6 belangrijke klimaattermen op een rij

Stikstof, permafrost en albedo: bij de klimaattop in Glasgow op 1 november vliegen de klimaattermen in het rond. Wat betekenen ze ook alweer?

Albedo

Een deel van het licht dat de zon naar de aarde uitstraalt, wordt door sneeuw en ijs naar het heelal teruggekaatst. De term albedo verwijst naar de hoeveelheid teruggekaatste zonlicht ten opzichte van het licht dat door de aarde wordt opgenomen en omgezet tot warmte. Door de opwarming van de aarde smelt veel ijs weg, waardoor er minder licht teruggekaatst en meer zonlicht in warmte wordt omgezet. Hierdoor warmt de aarde nog meer op en verdwijnt er nog meer ijs.

Permafrost

Dit is bevroren grond, die normaal gesproken nooit ontdooit en waarin eeuwenoude plantenresten zitten. Permafrost komt voor in noordelijke gebieden als Canada en Scandinavië. Door de opwarming van de aarde ontdooit elk jaar meer permafrost. Hierdoor gaan de plantenresten rotten. Daar komen veel broeikasgassen als CO2 en methaan bij vrij, die de temperatuur op aarde nog sneller laten stijgen. De hogere temperatuur zorgt weer voor meer ontdooide permafrost. Dit proces blijft zich herhalen, waardoor de aarde blijft opwarmen.
Verzuring oceanen
De CO2 die uitgestoten wordt, wordt voor 30 procent opgenomen door de oceanen. Het gevolg daarvan is dat het water in de oceanen verzuurt. Dat komt door een chemische reactie dat plaatsvindt als CO2 in aanraking komt met water. Deze verzuring heeft schadelijke gevolgen voor het leven in zee. Dit tast bijvoorbeeld de schaal van schaaldieren aan en remt de groei van koraal.   

Groene energie

Deze energievorm, ook wel hernieuwbare of duurzame energie genoemd, komt voort uit energiebronnen die constant aangevuld worden. Dit zijn onuitputtelijke bronnen als wind- en zonkracht.

Fossiele energie

Deze energievorm is, in tegenstelling tot groene energie, wel eindig. Fossiele energie bestaat uit stoffen die in de afgelopen miljoenen jaren ontstonden uit resten van planten en dieren die diep in de grond zitten. Het bestaat uit stoffen als steenkool, bruinkool, olie en aardgas. Wij verbranden deze stoffen al 150 jaar voor de energieaanvoer van fabrieken, voertuigen, machines en elektriciteitsproductie. Dit creëert grote hoeveelheden CO2 in de lucht, wat bijdraagt aan de opwarming van de aarde.   

Stikstof

Nederland heeft wat deze stof betreft een probleem: we stoten er te veel van uit. Stikstof zit onder andere in de uitwerpselen van vee. Dit verzuurt de bodem, waardoor planten als brandnetels, extra hard groeien en andere planten overwoekeren. Hierdoor verdwijnen insecten, dieren en hun leefgebieden. Ook lossen belangrijke mineralen in de grond op, waardoor sommige planten en bomen afsterven. Stikstof wordt ook uitgestoten door verkeer en industrie. Dit vervuilt de lucht en leidt tot gezondheidsproblemen als astma.