Als u een (paar) miljoen wint, wat dan?

De droom van een vette hoofdprijs verleidt ons om een gokje te wagen. Maar wat te doen als die droom uitkomt?

Daar sta je dan. In het heiligdom van gokkend Nederland. Hier, op nummer 5 van de Haagse Paleisstraat, moet je je melden als er een serieuze prijs op je Staatslot is gevallen. Hier loopt dus iedere maand ten minste één gewone medeburger met een simpel lootje naar binnen en vertrekt als miljonair. Het zal je maar gebeuren. En toch… het valt er een beetje tegen. De miljonairskamer oogt wat gewoontjes. Een houten tafel, acht leren stoelen eromheen, simpel vloerbedekkinkje. Die moderne kroonluchter boven de tafel is nog het meest feestelijk. Geen confettikanon, geen gouden koffers. En waar is de fles champagne?

Al om 9 uur op de stoep

“De bubbels serveren we altijd pas na de koffie”, vertelt Arjan van ’t Veer van de Staatsloterij. Hij ontvangt en begeleidt de prijswinnaars die €10.100 of meer komen ophalen in het ‘Nietenpaleis’. “Zo noemde Pieter van Vollenhoven ons hoofdkantoor bij de opening. Waarom? Omdat het gebouw er staat met dank aan alle mensen die niets hebben gewonnen.”

Met die ‘nieten’ houdt Van ’t Veer zich dus niet bezig. Des te meer met de winnaars. “Die staan hier een dag na de trekking meestal om negen uur al op de stoep. Ze willen zo snel mogelijk van dat onvoorstelbaar waardevolle stukje papier af.” Die loten komen soms uit de vreemdste plekken tevoorschijn. “De één haalt het uit zijn borstzakje. Anderen moeten, hoe zal ik het zeggen, eerst nog even naar het toilet.”

In de miljonairskamer staat een apparaat dat direct duidelijkheid verschaft. Even de code op het lot scannen en na een bliep verschijnt het gewonnen bedrag. “Dan begint het bij de meeste mensen pas door te dringen”, aldus Van ’t Veer. Dat is hét moment om de champagne en de bloemen tevoorschijn te halen. Er volgt nog wat papierwerk met een trits handtekeningen en daarna wordt het geld zo snel mogelijk overgemaakt. De winnaars krijgen nooit contant geld mee.

Dolle vreugde, dikke tranen

Als is doorgedrongen dat het allemaal écht waar is, dringt de vraag zich op: wat te doen met een (paar) miljoen? Want zo’n enorme prijs hakt er behoorlijk in. “Van uitzinnige vreugde tot dikke tranen, ik heb het allemaal gezien”, zegt Van ’t Veer. “Huis-tuin-en-keuken tips gebaseerd op de ervaringen van andere winnaars, helpen goed bij het verwerken van de eerste emoties.”

Zo raadde hij een ‘Ferrarifreak’ aan om toch maar even te wachten met een gang naar de dealer: “Dat is geen boodschappenwagentje.” En op de vraag: hoe vertel ik het aan familie en vrienden, is zijn standaardantwoord: vertel rustig dat u iets gewonnen hebt, maar noem geen bedrag. “Zo maak je voor jezelf de ruimte om wat leuke dingen te doen, maar staan de profiteurs niet meteen op de stoep.”

Van ’t Veer biedt de winnaars met veel plezier een luisterend oor. “Mensen willen toch hun verhaal af en toe kwijt, en ik ben een van de weinige bij wie dat kan. De meeste winnaars spreek ik bijna maandelijks.” Ook organiseert de Staatsloterij ieder jaar een miljonairsdiner. Tijdens dat etentje kunnen de lotgenoten hun ervaringen uitwisselen. Dat maakt het grote geluk iets draaglijker…

Uw bankier staat klaar

Natuurlijk krijgen de winnaars informatie mee van vermogensbeheerders, of private bankers, zoals ze zichzelf liever noemen. Een van hen is Andrew Mackay van Van Lanschot Bankiers. Wanneer u een vermogen van minimaal €250.000 hebt, staat hij geheel tot uw beschikking. Ook Annemiek Roos-Weseman van ABN-Amro Private Banking krijgt geregeld plotsklapse miljonairs onder haar hoede. Stuk voor stuk klanten die je ‘echt goed leert kennen’, zegt Roos-Weseman, want je bent begeleider en een beetje psycholoog.

Toch nemen de private bankers nooit op een luxe jacht nippend aan een glaasje de financiën met een klant door. Nederlanders springen niet echt uit de band, volgens Mackay. Integendeel. Sommigen willen voor bijna iedere euro die ze uitgeven een advies. Een miljonair belde met de vraag of hij ‘dat pak wel moest kopen’. Als het slecht gaat op de beurs heeft hij ook in het weekend wel eens een bezorgde winnaar aan de lijn.

Jaloers? Nee hoor!

Jaloers op de winnaars zijn ze niet, al erkent Mackay dat sommigen heel mooie dingen doen met de jackpot. “Een cliënt heeft een goede doelen-stichting opgericht en is daar actief mee bezig. Dat spreekt me wel aan.”

De keerzijde van de poen kennen ze ook. “Vriendschappen kunnen eronder lijden. Als je €50.000 weggeeft, kan dat in de ogen van de ontvanger nog niet genoeg zijn. En wat doe je als een lening niet wordt terugbetaald? Dat zijn geen leuke dingen.” Veel prijswinnaars hebben er moeite mee de waarde van geld opnieuw te ontdekken, aldus Mackay. Ze kopen die droomauto en ruilen hem na zes maanden weer in voor een andere. Of ze kopen een huis, verbouwen het voor veel geld en gaan dan toch ergens anders wonen.

Volgens Mackay heeft het daarom geen zin om in het eerste jaar met een geramd financieel plan te komen. Dat beklijft niet. “Maar het is wel belangrijk om zaken als het testament snel te regelen. Als er bijvoorbeeld sprake is van een tweede huwelijk, zou er anders wel eens heel veel geld op een ongewenste plek terecht kunnen komen.”

Als het goudstof na een jaar is neergedwarreld gaan de meeste winnaars met behulp van een private banker aan de slag met het vermogen. Vaak betekent dat deels beleggen in aandelen en obligaties, of lang wegzetten tegen een gunstige rente. Het doel? “Het hangt natuurlijk wel een beetje van je leeftijd af, maar wie drie miljoen euro of meer wint, hoeft nooit meer te werken. Dat doet het geld dan voor je”, aldus Annemiek Roos-Weseman.

Hoe groot is úw kans op een miljoen?

Gokken doen we om een mooie prijs te winnen. Bij welke loterij hebben we de meeste kans? Zoekt u naar de grootste winkans of is meedoen aan een loterij (bijna) gegarandeerd verliezen? Want bij de meeste loterijen wordt veel meer dan de helft van het ingelegde geld niet uitgekeerd.

Zo is de Postcode Loterij wettelijk verplicht ten minste 50 procent af te dragen aan goede doelen. Trek daar nog wat kosten voor de organisatie van af en van iedere ingelegde euro gaat niet meer dan €0,37 terug naar de spelers. Dat prijzengeld wordt gebundeld in een handvol grote prijzen en dat maakt de kans om iets te winnen nóg kleiner.

De Consumentenbond becijferde ooit de kans op de hoofdprijs bij deze loterij als 1 op 100 miljoen. Bij de Sponsor Bingo Loterij is de kans op de jackpot een schamele 1 op 345 miljoen. Maar deze berekeningen stammen nog uit de tijd dat goede doelen-loterijen verplicht waren 60 procent af te dragen aan goede doelen. Nu is dat 50 procent en dat komt de winkans ten goede. Bij de BankGiro Loterij is de kans nu 1 op 790.000. Volgens de bond blijft van dat miljoen dat je kan winnen overigens 'maar' 699.000 euro over, doordat over de prijs eerst nog kansspelbelasting moet worden betaald. Wie de meeste kans wil maken op een miljoen euro nétto, kiest voor het zogenoemde Miljoenenspel met een winstkans van 1 op 2,5 miljoen.

De staat houdt er zelf ook een wedkantoor op na: de Staatsloterij. Deze loterij moet een deel van de inleg (€140 miljoen in 2008) afdragen aan de Staat. Het leeuwendeel (€554 miljoen) vloeit als prijzengeld terug naar de spelers.   Volgens de Consumentenbond maakt dat een Staatslot een aantrekkelijke gok. Dat is vooral te danken aan de vele kleine prijsjes, maar ook de kans op een jackpot is naar verhouding het grootst: 1 op 10 miljoen. Alhoewel. Volgens sommigen is de kans dat er op nóg een planeet binnen ons melkwegstelsel leven is, net zo… ehm… klein.

Wie meer wint dan €454, moet over het hele bedrag 29 procent afdragen. Deze regel geldt ook voor de prijzen die meer waard zijn dan deze vrijstelling, bijvoorbeeld een auto. Zelfs al adverteert een loterij met prijzen die ‘belastingvrij’ zijn, dan betekent dat alleen maar dat de kansspelbelasting al is verrekend. Eigenlijk is de prijs dus hoger, maar dat geld gaat direct naar de Staat.