Waarom wilde de heer tegenover mij zitten?

“Mag ik tegenover u komen zitten?” Een heer van een jaar of zeventig wil plaatsnemen tegenover mij in de trein. “Natuurlijk”, antwoord ik. Vanuit mijn ooghoek zie ik dat er nog veel meer plaatsen beschikbaar zijn. Waarom tegenover mij? Dat wordt al snel duidelijk.

“U bent de enige in deze coupé zonder oortjes”, zegt de man.

Hij legt uit dat zo’n beetje iedereen oordopjes in heeft, of een koptelefoon op het hoofd. Om muziek te luisteren.

“Het lijkt wel of mensen geen contact meer willen tegenwoordig. Ik vind het leuk om af en toe een praatje te maken, maar dat wordt steeds moeilijker. In de trein ging dat altijd heel natuurlijk, maar nu zien en horen mensen niets meer. Ja, ze horen hun eigen muziek.”

Hij heeft een punt. Als ik soms vraag of ik er even langs mag om uit te stappen, krijg ik geen of een te late reactie, omdat de betreffende persoon totaal niet bezig is met medereizigers.

Mijn overbuurman vervolgt: “Weet u, ik ben alleen. Mijn vrouw is drie jaar geleden overleden en onze zoon woont in het buitenland. Ik heb gewoon niemand om een gesprek mee te voeren.”

Naar schatting 30 procent van de bevolking is eenzaam, vertelt professor Theo van Tilburg in dit artikel in Plus Magazine. En er heerst nog steeds een taboe op. Want wat zegt het over jóu als je eenzaam bent?

Vanaf nu besteden we extra aandacht aan eenzaamheid. We spreken met lezers die het aan den lijve ondervinden of ondervonden hebben. Ik ben blij dat ik even gesproken heb met de aardige heer in de trein. Vooral toen ik uitstapte en vroeg waar hij heenging.

“Ik rijd nog even door”, antwoordde hij. “Het maakt me niet zoveel uit naar welke plaats ik ga. Het gaat me meer om de gesprekjes onderweg. Dank u wel.”

Een beetje meer aandacht voor elkaar is zo gek nog niet.

Marilou Snels

Hoofdredacteur Plus Magazine