De AOW: al ruim 50 jaar een basisinkomen voor alle ouderen

Getty Images

In 2013 werd de leeftijd waarop Nederlanders AOW ontvangen verhoogd. Dat was voor het eerst sinds de wet in werking trad in 1957. Opmerkelijk, want onze levensverwachting is in die tijd flink gestegen, van 73 jaar naar 81 jaar gemiddeld.

De basis van de AOW ligt in de Noodwet Ouderdomsvoorziening. Na de Tweede Wereldoorlog moest er snel iets gedaan worden aan de ouderenzorg en –voorzieningen. Het plan werd opgevat om een verzekering in te voeren die mensen na hun 65e in staat stelde om te stoppen met werken, omdat ze een pensioen van de overheid kregen.

Urgent probleem
De wet moest een tijdelijke oplossing zijn voor een urgent probleem. Het gold aanvankelijk voor drie jaar, maar hij werd steeds verlengd. In 1957 werd hij officieel omgevormd tot de Algemene Ouderdomswet (AOW). Vanaf toen was de AOW een verplichte verzekering voor iedereen.
[ITEMADVERTORIAL]

Naar draagkracht
Ook werd 65 jaar vastgesteld als pensioenleeftijd. De bedenker van de AOW, Willem Drees, verwachtte dat de leeftijd in de loop der jaren regelmatig zou veranderen, wegens de wisselende financiële situatie van de overheid. Tot 2013 gebeurde dat echter niet.

Automatisch verzekerd
Iedereen die in Nederland woont of werkt, is automatisch verzekerd voor de AOW. Het maakt dan niet uit wat uw nationaliteit is. De Belastingdienst int de premies volksverzekeringen tegelijk met de inkomstenbelasting. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) keert de AOW uit na het bereiken van de AOW-leeftijd.

Opbouw AOW
Ieder jaar dat u verzekerd bent, bouwt u 2 procent AOW-pensioen op. U krijgt een volledig AOW-pensioen als u in de 50 jaar voor uw AOW-leeftijd altijd verzekerd bent geweest. Hebt u buiten Nederland gewoond of gewerkt, dan was u mogelijk niet verzekerd en kan uw AOW-pensioen lager uitvallen. Kijk voor meer informatie op de website van de Sociale Verzekeringsbank.

Meer weten?
Meer informatie over de veranderingen in de AOW? Kijk op www.rijksoverheid.nl/aow

Auteur 
  • Erik Bogaards
Bron 
  • geldenrecht.nl