Contant moet beschikbaar blijven

Het betalingsverkeer digitaliseert in een hoog tempo. In tien jaar tijd is het aantal contante betalingen aan de kassa gedaald van 62 procent naar twintig procent. Tegelijkertijd zijn er nog veel mensen die digitaal betalen lastig vinden. Daarom gaan De Nederlandsche Bank, banken en andere betaalpartijen afspraken maken zodat contant geld goed beschikbaar blijft.

Dit meldt De Nederlandsche Bank (DNB). Voor kwetsbare groepen, zoals sommige ouderen of laaggeletterden, is het lastig dat je in een aantal winkels niet meer contant kunt betalen. Daarnaast neemt ook het aantal bankkantoren en geldautomaten af. De laatste tien jaar zijn drie van de vier bankkantoren gesloten en is het aantal geldautomaten ongeveer gehalveerd. Kwetsbare groepen geven mede daardoor de bank- en betaaldiensten een lager waarderingscijfer. In vijf jaar is dat gedaald van een 7,5 naar een 7,1. De gemiddelde Nederlander is juist iets positiever over bank- en betaaldiensten. Het rapportcijfer steeg van een 7,6 naar een 7,7.

Storing

Een andere keerzijde van de digitalisering is de afhankelijkheid. Als door een storing of een cyberaanval de digitale systemen uitvallen, kunnen er miljoenen betalingstransacties niet worden uitgevoerd. DNB heeft daarom een speciaal programma opgericht waarmee test-cyberaanvallen worden uitgevoerd. Daarnaast moet er ook een plan B komen, voor het geval pinbetalingen niet mogelijk zijn. Vroeger konden klanten terugvallen op contant geld, maar steeds minder mensen hebben geld op zak. Er moet daarom een elektronisch alternatief komen, bijvoorbeeld offline pinnen of betalen via een QR-code. De financiële sector gaat daar de komende jaren mee aan de slag.
 

Bron(nen):