Wandelen langs het water

Allesoverheersende stilte en water, héél veel water. De Oosterschelde is misschien wel het meest bijzondere nationaal park van Nederland. Je vindt er een prachtig gebied van kreken en bebossing: een paradijs voor vogels én wandelaars.

Nationaal Park Oosterschelde is Nederlands grootste én natste nationaal park: tussen Schouwen-Duiveland, Noord-Beveland, Walcheren en Tholen ligt een meer dan 37.000 hectare grote plas zout water met zandplaten, slikken, schorren en geulen: de Oosterschelde.

Het is Nederlands belangrijkste kweekplaats voor oesters en Zeeuwse mosselen en telt meer dan honderd verschillende soorten vissen, waaronder bijzondere soorten zoals inktvissen en wandelende geraamtes (een soort kreeftje). Bovendien kent het gebied een gevarieerd en kleurrijk waterplantenleven en is het, bij laagwater, een uitbundig gevulde dis voor de duizenden trekvogels die twee keer per jaar langskomen.

Missing media-item.

Het had maar een haar gescheeld of dit bijzondere samenspel van de natuur had de 21ste eeuw niet gehaald. Na de watersnoodramp van 1953 werden de meeste Zeeuwse en Zuid-Hollandse zeearmen afgesloten. Maar dankzij de strijd van een vasthoudende groep natuurliefhebbers en beroepsvissers werd omwille van het rijke natuurleven in de Oosterschelde een compromis bereikt.

Uiteindelijk is gekozen voor een stormvloedkering, waardoor het zoute water en het getij behouden zijn gebleven. Alleen in geval van storm of een calamiteit wordt de kering hermetisch gesloten. In 1986 werd dit hoogstandje van watermanagementvoltooid.

Het krekengebied bij het dorp Ouwerkerk is een blijvende herinnering aan de watersnoodramp. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 sloeg het water hier twee grote gaten in de dijk. Maandenlang stroomde het zoute water de polders in en uit. Pas in november kon het laatste gat gedicht worden door vier zestig meter lange caissons af te zinken.

De binnendijkse stroomgeulen veranderden daardoor in kreken, die overigens soms tot tien meter diep zijn! Het land rond de kreken werd door Staatsbosbeheer beplant, want vrijwel geen enkele boom in Zeeland had het zoute water overleefd. De combinatie van water en bos maakt het krekengebied tot een paradijs voor vogels. Vaak is hun gezang het enige geluid dat de allesoverheersende stilte op de grens van land en water doorbreekt.
Auteur 
  • Annemarie Bergfeld