Blij met de hulp, bang om haar kwijt te raken

Pluslezers die met de veranderingen in de zorg te maken hebben, maken zich grote zorgen. Ook vinden ze het verwarrend en frustrerend.

Veel patiënten zijn bezorgd over de toekomst en zien er als een berg tegen op om familie en vrienden te moeten ­inschakelen. Dit blijkt uit een enquête van Plus Magazine onder 653 lezers die gebruikmaken van thuiszorg en/of thuishulp.

Aan deze Pluslezers is gevraagd wat hun ­ervaringen zijn en wat zij verwachten voor het komende jaar. De grote veranderingen in de zorg zijn extra pijnlijk omdat veel ondervraagden tot op heden zeer tevreden zijn over de thuiszorg en thuishulp. “Nu heb ik een prima hulp en dat wil ik graag zo houden”, verwoordt een Pluslezeres het breed gedragen gevoel. De huidige zorgverlening krijgt als ­rapportcijfer een dikke 8. De verwachting voor 2015 is een stuk lager: een 6,5.

Een deel van de resultaten van de enquête is weergegeven in de Plus Barometers: wat vindt ú van de thuiszorg en thuishulp in ons land?

Dit gaat er veranderen: verantwoordelijkheden

Gemeenten worden vanaf 2015 verantwoordelijk voor maatschappelijke ondersteuning, waaronder thuishulp. De zorgverzekeraars regelen voortaan de thuiszorg.

Dit vinden Pluslezers
Een derde van de ondervraagden vermoedt dat het in andere gemeenten beter toeven wordt dan in de eigen gemeente. 40 procent van de ondervraagden met thuishulp weet dat hun gemeente volgend jaar gaat bezuinigen, maar weet nog niet hoeveel. En 9 van de 10 ondervraagden hebben geen idee hoeveel geld er in 2015 beschikbaar zal zijn voor de hulp of zorg waar ze van afhankelijk zijn.

“De gemeente geeft nog geen duidelijkheid en ik weet niet waar ik aan toe ben”, klinkt het. Slechts 19 procent van de Pluslezers die afhankelijk zijn van huishoudelijke hulp, vinden dat die hulp bij de gemeente in goede handen is. De thuiszorg en thuishulp worden een chaos, voorspelt maar liefst 58 procent.

Dit gaat er veranderen: kritischer kijk op thuishulp

Door de bezuinigingen zullen gemeenten kritischer kijken of thuishulp wel nodig is. Is er echt niemand in de eigen omgeving die kan helpen?

Dit vinden Pluslezers
Hulp vragen in eigen kring: dat wordt een cultuuromslag én een zware dobber. Driekwart van de Pluslezers die afhankelijk zijn van thuishulp, zien ertegen op om familie, vrienden of kennissen in te schakelen, zo blijkt uit de enquête.

Vooralsnog beklemtoont staatssecretaris Martin van Rijn dat mantelzorg (langdurige onbetaalde hulp door partner, familie of vrienden) niet verplicht mag worden. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft dit standpunt bevestigd. Een mantelzorger mag dan misschien ‘nee’ zeggen – voor iemand die hulp nodig heeft maar liever geen naasten inschakelt, wordt ‘nee’ zeggen tegen mantelzorg niet makkelijk. Bijna één op de drie (28 procent) kán overigens helemaal geen beroep doen op naaste familie; zij geven aan dat ze alleenstaand zijn en geen kinderen hebben.

De overheid rekent op ‘participatie’ om de weg­vallende zorg op te vangen, maar het is de vraag of dat vangnet er wel ís.

Dit gaat er veranderen: hoeveelheid thuishulp

Hoeveel thuishulp iemand volgend jaar nog krijgt, verschilt per persoon én per gemeente. Gemeenten krijgen minder geld en veel gemeenten hebben al ­bezuinigingen aangekondigd.

Dit vinden Pluslezers
Het idee dat de hulp weleens minder zou kunnen worden, houdt meer de helft van de ondervraagden die afhankelijk zijn van thuishulp ’s nachts uit de slaap (52 procent). Twee van de drie ondervraagden zien een eventuele bezuiniging door de gemeente als een ‘groot probleem’. 70 procent van de ondervraagden is nú blij met de hulp en is bang om die kwijt te raken. De onzekerheid is groot.

Dit gaat er veranderen: lopende afspraken van wijkverpleegkundige

Voor de thuiszorg geldt: vóór 1 mei 2015 worden alle lopende afspraken tegen het licht gehouden door de wijkverpleegkundige en haar team. Of iemand daarna dezelfde verpleegzorg en persoonlijke verzorging houdt (zoals wassen en aankleden) wordt dan duidelijk.

Dit vinden Pluslezers
Bijna de helft van de ondervraagden (45 procent) ziet het somber in en denkt dat de thuiszorg slechter zal worden. Eén op de drie Pluslezers (33 procent) vindt niet dat de thuiszorg in goede handen is bij de verzekeraars.

Dit gaat er veranderen: goedkopere alternatieven

Gemeenten zoeken goedkopere alternatieven: ze zullen wellicht vaker in zee gaan met particuliere bedrijven voor de thuishulp.

Dit vinden Pluslezers
Gebruikers van thuishulp zijn pessimistisch over de kosten: 79 procent denkt dat de thuishulp veel duurder wordt. Gebruikers van thuiszorg zijn iets minder somber: 68 procent verwacht een stijging van de kosten.

Reactie Pluslezers

Franca Rasenberg-de Greef (76) uit Geldrop

  • Krijgt elke dag thuiszorg en drie uur per week thuishulp.
  • Weet nog niet of zij en haar man Kees (80) het straks zelf moeten zien te rooien.

“Elke ochtend komt er iemand langs om mijn steunkousen aan te trekken en mijn ogen te druppelen. Ik kan dat niet zelf omdat mijn handen trillen, en Kees kan me niet helpen omdat hij ernstige artrose in zijn handen heeft. Toch werkt hij mee met de hulp. Soms is het hem eigenlijk te veel, maar hij doet het toch. We weten nog niet of we de thuishulp en thuiszorg in 2015 blijven houden. Als ­alleen onze huishoudelijke hulp zou verdwijnen, of we daar meer aan zouden moeten mee­betalen, redden we het misschien wel. Maar als we ook de persoonlijke verzorging moeten missen, wordt het lastig. Onze kinderen wonen ver weg. En sommige zijn zelf op hulp aangewezen doordat wij wat van onze kwalen aan hen hebben doorgegeven. Hoe dat dan straks zou moeten, daar denk ik maar niet aan. Dat weiger ik. Ik zeg weleens tegen Kees: ‘Misschien komt Mark Rutte ’s ­ochtends mijn kousen wel aandoen.’ Hij is toch zo te spreken over die participatiesamenleving?”

Ricky Dominicus (65) uit Budel

  • Heeft drie uur per week hulp in de ­huishouding
  • Raakt haar hulp vanaf 1 januari 2015 kwijt

“Stofzuigen, ramen lappen, stoffen: dat doet mijn hulp. Ze komt drie uur per week. Ik kan niet veel zelf. Vanwege fybromyalgie, reuma van de weke delen, heb ik voortdurend pijn in mijn spieren. Ook ben ik vaak extreem ­vermoeid. Door dit alles heb ik vaak last van ­depressies. Per 1 januari 2015 raak ik mijn hulp kwijt. Dat stond in een brief die ik kreeg van de gemeente. Ook al heb ik een indicatie voor klasse-1-hulp, tot 2017. Dat er ­bezuinigd moet worden, dat begrijp ik. Maar dat ze – zonder te komen kijken hoe het met me gaat – ­besluiten dat ik het allemaal zelf wel kan: dat vind ik echt verschrikkelijk. Ik heb na die brief dagen lopen huilen. Hoe moet nou straks? Ik lig er wakker van.”

Kyra Noorman (38) uit Soest

  • Is wijkverpleegkundige in Soest.
  • Gaat haar team in de richting van ‘minder zorgen’ sturen.

“Voorheen lag alles al vast. ‘U krijgt een nieuwe heup? Dan hebt u recht op zoveel uur in de week douchen en wassen.’ Vanaf 1 januari zijn er geen regels meer die voor iedereen gelden, want elke situatie is anders. Kunt u door uw man gewassen worden, prima: dan krijgt u daar geen hulp meer voor. Is er wel ondersteuning nodig bij het huishouden? Dan gaan we dát regelen. Nieuw is dat wijkverpleegkundigen namens de zorgverzekeraars gaan optreden. En dat er door de ­regering fiks is bezuinigd. Mijn team is ingesteld op ‘zorgen’. Ik zal hen nu soms richting ‘minder zorgen’ moeten sturen. Dat zal niet meevallen, maar het moet. We kunnen niet doorgaan in het huidige stramien.”

Met dank aan Petra Schout (patiëntenfederatie NPCF) en Fleur Kusters (Mezzo, landelijke vereniging voor mantelzorgers en vrijwilligerszorg).

Bron(nen):