Net AOW? Zo beperk je de schade bij de belastingaangifte

Veel gepensioneerden schrikken van hun eerste aangifte als AOW’er: ze moeten ineens een flink bedrag aan belasting betalen. Hoe kan dat?

De eerste belastingaanslag na hun pensioen is voor de meeste AOW’ers een domper. Ze krijgen geen geld terug, maar moeten betalen. Niet zelden gaat het ook nog om een flink bedrag. Alex van Scherpenzeel, beleidsmedewerker van ouderenbond ANBO: “Wij horen vaak van onze leden dat zij na hun pensionering verrast worden door de Belastingdienst. Soms komen mensen daardoor echt in de problemen.”

Nieuw: Plus Belastingservice

Hulp regelen bij uw belastingaangifte is dit jaar wat lastig, daarom starten we met de Plus Belastingservice: veilige, snelle en makkelijke hulp op afstand bij het invullen van uw belastingaangifte én het aanvragen van toeslagen.

Hoe zit dat? Eerst maar de droge realiteit: als je na het doen van de belastingaangifte een flink bedrag moet bijbetalen, is dat natuurlijk vervelend, maar je betaalt toch niet méér belasting dan je sowieso zou moeten betalen. Wel is het betaalmoment verschoven. En dat zorgt voor de tegenvaller achteraf. De naheffing is namelijk meestal het gevolg van het feit dat pensioenfondsen, verzekeraars en andere pensioenuitvoerders juist te weinig belasting hebben ingehouden op de uitkering(en) die je als AOW’er ontvangt. Bij de aangifte trekt de Belastingdienst dit weer recht.

Als je in loondienst bent, loopt de belastingafdracht via de werkgever. Die houdt loonheffing in op je salaris en draagt dit af aan de Belastingdienst. De werkgever geeft aan de Belastingdienst door hoeveel precies is ingehouden en de Belastingdienst controleert bij je aangifte of dat voldoende is. Meestal is dit het geval. Als je veel spaargeld hebt of aftrekposten kunt opvoeren, moet je soms belasting bijbetalen of krijg je geld terug. Die bedragen zijn in de loop der jaren voor veel mensen een min of meer vast patroon geworden waar ze een beetje op rekenen.

Meerdere potjes

Zodra je AOW ontvangt, verschuift de boel ineens omdat het inkomen meestal niet meer uit één bron komt (het salaris) maar uit verschillende potjes. Iedereen krijgt in elk geval AOW. Daarnaast krijgen de meeste mensen pensioen van een of meer pensioenfondsen of verzekeraars. Sommigen hebben ook nog een lijfrente: een privé-pensioen dat ze zelf hebben geregeld. In de praktijk krijgen veel mensen van drie, vier of nog meer verschillende instanties een stuk van hun pensioen.

Al deze pensioenfondsen en verzekeraars houden loonheffing in en dragen die af aan de Belastingdienst. Maar ze houden alleen belasting in over wat zij jou uitbetalen, terwijl de Belastingdienst – later bij de aangifte – kijkt naar je totale inkomen. Op die manier wordt vaak te weinig belasting ingehouden, omdat geen rekening wordt gehouden met het feit dat het Nederlandse belastingstelsel ‘progressief’ is. Dat wil zeggen dat het belastingtarief hoger wordt naarmate het inkomen toeneemt. In 2020 betaalde je over de eerste bijna €35.000  bijvoorbeeld een lager belastingtarief dan over de bedragen daarboven. Als je van drie verschillende instanties elk €15.000 aan pensioen krijgt, houden ze alle drie het lage tarief in. Maar wanneer je alles bij elkaar optelt, moet €35.000 tegen het lage tarief worden belast en €10.000 tegen het hogere tarief.

Dat de afzonderlijke pensioenfondsen of verzekeraars te weinig belasting inhouden, blijkt pas als je belastingaangifte doet. Dan pas worden de afzonderlijke pensioenen bij elkaar opgeteld en ziet de Belastingdienst dat je, op basis van je totale inkomen, meer belasting moet betalen dan er is ingehouden. Dat betekent: bijbetalen.

Teveel kortingen

Een andere oorzaak waardoor soms te weinig belasting wordt ingehouden, zijn de heffingskortingen (zie kader). Dit zijn kortingen die je krijgt op de belasting die je moet betalen.

Pensioenuitvoerders houden vaak rekening met de algemene heffingskorting: ze verrekenen dit voordeel in de uitkering die je ontvangt. AOW-uitkeringsinstantie Sociale Verzekeringsbank (SVB) past bovendien (als enige) standaard de ouderenkorting toe. En indien van toe-passing ook de alleenstaande
ouderenkorting.

Door deze heffingskortingen te verrekenen, dragen de SVB en andere pensioenuitvoerders minder belasting namens jou af. Maar je hebt per jaar maar één keer recht op de algemene en andere heffingskortingen. Passen meerdere pensioenuitvoerders de heffingskortingen toe, dan dragen zij te weinig loonheffing af en moet je dit tekort later bijbetalen.

“Dat je als AOW’er soms een forse naheffing krijgt, voelt voor veel mensen onrechtvaardig”, zegt Alex van Scherpenzeel van de ANBO. “Uiteindelijk maakt het niet uit of vooraf meer wordt ingehouden of dat je achteraf moet bijbetalen. Je wordt er onder aan de streep niet slechter van als je moet bijbetalen, want de Belastingdienst heft niet meer of minder dan waar zij recht op heeft. Maar het is lastig uit te leggen en het is vervelend als je erdoor wordt overvallen.”

Problemen voorkomen

Hoe kun je een financiële domper voorkomen? Kijk om te beginnen hoeveel van je pensioenuitvoerders de algemene heffingskorting toepassen. Beperk dit in elk geval tot één. Neem hiervoor contact op met de SVB en/of je bedrijfspensioenfonds(en).

Je kunt ook aan alle uitvoerders vragen helemaal geen rekening te houden met de algemene heffingskorting. Je krijgt dan wel (iets) minder pensioen uitgekeerd, maar krijgt later bij de belastingaangifte geen naheffing vanwege de te vaak verrekende algemene heffingskorting. Bij de belastingaangifte kun je dan alsnog gebruik maken van deze heffingskorting.

Een andere manier om de verrassing van de jaarlijkse aanslag te beperken, is door aan het begin van elk jaar een voorlopige aangifte in te vullen. Doorgaans doe je pas aangifte als het kalenderjaar achter de rug is, maar je kunt ook aan het begin van elk kalenderjaar zo’n voorlopige aangifte indienen. Daarmee laat je de Belastingdienst vooraf weten wat je verwacht aan belasting te moeten betalen. Als je denkt dat je meer moet betalen dan er wordt ingehouden, krijg je een voorlopige aanslag waarbij je moet betalen. Je kunt ervoor kiezen dit bedrag niet ineens maar per maand te betalen.

Tot slot bestaat er de mogelijkheid om bij de belastingaangifte je inkomen te ‘middelen’. Je geeft daarmee aan wat je gemiddelde inkomen zal zijn in de komende drie jaar. Dit kan ervoor zorgen dat je, rondom het jaar waarin je met pensioen gaat, met een deel van het inkomen in een lager belastingtarief blijft. Dit kan honderden euro’s verschil opleveren (meer informatie en een gratis voorbeeld van een verzoekschrift staat op
www.plusonline.nl/middelen).

Beter informeren

Alex van Scherpenzeel van de ANBO: “Bij de meeste pensioenfondsen en verzekeraars staat op de website allerlei informatie over vervroegd met pensioen gaan. Of hoe je met pensioen gaat en dergelijke. Maar nergens staat dat met pensioen gaan, kan betekenen dat je belasting moet bijbetalen. Misschien zou de SVB dit nadrukkelijk moeten communiceren. Waarschuwen is echt belangrijk. Want ook al betaal je onder aan de streep niets méér: hoe het nu vaak gaat, ervaren veel gepensioneerden als onrechtvaardig.” 

Zo werkt de heffingskorting

Een heffingskorting is een korting op de belasting die je moet betalen. Er zijn verschillende heffingskortingen. Iedereen heeft recht op de algemene heffingskorting. Daarnaast zijn er heffingskortingen voor bepaalde groepen. Zo is er de arbeidskorting voor wie betaald werk verricht, de ouderenkorting voor AOW’ers, en de alleenstaande ouderenkorting voor AOW’ers zonder partner. De meeste heffingskortingen zijn inkomensafhankelijk: ze nemen af naarmate je een hoger inkomen hebt. De heffingskortingen die niet specifiek zijn gericht op ouderen gaan omlaag vanaf de AOW-leeftijd.

De heffingskortingen werken als volgt. Stel dat je inkomen €20.000 is en dat je daarover 20 procent ofwel €4000 belasting moet betalen. Stel verder dat voor jou de algemene heffingskorting €1000 is. Je mag dan van die €4000 de algemene heffingskorting aftrekken. Dat betekent dat je uiteindelijk maar €3000 aan belasting hoeft te betalen.

Als meerdere instanties de heffingskortingen toepassen, dragen ze te weinig loonheffing af en moet je dit tekort later bijbetalen

AOW: minder belasting, wel zvw-premie erbij

Vanaf de AOW-leeftijd betaal je minder inkomstenbelasting. De tarieven voor AOW’ers zijn namelijk veel lager dan de tarieven voor anderen. Daar staat tegenover dat je als gepensioneerde voortaan wel zvw-premie betaalt. Dit is een inkomensafhankelijke zorgbijdrage. Als je in loondienst bent, betaalt je werkgever deze zvw-premie, dus dat ‘zie’ je als werknemer niet. Gepensioneerden, zzp’ers en andere zelfstandigen, en ontvangers van alimentatie moeten de zvw-premie zelf betalen. In 2021 bedraagt de zvw-premie voor gepensioneerden 5,75 procent. Het bedrag wordt automatisch ingehouden op de AOW-uitkering en het bedrijfspensioen.

Jos Scholte (70), voormalig directeur van verschillende basisscholen:

“Mijn belastingaangifte vul ik niet zelf in, dat laat ik doen door een belastingadviseur. Bij de aangifte na mijn eerste pensioenjaar schrok ik me een ongeluk. Hij meldde dat ik bijna €5600 aan belasting moest betalen. Toen ik nog werkte, kreeg ik meestal geld terug vanwege de aftrek van de hypotheekrente. Soms moest ik wat bijbetalen, maar het ging altijd om beperkte bedragen. Mijn belastingadviseur heeft uitgelegd waardoor ik die forse belastingaanslag kreeg, namelijk omdat ik uit vijf verschillende potjes pensioen krijg. Naast AOW krijg ik ook pensioen van het ABP, van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn, van de Leidsche Verzekeringen en van Achmea. Ik wist helemaal niet dat het zo werkt. Het betekent dat je je spaargeld moet aanspreken. Het jaar daarop heb ik er natuurlijk rekening mee gehouden. Tegenwoordig waarschuw ik vrienden en bekenden dat ze moeten opletten als ze met pensioen gaan. Eigenlijk zouden pensioenfondsen en verzekeraars dit veel meer onder de aandacht moeten brengen. De meeste mensen weten dit niet. En het laatste jaar van je werkende leven ben je meer bezig met het naderende afscheid dan met geldzaken.”

Dit artikel verscheen eerder in Plus Magazine maart 2021.