangifte blijkt dat u ervoor in aanmerking komt. Aangifte doen is dus noodzakelijk.

Heffingskorting

Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting die iemand moet betalen. Voor iedere groep in de samenleving is er wel een heffingskorting: werkenden, jonggehandicapten, ouders en natuurlijk ook ouderen. Bovendien is er de algemene heffingskorting die – zoals de naam al doet vermoeden – voor iedereen bedoeld is. Een belangrijk deel van deze heffingskortingen wordt al verrekend door de werkgever of uitkeringsinstantie. Hebt u verschillende inkomstenbronnen, bijvoorbeeld AOW en pensioen, let er dan op dat de algemene heffingskorting maar één keer is toegepast, anders loopt u het risico dat u achteraf belasting moet bijbetalen. Valt dat voor u niet direct te achterhalen, dan kunt u het beste contact opnemen met de instantie die de uitkering of het pensioen verstrekt.
Echtparen waarvan de ene partner wel inkomsten heeft en de andere niet of nauwelijks, kunnen vaak de algemene heffingskorting van de niet-verdienende partner uitbetaald krijgen. Beide partners hebben namelijk recht op een algemene heffingskorting van € 1990 (€ 948 voor 65-plussers). Door een (voorlopige) teruggaaf aan te vragen, kunt u om uitbetaling van deze heffingskorting verzoeken. Deze mogelijkheid geldt voor fiscale partners, dus ook voor ongehuwden die minimaal zes maanden in het kalenderjaar op hetzelfde adres ingeschreven hebben gestaan en kiezen voor het fiscaal partnerschap. Let op: u krijgt nooit meer terug dan uw partner aan belasting heeft betaald.

Betaal belasting vooruit

Vooral mensen met inkomsten waarover geen belasting wordt ingehouden, moeten vaak belasting bijbetalen. Denk aan het rendement op spaargeld en beleggingen of freelance inkomsten. Hiervan doet de belastingplichtige doorgaans pas aangifte na afloop van het kalenderjaar. De aanslag volgt dan halverwege het volgende jaar, vermeerderd met heffingsrente. Deze rente stond het laatste kwartaal van 2006 op 4,25 procent. Niet misselijk dus.
De oplossing is: alvast belasting betalen over het komende jaar. Dat kan door een voorlopige aanslag aan te vragen. Dat heeft nog een voordeel, want door belasting te betalen gaat het vermogen omlaag en is dus weer minder belasting verschuldigd! Sommige mensen ontvangen automatisch een voorlopige aanslag van de fiscus, gebaseerd op hun aangifte over het voorgaande jaar. Als deze voorlopige aanslag klopt, is er niets aan de hand. Het is wel verstandig aan de bel te trekken als het inkomen in werkelijkheid hoger ligt. Anders moet u straks alsnog bijbetalen.

Bron(nen):
  • Plus Pensioengids