Taalvraag: een aantal appels is verrot, of…?

Taal… boeken vol zijn erover geschreven. Op tv scoren de spelprogramma’s over taal onverminderd hoog en online is de Taalquiz van PlusOnline een van de populairste rubrieken. De Taalvraag van PlusOnline beantwoordt – u raadt het al – vragen over taal. Deze keer: ís een aantal appels verrot, of zíjn een aantal appels verrot?

Aantal is / aantal zijn

  • Een aantal chauffeurs zijn het daar niet mee eens
  • Een aantal chauffeurs is het daar niet mee eens

Bovenstaande zinnen kunnen verhitte discussies opleveren. Want wat is nou juist: een aantal is of een aantal zijn…? Zoals altijd weet website Onze Taal raad. En wat blijkt: beide zinnen zijn juist! 

In beide zinnen is ‘een aantal chauffeurs’ het onderwerp van de zin. Maar in de eerste zin is ‘chauffeurs’ de kern van het onderwerp, vandaar het meervoud ‘zijn’. 

In de tweede zin is ‘een aantal’ juist de kern van het onderwerp. De chauffeurs in deze zin vormen tezamen een groep van chauffeurs, en die groep is het er niet mee eens. 

Nog zo’n voorbeeld:

  • Een aantal mensen heeft moeite met de nieuwe maatregelen
  • Een aantal mensen hebben moeite met de nieuwe maatregelen

In de eerste zin ligt de nadruk op ‘aantal’ – de mensen vormen samen één groep die moeite heeft met de nieuwe maatregelen. 
In de tweede zin ligt de nadruk juist op mensen – verschíllende mensen hebben moeite met de nieuwe maatregelen.

Een gróót aantal is / zijn

  • Een groot aantal bezoekers besloot toch te blijven
  • Een groot aantal bezoekers besloten toch te blijven

Ook deze twee zinnen zijn allebei correct. In de praktijk is de eerste vorm gebruikelijker. Dat geldt ook voor andere combinaties, zoals een flink aantal, een behoorlijk aantal en een klein aantal. 

Hét aantal
Wanneer er het aantal in de zin staat, volgt altijd een enkelvoudsvorm. Een paar voorbeelden:

  • Het aantal besmettingen neemt slechts zeer geleidelijk af
  • Het aantal incidenten is flink toegenomen
  • Het aantal mensen dat nooit meer aardappels eet, neemt toe

Meer van hetzelfde
De kwestie aantal is/ aantal zijn is een veelvoorkomende taalvraag. Het grappige is: voor sommige andere woorden gelden dezelfde regels. Het gaat om de volgende woorden:

  • handjevol – stel(letje) – massa – tiental (of twintigtal, dertigtal, …)

Wederom een paar voorbeelden:

  • Slechts een handjevol gasten hielden het voor gezien (meervoud)
  • Slechts een handjevol gasten hield het voor gezien (enkelvoud)
  • Een stel kinderen hebben de auto’s in de buurt gewassen (meervoud)
  • Een stel kinderen heeft de auto’s in de buurt gewassen (enkelvoud)
  • Een tiental studenten hadden na afloop van het college nog wat vragen (meervoud)
  • Een tiental studenten had na afloop van het college nog wat vragen (enkelvoud)

Zowel enkelvoud als meervoud is correct – alle zinnen hierboven zijn dus goed. De voorkeur gaat echter in de meeste gevallen uit naar het meervoud. 

De uitzonderingen
De Nederlandse taal zou de Nederlandse taal niet zijn als er niet ook een paar uitzonderingen waren. Bij de volgende woorden hoort ALTIJD een enkelvoud:

bende – berg – blik – bos – bups – colonne – drom – groep(je) – hoeveelheid – horde – kluit – kluwen – kudde – lading – leger – legioen – menigte – meute – reeks – rij(tje) – rits – roedel – schare – serie – slag – soort – stoet – troep – verzameling – zooi/zootje – zwik

Een kleine groep leerlingen heeft het huiswerk niet gemaakt
Een zootje ongeregeld heeft de buschauffeur van lijn 5 bedreigd
Voor de entree van het museum staat inmiddels een enorme rij mensen te wachten

Bronnen: Onze Taal