Taalvraag: hun of zij?

Taal… boeken vol zijn erover geschreven. Op tv scoren de spelprogramma’s over taal onverminderd hoog en online is de Taalquiz van PlusOnline een van de populairste rubrieken. De Taalvraag van PlusOnline beantwoordt – u raadt het al – vragen over taal!

In de Taalvraag behandelt PlusOnline steeds één taalkwestie. Soms grappig, soms irritant, soms onnavolgbaar en soms totaal logisch – taal heeft het namelijk allemaal in zich.

‘… kunnen hun niet scoren’

‘Als wij de bal hebben, kunnen hun niet scoren.’ Zei Johan Cruyff. En wat hij ook zei: ‘Voordat ik een fout maak, maak ik die fout niet.’ Ja, Cruyff kon het mooi zeggen. Zijn taalgebruik heeft inmiddels een eigen naam gekregen: cruyffiaans, ook wel gespeld als cruijffiaans. Hoe je het ook spelt, één ding staat vast: cruyffiaans is geen Nederlands. Tenminste, niet als we onder Nederlands het taalkundig correcte gebruik van de Nederlandse taal verstaan.

Wat is juist: hun of zij?

  • hun lopen door de stad
  • zij lopen door de stad
  • hun kunnen niet scoren
  • zij kunnen niet scoren

Zij lopen door de stad is juist. Cruyff had het dus eigenlijk zo moeten zeggen: ‘Als wij de bal hebben, kunnen zij niet scoren.’

Hun kan nooit het onderwerp van de zin zijn. Wat taalkundig wel kan, is ze in plaats van zij:

  • ze lopen door de stad
  • ze kunnen niet scoren

In de volgende zinnen is het woord hun wel juist:

  • De directie legde haar ideeën voor aan de medewerkers en gaf hun de mogelijkheid daarop te reageren.
  • De demonstranten vonden dat er niet genoeg oog was voor hun bezwaren.

‘… minder beschaafde taal’

Cruyff was bepaald niet de eerste die hun zei waar zij hoorde te staan. Een lid van Onze Taal deed al in de jaren vijftig zijn beklag over het gebruik van hun in plaats van zij – ‘… zelfs jongelui van de middelbare school doen daaraan mede…’  De schrijver wilde graag weten hoe dit verkeerde taalgebruik moest worden aangepakt.

De redactie van Onze Taal was duidelijk: dit kon men niet anders dan minder beschaafde taal noemen. Om zulk gebruik aan te pakken, was een goede leraar Nederlands nodig, iemand die zijn leerlingen keer op keer het juiste voorhield. Daarbij was een beetje bangmakerij geen probleem: de leerlingen mochten best weten dat men je in sommige kringen - waarin je later je brood misschien wel moest verdienen! – echt niet voor vol aanzag als je zo’n taalfout maakte. De leraar Nederlands van Johan Cruyff was waarschijnlijk wat minder streng.

Bronnen:
Taalunie
Onze Taal