Geloof, hoop & liefde

Pluslezers blikken terug op 2018

Geloof, hoop en liefde speelden in 2018 een rol in het leven van deze Pluslezers. Geloven in jezelf en in het hotel dat je gaat openen. Hopen dat je eens je klein­kinderen in je armen mag houden. Zoveel van iemand houden dat je een nier aan hem afstaat.

Aad Gelens (54) geloofde in zichzelf en waagde een enorme sprong: na 34 jaar in de Rotterdamse haven begon hij met zijn vrouw Rosemary een hotel in de Harz, in Duitsland. Ze wonen in Altenau en hebben een zoon (21).

“Nooit heb ik zó het geloof in mezelf nodig gehad als in het afgelopen jaar. Ik had een rustig leven, waarin alles van een leien dakje ging. Inclusief een prima baan als vorkheftruck-chauffeur, met een goed salaris. Alles wat je nodig hebt voor een stabiel leven met een gezin. Ik stelde mezelf geregeld de vraag of dit het nou was. Ik hou namelijk van koken en de natuur, niet bepaald ­hobby’s die ik in mijn werk in de Rotterdamse haven kwijt kon. Toch was het antwoord heel lang: ‘Ja, dit is het.’

De vastigheid was belangrijk voor me. Toen er zoveel op mijn werk veranderde dat ik het niet meer naar mijn zin had, wist ik dat er maar één oplossing was: gáán. Het leven is te kort om dingen te doen die je niet leuk vindt. Eng? Zeker. Twijfel? ­Absoluut. Toch had en heb ik alle vertrouwen dat het goed komt. Na een leven lang op safe te hebben gespeeld, koos ik voor een onzeker bestaan als eigenaar van een familiehotel in Altenau. Blijven nadenken en piekeren brengt je niet verder. Geloof in jezelf is alles wat je nodig hebt. Dan komt het goed.

Tijdens een vakantie in Schotland, waarbij we in verschillende bed & breakfasts logeerden, kwam ik op het idee. Zou dat iets voor ons zijn?, vroeg ik mijn vrouw Rosemary. Het contact met vrolijke en blije mensen omdat ze op vakantie zijn, leek me super. Rosemary had zich net laten omscholen tot lerares en zat niet meteen op mijn wilde plannen te wachten. Dat ze haar baan opgaf voor mijn droom, vind ik zó ontzettend lief. Dat sterkte me in mijn vertrouwen in ons avontuur. We gingen niet over één nacht ijs. We deden onderzoek naar toerisme in de Harz en spraken andere emigranten en hoteleige­naars over het wel en wee van het vak. Rosemary en ik hebben er eindeloos over gepraat. Nadat we de knoop doorhakten, was er geen tijd meer om na te denken.

Ik ben een echte Rotterdammer: hard werken en ervoor gaan. Ik heb acht maanden verbouwd en sinds we deze zomer open zijn, ben ik drukker dan ooit. Kamers poetsen, gasten ontvangen, boodschappen doen, een lampje indraaien, koken, noem maar op. Dat de gasten enthousiast zijn, is een prachtige beloning. Het is geweldig te ­horen dat je ‘wereldomelet’ fantastisch heeft gesmaakt of dat een gast blij was met het advies over een wandeling. Dit motiveert ons enorm. Ik geloof in ons hotel. Mochten we het toch niet redden, dan gaan we weer naar Nederland en komt het ook wel weer goed. Ik wil later geen spijt hebben dat ik mijn hart niet heb gevolgd. Door deze stap voel ik me gelukkig en vrij. En trots, dat vooral ook. We hebben het geflikt.” 

Meer informatie over het hotel van Aad: www.hotelweltlodge.eu

De dochter van Simône Willms (54) verbrak vijf jaar geleden het contact. Dat betekent dat Simône haar kleindochter en kleinzoon al die tijd niet heeft gezien. Toch blijft ze hopen dat het contact wordt hersteld. 

“Als ik in een supermarkt een meisje zie lopen dat lijkt op mijn oudste kleindochter, of een kindje hoor ­lachen met een stem die op de hare lijkt, is de pijn er opeens weer. De pijn van het gemis van mijn dochter en twee oudste kleinkinderen. De jongste van de twee heb ik zelfs nog nooit gezien. Hij werd geboren na de breuk met mijn dochter. Het geeft een rouwrandje aan mijn leven. En waarom? Omdat mijn dochter vijf jaar geleden dacht dat de mensen van Bureau Jeugdzorg die op een middag bij haar op de stoep stonden, door mij waren gestuurd. Het klopt dat ik me weleens afvroeg of haar vriend wel goed voor haar en mijn kleindochter zorgde, maar ik zou nooit zomaar een instantie inschakelen. Ik heb dat niet tegen mijn dochter kunnen zeggen, want na die harde boodschap hing ze op en reageerde ze nergens meer op. Natuurlijk ben ik naar haar toe gegaan, maar de deur bleef dicht en de gordijnen gesloten. De kaartjes en brieven die ik haar schreef, kwamen terug. Net als de kleding- en cadeaupakketten die ik aan mijn kleindochter stuurde. Ik wil zo graag ­contact, maar ze laat me niet meer toe.

Natuurlijk ben ik verdrietig en boos dat mijn dochter deze radicale stap zette, maar de liefde voor haar overheerst. Het is bijzonder dat die gevoelens naast elkaar kunnen bestaan. Ze blijft mijn dochter, haar kinderen blijven mijn kleinkinderen. Ik houd nog steeds verschrikkelijk veel van ze. Die liefde zorgt ervoor dat ik hoop blijf houden. Mocht er ooit weer contact komen, dan wil ik de deur opendoen met een open hart, vol vreugde. Niet als een verbitterde vrouw. Ik hoef niet te praten over vroeger, ik wil verder in het nu. Ze vasthouden en nooit meer loslaten.

En toen was daar in oktober opeens dat kleine wezentje, een nieuwe kleindochter. Haar zachte huidje, die kleine handjes. Ik voelde me zo bevoorrecht toen ik voor de derde keer oma werd. Het eerste kindje van mijn zoon was zó welkom. Voor hem en zijn vriendin, maar ook voor mij. Ik was al oma, maar doordat ik mijn andere kleinkinderen niet meer zie, voelde ik me geen oma. Dat dit kleine meisje wél in mijn leven is, ontroert me. Het vult mijn hart met liefde, maar verscheurt het ook. Het herinnert me aan het gemis van mijn oudste twee kleinkinderen. Aanwezig mogen zijn in het leven van mijn jongste kleinkind, oma mógen zijn, maakt het leven completer. Voor mij, maar ook voor mijn kleindochter. Ik hoop heel erg dat ik die omarol – het speciale, het beetje verwennen 
van je kleinkind en het helpen van je kind door de zorg soms even uit ­handen te nemen – ooit weer in het leven van mijn andere kleinkinderen mag ­spelen. Ik blijf daarvan dromen.”

Simône is voorzitter van Stichting Voor Mijn Kleinkind, die grootouders ­ondersteunt die om wat voor reden dan ook hun kleinkind moeten missen: www.voormijnkleinkind.nl

Uit liefde voor haar man Han (61) gaf Annette ten Kate (56) hem een nier. Han en Annette hebben drie kinderen, twee ­kleinkinderen en wonen in Goor.

“Het afscheid was emotioneel. Tot morgen!, kusten we elkaar. Het was de avond voor de niertransplantatie. Mijn man, mijn lieve man, mijn alles… Al 39 jaar mijn steun en toeverlaat. Hij was zo ziek dat ik het niet kon aanzien. Ik was heel bang om hem te verliezen. Dat ik hem een gezonde nier gaf, voelde als een heel natuurlijke stap. Ik ben met een ­grote glimlach de ­operatiekamer in gegaan. Dat ik hem uit liefde kon helpen, zag ik als een groot ­geschenk. Niet van mij voor hem, maar voor onze toekomst samen. 2018 is voor mij een fantastisch jaar geweest. Het jaar waarin ik mijn man terugkreeg. Hij is enorm opgeknapt door de transplantatie. Vroeger wilde hij op tijd weg van een feestje, nu moet ik hem meeslepen. De elektrische rolstoel die hij nodig had, heeft hij opgeborgen.

Als we op vakantie gingen was ik altijd degene die de voortent aan de caravan vastmaakte, terwijl hij lag te slapen. Deze zomer deden we het samen. Daar genieten we van. Door onbekende oorzaak heeft Han al dertig jaar een heel hoge bloeddruk. Die heeft zijn vaten aangetast, maar uiteindelijk ook zijn nieren. Dat hij tien jaar geleden niercelkanker kreeg, hielp er niet bij. Eind 2016 was zijn nierfunctie zo ver achteruitgegaan dat dialyse dichtbij kwam. We duimden dat het nog lang zou duren, maar de tijd haalde ons in.

Een paar maanden later moest hij toch gaan spoelen. Dat betekende niet alleen dat hij drie dagdelen per week in het ziekenhuis was, maar ook dat hij zich echt niet goed voelde. Hij was altijd moe, altijd beroerd. Nu is Han de man er niet naar om het hoofd te laten hangen, maar ik zag hoe moeilijk hij het ­ermee had. Dat deed me pijn, elke dag weer.

Ik vind het heel bijzonder dat iets van mij in Han leeft, waardoor het nu zo goed met hem gaat. Dat geeft een heel mooi en heel blij gevoel. Ik mis mijn nier niet. Ik voel me heel goed. Mijn overgebleven nier doet het prima. Het is alleen jammer dat ik door de operatie zenuwpijn heb in mijn buik. Een nieuwe operatie gaat dat oplossen en dan ben ik van de pijn af. Han vond dat vreselijk vervelend en voelde zich bijna schuldig, maar dat vond ik niet nodig. Hij is de liefde van mijn leven, ik zou het zo weer doen. De angst om hem te verliezen is niet over. Zijn bloeddruk blijft hoog, waardoor hij andere klachten kan krijgen. Ik moet er niet aan denken, wat ik dan ook maar niet doe. Deze man, hij en ik, samen met onze ­kinderen en kleinkinderen, dat is iets om heel erg lief te hebben.”

Meer informatie over niertransplantatie door een bekende donor: www.nierstichting.nl

Foto’s: Hadewych Veys, styling en visagie: Borka Florentinus

Bron(nen):