Dit betekent Prinsjesdag voor AOW'ers

De economie groeit volgend jaar 3,5 procent, maar AOW'ers gaan er volgend jaar nauwelijks op vooruit en leveren soms zelfs wat in.

Dat blijkt uit de koopkrachtberekeningen naar aanleiding van Prinsjesdag. Het Nationaal Instituut Budgetvoorlichting (Nibud) berekende aan de hand van het Belastingplan voor 2022 wat de gevolgen zijn voor tientallen verschillende huishoudens.

Koopkracht AOW'ers in 2022

Uit de berekeningen van de overheid zelf blijkt dat we gemiddeld genomen er allemaal een klein beetje op vooruit gaan +0,1 procent. Maar dat geldt niet voor iedereen, want per huishoudtype zijn er verschillen, zo tonen de meer gedetailleerde berekeningen van het Nibud aan.

Daaruit blijkt dat veel AOW'ers er een klein beetje op vooruit gaat, maar nooit meer dan 0,2 procent per maand. Dat komt neer op zo'n 4 euro extra. Alleenstaande AOW'ers gaan er naar verhouding iets vaker op vooruit dan AOW echtparen. In sommige gevallen leveren die in 2022 zelfs 0,4 procent in. Dat betekent bijvoorbeeld voor stellen met naast de AOW een aanvullend pensioen van 25.000 euro per jaar een achteruitgang van 13 euro per maand.

Bron: Nibud
Bij de bedragen is het Nibud uitgegaan van een gemiddelde prijsstijging van 1,8 procent en bruto loonontwikkeling van 2,2 procent. Alle fiscale regelingen van 2021 en 2022 die relevant zijn, zijn gebruikt. Er is vanuit gegaan dat alle toeslagen en inkomensondersteuning worden aangevraagd. Er is geen rekening gehouden met wijzigingen in de bijzondere bijstand of gezondheidssituatie.

Ouderenbonden: onaanvaardbaar

Anbo noemt in eerste reactie deze ontwikkelingen onaanvaardbaar. "Er is een verwachte enonomische groei 3,5 procent, maar gepensioneerden met alleen AOW of met een klein pensioen hebben waarschijnlijk geen cent meer te besteden. De groep met een groter aanvullend pensioen zal zelfs aan koopkracht inleveren, omdat er opnieuw niet wordt geïndexeerd. Aan de uitgavenkant staan stijgende lasten, onder meer voor zorg, energie en lokale belastingen", aldus de Anbo.

De seniorenorganisatie ziet deze tendens met lede ogen aan, want er is een steeds groter verschil in koopkrachtontwikkeling tussen werkenden en niet-werkenden. Sinds 2012 zijn werkenden er ruim 20 procent in koopkracht op vooruit gegaan, gepensioneerden staan ruim 1 procent in de min. Wat de Anbo betreft moet er zo snel mogelijk werk worden gemaakt van het indexeren van de pensioen, zodat ook de koopkracht van AOW'ers in de pas loopt met die van de werkenden.