Mijn verhaal: Misbruik door oom

In 'mijn verhaal' vertellen Pluslezers wat hen aangrijpt. Lydia (54): ‘Ik heb hard geknokt om het misbruik door mijn oom te verwerken.' Haar eerste ervaring met misbruik was al op haar 11e.

De eerste ervaring met het misbruik

‘De eerste keer dat mijn oom mij onzedelijk betastte, was ik elf jaar. Het was in de paardenstal naast ons huis. Ik begreep niet goed wat er gebeurde. Ik vond het verwarrend, omdat hij heel vriendelijk tegen me sprak terwijl zijn aanrakingen zeer onprettig waren. Het seksueel misbruik ging steeds verder. Hij zei bijvoorbeeld: ‘Ga boven de bedden opmaken.’ En als ik dan boven was, kwam hij achter me aan en dwong me tot handelingen. Ik werd ook steeds banger. Vooral toen hij begon met dreigen: ‘Als je het aan iemand vertelt, schiet ik je dood met mijn buks.’

Pleegouders

'Mijn oom en tante waren mijn pleegouders. Mijn vader en moeder konden niet voor mij en mijn zes broers en zussen zorgen, omdat ze psychische problemen hadden. We zaten eerst drie jaar in een kindertehuis. Toen ik 4 jaar was, werden we ‘verdeeld’ over onze ooms en tantes. Ik werd opgenomen in het gezin van een zus van mijn vader, in een klein dorpje in Brabant. Mijn oom was een lapzwans. Hij had geen werk, was alcoholist en geobsedeerd door seks. Onder zijn bed lag steevast een stapel seksboekjes.'

'Ik wil dit niet meer'

'Gek genoeg realiseerde ik me pas rond mijn 16de dat het niet normaal was wat hij met mij deed. En dat het niet aan mij lag dat ik het naar vond. Op een dag besloot ik strijdbaar: ik wil dit niet meer, ik loop weg. Die nacht stond ik om vier uur op. Het was pikdonker en het vroor buiten. Ik trok zo veel mogelijk kleren over elkaar heen en sloop met een paar kwartjes en een buskaart het huis uit. Met de vroegste bus reed ik naar Eindhoven. Naar mijn oudere broer, die ik al jaren niet meer had gezien. Angstig en verkleumd van de kou belde ik aan bij het studentenhuis waar hij woonde.'

Bevrijding

'Uiteindelijk kwam de kinderbescherming erbij, die mij direct uit huis plaatste. Ik ging onder begeleiding op kamers wonen. Ik voelde me bevrijd. Nu kon ik eindelijk beginnen met mijn leven. Tien jaar later had ik het helemaal voor elkaar. Ik was met hoge cijfers geslaagd voor een hbo-opleiding, werkte als maatschappelijk werkster, had een fijne vriendenkring opgebouwd en net een huis gekocht. Maar ik had niets verwerkt. En toen begon het. Het leek wel of er giftige dampen vrijkwamen: ik kreeg depressies en psychoses.'

Nog steeds medicatie

'Ik heb nu, ruim twintig jaar later, nog steeds medicatie tegen angsten, maar verder gaat het goed met mij. Ik ben erbovenop gekomen. Ik kan genieten van de kleine dingen. Van krokussen die in bloei staan en van een lekker kopje thee. Maar daar heb ik hard voor moeten knokken. Ik ben toentertijd veertien maanden opgenomen geweest in een psychotherapeutisch centrum. Daar begon ik met verwerken. En ik heb veel steun gehad van mijn vrienden. Op hen kon ik altijd terugvallen. Zij hebben mij ook gekoppeld aan mijn man, met wie ik heel gelukkig ben en twee prachtige tienerkinderen heb. Mijn tante heeft haar man lang geleden al de deur uit gezet vanwege het misbruik. Dat heeft me goed gedaan; ik heb altijd contact met haar gehouden.'

Bron(nen):
Trefwoorden:

Reactie toevoegen