Lenny blogt: vervelen in het verpleeghuis

In de woonkamer waar mijn demente moeder de dag doorbrengt, kun je een speld horen vallen..

Acht dames zitten aan de ovalen eettafel te dommelen, of staren in zichzelf gekeerd voor zich uit. Zo is het vandaag, zo was het vorige week, zo was het de afgelopen maanden. Gelukkig breng ik leven in de brouwerij. Mijn moeder ontwaakt uit haar slaapje en gaat er eens goed voor zitten. En ook enkele andere dames reageren op mijn knuffels en krijgen praatjes. De stilte is doorbroken.
Het lijkt net of er nooit activiteiten zijn voor mijn moeder en haar lotgenoten, anders dan wassen, aankleden, eten en drinken geven. Maar ik kom bijna altijd in het weekend, en dat geldt er een ander regime dan door de week.
Uit een recent, kleinschalig onderzoek van het College voor de Rechten van de Mens blijkt dat bewoners van verpleeghuizen gedurende de dag weinig om handen hebben. Ja kijk, dat bedoel ik dus. Ik vraag aan de verzorgenden op de afdeling hoe het zit. Komt er wel eens iemand iets gezelligs doen? Ja, zeker wel. Tenminste, niet in de afgelopen maanden, want toen had de activiteitenbegeleidster zwangerschapsverlof. Maar nu is ze er weer. Zo’n twee keer per week is ze op de afdeling. Soms met een felgekleurde bal of met prenten van vroeger. Of met een ouderwetse koffiemolen, om heerlijk geurende koffie te maken. En hooguit twee keer per jaar komen er clowns of aaidieren. Laatst was er een klein paardje op laarzen, dat had veel tumult veroorzaakt.
Ik vermoed, dat het College voor de Rechten van de Mens niet heel enthousiast zal worden van deze optelsom van kleine pleziertjes. Maar wij? Wij doen het ermee. Kom op, zeg ik tegen mijn moeder terwijl ik aan de rolstoel ruk: “We gaan naar buiten. Een frisse neus halen.”