Verplicht thuis, wat doe je dan?

Het coronavirus (covid-19) had en heeft grote gevolgen. Verplicht binnen zitten, nauwelijks contact met de buitenwereld, geen verenigings­leven, sport, winkels, musea of concerten. We vroegen onze lezers: wat hielp/helpt u er in deze tijden doorheen?

Grote schoonmaak, cursus Latijn

Mirjam Naninck (72) uit Eindhoven: “Ik ben alleenstaand zonder kinderen en deed dertig uur per week vrijwilligerswerk in een verpleeghuis. Dat ligt nu stil en dat stemt me verdrietig. Ik mis mijn mensen, voor wie ik me met hart en ziel inzette. ­Demente mensen snappen niets van wat er nu gaande is. Wat moet er in hen omgaan, nu er al zo lang geen bezoek meer komt en ze door niemand worden geknuffeld? Om mezelf af te leiden ben ik aan de grote schoonmaak begonnen. En ik volg een schriftelijke cursus Latijn. Daar heb ik nu tenminste tijd voor.”

Facetime met buurkinderen

Ineke Henket-Lamberti (69) uit Maastricht: “Wat ik het meeste mis, is het contact met mijn drie jonge ­buurkinderen. Het is altijd leuk om even bij ze te zijn of om een van hen op bezoek te hebben. Zij bepalen dan grotendeels wat we gaan doen: iets lekkers bakken, spelen met het speelgoed van onze eigen kinderen, een fantasiespel doen of een boek voorlezen. Wij zijn een soort opa en oma voor ze. Gelukkig houden we wel contact met elkaar via facetimen. Wat een uitvinding is dat!”

Tijd en aandacht voor elkaar

Arend de Bok (63) uit Nijmegen: “Mijn vriendin is al een paar weken ziek. We weten niet of ze corona heeft, want ze is niet getest. Ze voelt zich slap, heeft keelpijn en hoest nachtenlang. Ik haal om de drie, vier dagen boodschappen. Verder kom ik de deur niet uit. We leven van dag tot dag, volgen de actualiteiten, zitten op de bank met een boek of kijken Netflix. Niemand komt op bezoek. Het is vreemd en onwennig, maar op haar ziek-zijn na vinden we deze stille tijd niet onprettig. We hebben iets teruggevonden wat veel mensen mét ons kwijt waren: tijd en aandacht voor jezelf en voor elkaar. Als we dat na de crisis in stand kunnen houden, heeft de coronaramp ons ook nog iets opgeleverd.”

Breien, haken en rommel opruimen

Evelien Nijman (62) uit Doesburg: “Wat mij door deze crisis helpt, is dat ik weer tijd heb om te breien en te haken. Mijn dochter is zeven weken zwanger. Het is heerlijk om alle babybreiboeken weer eens van zolder te halen en de ouderwetse patronen aan te passen. En als ik dan toch op de zolder ben, kan ik ook mooi een heleboel oude rommel weggooien.”

Videobellen met mijn vader

Henny Hesselink (55) uit Ingen: ­“Afgelopen februari is mijn moeder vrij plotseling overleden. Mijn vader is nog steeds van slag en ik zou hem graag vaak willen ­knuffelen, maar dat kan nu niet. Via videobellen drinken we wel iedere ochtend ‘samen’ koffie en ’s middags een kopje thee. Op zonnige dagen fiets ik met een thermosfles thee of koffie even naar zijn huis. Dan zet hij van tevoren een klapstoeltje voor me klaar bij de keukendeur en zo kunnen we, hij in de keuken en ik op dat stoeltje, door de open keukendeur met elkaar kletsen. Ik heb een kapsalon, dus normaal gesproken zou ik daar helemaal geen tijd voor hebben. Maar nu de zaak vanwege het ­coronavirus is gesloten, kan het wel!”

Blij worden van het fietsen

Ellen van de Bunt (75) uit Reeuwijk: “De natuur laat zich door het virus gelukkig niet van de wijs brengen. Alsof er niets aan de hand is, is het weer gewoon mooi weer geworden en zodra de zon schijnt, trek ik eropuit. Toen mijn man nog leefde, maakten we samen mooie fietstochten. Nu doe ik het alleen. Ik zet het fietsenrek achter op de auto en rijd naar een mooi gebied. De restaurants zijn dicht, dus ik neem een thermoskan koffie, brood en fruit mee, zoals we dat vroeger ook deden. Van die uitjes op de fiets word ik heel blij.”

Nuttig maken bij zieke mensen

Jet Kunz (69), Achterveld: “Ik volg een opleiding kunstschilderen, waarvoor ik driemaal per week met de trein naar Amsterdam moet. Nu de boel stilligt, word ik door mijn leraren digitaal ondersteund en kan ik heerlijk thuis schilderen. Mijn man en de hond zijn blij dat ze me nu vaker zien! Aan de andere kant spring ik nu als gepensioneerd huisarts vaker in op de huisartsenpost of ter vervanging van een zieke collega. Van top tot teen in beschermende kleding gehuld heb ik al veel zieke mensen onderzocht die ik verdacht van covid-19. Sommigen heb ik naar het ziekenhuis moeten sturen. Het maakt diepe indruk op mij dat de infrastructuur binnen de gezondheidszorg in korte tijd zó goed aan de huidige crisis is aangepast. En wat mezelf betreft: ik ben heel blij dat ik me in deze zware tijden weer even nuttig kan maken in mijn oude beroep.”

Kijken naar vrolijke vogels: de natuur wint altijd

Hein Doeksen (69) uit Achterveld: “Vanuit mijn werkkamer boven in onze schuur kijk ik deze dagen meer dan anders naar de vogels in onze tuin en die van de buren. Zij gaan onverstoord door met hun dagelijkse bezigheden. Ik krijg zelfs de indruk dat ze, door de coronastilte rondom, actiever en vrolijker zijn dan andere jaren. Een bonte specht hakt met veel geroffel zijn nest uit de eik. Een houtduivenpaartje bouwt zijn kasteel hoog in de treurwilg. Een winterkoningmannetje werkt aan drie proefnesten – zijn vrouwtje mag uiteindelijk kiezen – en het spreeuwenechtpaar heeft, net als vorig jaar, onze steenuilenkast in beslag genomen. En luider dan vorig jaar zingen de heggemus en de lijster ons iedere ochtend wakker. De boodschap is duidelijk: de natuur wint altijd!”

Overpeinzingen tijdens wandelingen

Katuscha Tellegen (79) uit Den Haag: “Als alleenstaande ben ik in deze bizarre tijd meer alleen dan ooit tevoren. Door de gedwongen rust ben ik veel aan het nadenken. Ik maak lange wandelingen, waarbij ik op het oude vertrouwde gevoel stuit ‘niet goed genoeg’ te zijn. Doe ik wel voldoende voor de ander? Ben ik wel zoveel milder en zachter geworden als ik dacht? Met dit soort overpeinzingen kom ik de dagen door. Ik vraag me ook af hoe de wereld uit dit alles tevoorschijn komt. Met een herijking van universele waarden? Daar ben ik zó benieuwd naar! Alleen daarom al hoop ik dat ik gezond uit deze crisis kom. Ik heb er desnoods nog wéken van eenzame opsluiting voor over.”

‘Naar het graf van mijn vrouw’

Frits de Keijser (85) uit Prinsenbeek: “Naast het bellen en appen heb ik het ouderwetse brieven schrijven herontdekt. Ik vond een oude blocnote terug waarop mijn vrouw en ik ­vroeger het Groot Dictee der Nederlandse Taal schreven. Die blocnote gebruik ik nu om mijn vrienden in het land te schrijven over mijn wel en wee. Verder lees ik veel en wandel ik met de hond. En af en toe ga ik naar het graf van mijn vrouw om haar te vertellen hoe de wereld er op dit ­moment uitziet.”