Meteoroloog Helga van Leur: ‘Ik heb nooit spijt van dingen’

Janita Sassen
Janita Sassen

Twintig jaar lang presenteerde ze het weerbericht bij RTL en afgelopen zomer was ze te zien in het tuinprogramma Lodewijks Groene Geluk. Wie haar op televisie ziet of voor volle zalen, zou niet vermoeden dat achter weervrouw Helga van Leur (52) een verlegen meisje schuilt. “Mensen zijn altijd verbaasd dat ik het liefst achter iemand wegduik.”

Helga van Leur (Schoonhoven, 1970) is meteoroloog. In 1998 werd ze uitgeroepen tot de beste weervrouw ter wereld. Als kind was Helga vaak op het water te vinden. Vanaf 1997 ­verzorgde ze een paar dagen per week de weerberichten bij RTL. In 2017 stopte ze daarmee om verder te gaan als ambassadeur klimaat en duurzaamheid. ­Tegenwoordig geeft ze daar goedbezochte ­lezingen over. Samen met wetenschapsjournalist Govert Schilling schreef ze twee boeken: Van zomerdag tot winter­nacht (over de seizoenen) en Dag & Nacht (over de hemel). Afgelopen zomer was ze te zien in het tv-­programma Lodewijks Groene Geluk. Helga van Leur is getrouwd, heeft twee zonen en een dochter.

Vroeger woonden we op een hoek in Krimpen aan den IJssel. We speelden bij de grote vijver voor een bejaardenhuis. Ik herinner me dat de oudjes ons regelmatig tot de orde riepen. De jeugd van tegenwoordig, zullen ze gedacht hebben. Ik was hooguit 7 jaar en juist een verlegen en rustig kind. Ik was een beetje op mezelf, las veel en trok op met een beperkt groepje vrienden. Het groeps­gedrag lag me niet zo. Als iemand iets vond van een ander, moest je daarin meegaan. Daar had ik moeite mee. Op school in Capelle aan den IJssel raakte ik bevriend met een heel aardig meisje dat werd gepest. Omdat ik niet begreep waarom, bleef ik met haar omgaan, en werd daarom ook gepest.

Janita Sassen
Janita Sassen

Ik kom uit een liefdevol gezin, met een vader uit het zakenleven en een moeder in het onderwijs. Op haar school zaten kinderen die het niet al te makkelijk hadden in het leven, uit verschillende hoeken van de samen­leving en met een buitenlandse achtergrond. Er was een groot verschil tussen wat hun cultuur voorschreef en wat mijn moeder vond dat ze zelfstandig moesten leren. Ik vond het heel bijzonder dat zij de meiden een stukje waardigheid probeerde mee te geven, net als bij mij en mijn zus: ‘Zorg dat je zelfstandig kunt functio­neren, zodat je nooit van ­iemand afhankelijk hoeft te zijn.’

Zelf was ik een vroege leerling, in september geboren. Ik haalde altijd alles net, maar liep dus wel een beetje op mijn tenen. In groep 8 zei het hoofd van de school: ‘Het wordt mavo, want veel meer kan ze niet aan.’ Omdat mijn moeder dacht dat havo beter paste, mocht ik daar naartoe, tegen het schooladvies in. Het was best hard bikkelen, maar ik heb het netjes in vijf jaar afgerond. Ik was op mijn 16de klaar en dacht: veel te jong. Toen heb ik nog twee jaar vwo gedaan.

Aardrijkskunde was interessant, maar ik had geen idee wat ik ermee kon. Piloot worden vond ik ook wel tof, maar ik heb een lui oog. Ik zie niet heel goed diepte en kon me voorstellen dat dat voor een piloot niet het meest aanbevelenswaardig is. Het werd de Landbouwuniversiteit Wageningen, bij toeval. Wij verkochten een zeilbootje en de ­koper was iemand die werkte op Zestienhoven als hoofd van de ­meteorologische dienst bij het KNMI. Hij vertelde dat ze in ­Wageningen een nieuwe opleiding Bodem, Water en Atmosfeer gingen starten. ‘Dat zou wat voor je kunnen zijn’, zei hij.

Mijn hele leven werd al geroepen­ dat ik misschien niet genoeg capaciteiten heb. Waarop mijn Wageningse­ mentor zei: ‘Als jij gemotiveerd bent en ervoor werkt, gaat het gewoon lukken.’ Ik heb de studie ruim binnen de beperkte tijd afgerond. Zelfs met een uitval van drie maanden door de ziekte van Pfeiffer. Want het was superleuk. Ik kwam in een andere fase van mijn leven, ontmoette andersgestemden, en kon voor het eerst gewoon zijn wie ik ben. Daar vond ik vanzelf een vriendenclub omheen.

Dat ik iets met het weer zou gaan doen, wist ik toen nog niet. Een weerbericht maken is maar een klein onderdeel van de studie. Toen ik op stage ging bij Meteo Consult, zagen ze hoe positief ik in mijn werk stond en hoe ik voortdurend zocht naar hoe het beter kon. Na de stage deed ik vakantiewerk als receptionist en een paar maanden later vroegen ze of ik de functie van een vertrekkende meteoroloog wilde overnemen. Doodeng vond ik dat, want je moet presteren. En zeker in een vakgebied waarin niks zeker is, zul je altijd wel een keer je hoofd stoten.

Janita Sassen
Janita Sassen

Nu is het grappige dat ik van mensen uit mijn jeugd hoor dat ik assertiever en energieker was dan ik dacht. Ik ben in groep 8 op de vuist gegaan met een van de pestkoppen, omdat ik er helemaal klaar mee was. Daarna was het zo goed als over. Het omslagpunt kwam toen iemand zei: ‘Het feit dat je gepest wordt, laat zien dat je anders bent. Ze kunnen dat niet plaatsen.’ Dus tegen iedereen die gepest wordt, zeg ik: ‘Je hebt iets waar mensen bewust of onbewust jaloers op zijn of ze krijgen geen grip op je.’

Verlegen ben ik overigens nog steeds. Mensen zijn altijd verbaasd dat ik het liefst achter iemand wegduik. En ik ben een perfectionist. Dat is een grote uitdaging in mijn vakgebied, waarin niks zeker is. Maar zolang je je best doet, kun je jezelf niet verwijten dat dingen ­anders lopen. Ik ben behoorlijk ­positief ingesteld. Dat komt misschien wel door mijn oma die zei dat er altijd iets blauws in de lucht zit. En door mijn moeder die me leerde dat er altijd andere mogelijk­heden zijn als je er niet uitkomt. En door mijn vader die zei: ‘Het maakt helemaal niet uit welk ­niveau je bereikt, zolang je maar je best blijft doen.’

Ik was twintig jaar weervrouw op de buis, maar vroeg me op enig moment af: ik mag nog twintig jaar werken tot mijn pensioen, wat wil ik dan nog? Ik merkte dat het uitwisselen van ­ervaringen en emoties tijdens lezingen me veel energie geeft. Via televisie ben je alleen aan het zenden. Ik deed de lezingen naast mijn televisiewerk, maar het ging door alle drukke diensten steeds meer knellen. Daarom ben ik als weervrouw gestopt.

Ik ben al 21 jaar moeder, inmiddels­ van drie kinderen: twee zonen en een dochter. Ze wonen allemaal nog thuis en hebben het veel te ­gezellig hier. Ik heb van mijn moeder­ meegekregen dat je iedereen moet laten zijn wie hij is. Als je kinderen zich kunnen ontwikkelen,­ zich prettig voelen en gerespecteerd, is dat een groot ­cadeau. Er zijn ongetwijfeld zaken die ik anders­ had moeten aanpakken, maar het verleden kun je niet meer veranderen. Daarom heb ik geen spijt van dingen.

Ik zit nooit stil. In het lezingencircuit werk je je zeven maanden lang te pletter. Om te ontspannen, wandel ik regelmatig met mijn echtgenoot. We wonen heerlijk, niet ver van Utrecht, met veel wandel­gebieden in de buurt. ­Buiten zijn en in beweging zijn: dat is heel belangrijk om helder te blijven in je hoofd. Maar je moet er wel tijd voor vrijmaken. Voor je het weet duik je ’s ochtends in je sportkleding achter de computer en zit je daar ’s avonds nog steeds. Daarnaast probeer ik mijn sociale contacten bij te houden. Maar ik moet je eerlijk zeggen: buiten mijn vriendenkring mijd ik zoveel ­mogelijk drukke omgevingen. Ik word kriegelig van te veel mensen. Maar ik vind het wel heel leuk om bij de buren aan te kloppen en te vragen hoe het met ze gaat. Ik woon in een wijk met wat oudere mensen en toen corona net was uitgebroken, ben ik naar de bakker gegaan. Ik kocht tien losse gebakjes die ik bij elke buur voor de deur zette. Ik belde aan en vroeg: hoe gaat het? Daar geniet ik van en ik wil er niks voor terug. Ik vind het gewoon normaal dat je omkijkt naar je omgeving.

Straks is een grote, open vlakte. Geen idee wat er komt. Ik ben de 50 net gepasseerd en vind het een zegen dat ik gezond en fit ben en mijn werk kan doen. Want vergis je niet: lezingen geven is heel intensief. Je staat voortdurend tweehonderd procent aan. Ik ben vaak een van de hoofdacts van een groter programma en dan moet je superscherp zijn, anders kun je dit werk niet doen. Het is bijna een soort van topsport. Ik rook niet, ik drink slechts heel af en toe een glaasje wijn bij speciale gelegenheden. Ik merk dat ik sterker word als ik regelmatig sport. Ik ga, naast het vele wandelen ook twee keer in de week naar de sportschool. Ik doe dus mijn best om gezond oud te worden.

Iemand zei laatst: ‘Je merkt pas dat je oud wordt als je klachten begint te krijgen die de volgende dag niet meer weg zijn.’ En toen dacht ik: ik heb wat zwakkere knieën, dat gaat nooit meer over. Zolang je moet werken en presteren is het heel vervelend als je hoofd niet meer scherp is. Ik kan best met een rolstoel het podium op, als ik maar kan blijven spreken. Ik ben nog ad rem en kan snel schakelen; dat zal natuurlijk een keer minder gaan worden. Ik ben zzp’er en zal blijven werken, ook na mijn pensioen. Daarom hoop ik dat ik geestelijk goed blijf. Dan komt het vast wel goed.

Het allerbelangrijkste is dat je echt moet genieten van het moment. Ik heb zat dingen nog niet gedaan in mijn leven. Ik zou zeker nog een paar mooie reizen willen maken, maar ik heb ook een gevoel van vliegschaamte. Vliegen is niet een van de meest milieuvriendelijkste acties. Ik heb al vijf jaar niet meer gevlogen en als ik vlieg moet daar echt een goede reden voor zijn. Ik zal minder snel voor vakantie het vliegtuig pakken. Ik zeg niet dat ik het nooit zou doen, maar ik heb het in mijn leven ook haast niet gedaan.

Hoe wil je herinnerd worden, is een vraag die ik zelf vaak aan mensen­ stel. Maar ik stel hem liever­ dan dat ik hem beantwoord. Misschien­ dan maar als iemand die hart had voor haar omgeving. Of dat nu het ­milieu is, de buurman of buurvrouw, mijn familie en vrienden. Dat vind ik gewoon het belangrijkste,­ in goede en slechte tijden. Er zit altijd iets blauws in de lucht, is een beetje mijn motto in alle tegen­wind en crises die we nu doormaken. Maar laten we wel ­wezen: zonder tegenwind kan je nooit genieten van de goeie ­momenten.”

Auteur 
  • Tom Kellerhuis
Bron 
  • Plus Magazine