PlusOnline.nl maakt gebruik van cookies: functioneel, om instellingen en voorkeuren te onthouden, voor beter en eenvoudiger navigeren en inloggen; analytisch, om bezoeken bij te houden en te bestuderen; voor commerciële doeleinden, om bij te houden hoe vaak bepaalde advertenties zijn getoond en geklikt; voor targeting doeleinden, om advertenties op uw interesses te kunnen aanpassen en zodat andere sites ook gerichte advertenties kunnen tonen. Door hiernaast op akkoord te klikken, of door gebruik te blijven maken van deze website gaat u hiermee akkoord. Lees voor meer informatie ons Cookiebeleid.

Akkoord

Wie was de man die ik jarenlang mijn beste vriend had genoemd?

Harry was een vriend uit duizenden; een eerlijke, charismatische man met een fascinerend leven. Hij reisde de wereld over, redde weeskinderen in Sri Lanka, vloog in een Starfighter, zeilde in zijn jonge jaren tijdens de Olympische Spelen en verdiende een vermogen als organisatieadviseur bij multinationals. Ik hing aan zijn lippen als hij verhalen vertelde en bewonderde zijn inzet voor goede doelen. Ik kende hem door en door. Dacht ik.

Verteld door Jan (64)
 
Onze vriendschap begon toen ik een jaar of 40 was. Hij was tien jaar ouder en straalde een prettige wijsheid uit. We deelden de liefde voor de Noord-Hollandse natuur en maakten lange wandelingen door de polder. Soms verraste hij me met een skivakantie. ‘Je hoeft alleen maar in te stappen, ik regel alles’, zei hij, om me een paar dagen later op te halen met een super-de-luxe auto. We hadden een heerlijke week en bespraken alles.
Toen werd hij ziek: uitgezaaide kanker, niets meer aan te doen. Ik zat naast Harry toen hij zijn laatste adem uitblies, samen met zijn twee dochters, die ik nooit eerder had ontmoet. Dat lijkt gek, maar Harry zei altijd dat hij liever een-op-eencontact had met zijn vrienden. Bovendien waren zijn dochters succesvolle zakenvrouwen die altijd op reis waren. Een van hen was zelfs multimiljonair.

'Je hebt toch niet alles geloofd wat hij vertelde?'

Ik was mijn beste vriend kwijt en wilde graag meedenken over een passend afscheid. Dat vonden de dochters prima. Maar op alles wat ik voorstelde, reageerden ze negatief. ‘Het mag niet te duur worden’, zei de multimiljonaire. Toen ik zei dat Harry genoeg geld had voor een groots afscheid, begon ze te lachen en vroeg: ‘Je hebt toch niet alles geloofd wat hij vertelde?’
Op dat moment spatte mijn beeld van Harry uiteen. Bij elke zin van zijn dochters werd mijn verwarring groter. Harry had geen weeshuis in Sri Lanka, was nooit op de Olympische Spelen geweest, had een vluchtsimulator op zijn computer in plaats van een vliegbrevet en zijn dochters konden ternauwernood rondkomen van hun kleine baantjes. Ja, hij was wel organisatieadviseur en daar verdiende hij best leuk mee. Maar hij gaf alles weer uit – en vaak veel meer. Ik was compleet van de kaart. Wie was die man die ik jarenlang mijn beste vriend had genoemd? Ik voelde me zo belazerd dat ik niet meer naar de begrafenis wilde.

Eigenlijk heel eenzaam

Een dag later kwam ik daarop terug. Harry had altijd voor me klaargestaan, we hadden veel mooie dingen gedeeld. Hij had me enorm voor de gek gehouden, maar dat bleek hij bij iedereen te hebben gedaan. We zijn met z’n allen in zijn verhalen getuind. Eigenlijk is het ongelofelijk knap dat hij nooit tegen de lamp is gelopen. Dat heb ik gezegd tijdens de begrafenis. En ik gaf ook toe dat ik kritischer had moeten luisteren. Want hoe paste een brede man van bijna twee meter in een Starfighter? Harry heeft zelf geloofd in zijn verhalen, dat kan niet anders. Ik zie nu in dat hij een pathologische leugenaar  was en daardoor eigenlijk heel eenzaam. Dat raakt me diep.
Bron(nen):