De belastingrechter: de man die de fiscus op de vingers tikt

Bijna de helft van de belastingbetalers die een geschil voor de rechtbank uitvechten, krijgt gelijk. Belastingrechter mr Gert Jan van Muijen helpt soms een handje.
LET OP: Dit artikel is onderdeel van de belastingspecial 2008. De informatie kan verouderd zijn. Voor de actuele belastingspecial 2012 kunt u hier klikken.

Bij een conflict met de fiscus is een bezwaarschrift de eerste stap naar gerechtigheid. Blijft de inspecteur bij zijn standpunt, dan staat de gang naar de rechtbank open. Wie ook daar aan het kortste eind trekt, kan in beroep gaan bij één van de vijf gerechtshoven in Nederland. In Den Bosch kan mr Gert Jan van Muijen een oordeel vellen.

Over wat voor zaken oordeelt een belastingrechter?
'Particulieren procederen het meest over hun aanslag inkomstenbelasting. Een voorbeeld: iemand is het er niet mee eens dat een bepaalde post – zoals zwemmen in een extra verwarmd zwembad – niet meetelt als ziektekosten. Of dat de aftrek van studiekosten is afgewezen. Ook het privégebruik van een auto van de zaak leidt nogal eens tot geschillen. Wij behandelen geschillen over alle overheidsheffingen. Dus ook over successierecht, motor­rijtuigenbelasting en onroerende-zaakbelasting. Is het terecht dat door een dakkapel de WOZ-waarde zoveel hoger is geworden? Dat soort vragen krijgt de rechter.'

Hoe verloopt de procedure bij de rechtbank?
'Als de rechter de zitting heeft geopend krijgt de belanghebbende – zo noemen we degene die de zaak heeft aangespannen – als eerste het woord. Ondernemers nemen vaak hun adviseur mee, particulieren komen meestal alleen. Daarom is het juist voor particulieren extra belangrijk dat ze zich goed voorbereiden.

Vooraf ontvangt de belanghebbende het verweerschrift van de inspecteur, dus dat kan hij al bestuderen. Op de zitting vraagt de rechter altijd of de belanghebbende nog iets te zeggen heeft op het verweerschrift.

Het is verstandig je op die vraag voor te bereiden, liefst door iets op papier te zetten en dat thuis alvast een paar keer hardop voor te lezen zodat de fouten en de slechtlopende zinnen eruit zijn. Dan kun je het verhaal tijdens de zitting met veel meer overtuiging brengen, en af en toe de rechter aankijken.
Zo’n reactie op papier heet een pleit­nota en ik ontvang die altijd graag op papier. Neem dus voldoende kopieën mee, ook voor de tegenpartij, of nog beter: stuur hem van te voren op. Dan verloopt de uitwisseling van argumenten op de zitting veel sneller.'

Is het verstandig om een ijzersterk argument tot op de zitting te bewaren?

'Nee, juist niet. Ik bereid een zitting altijd goed voor en vorm dan al een voorlopige mening. Het helpt mij als ik álle relevante argumenten dan al ken. Het is veel moeilijker om mij ter zitting van mijn voorlopig oordeel af te brengen met een konijn uit de hoge hoed.'

Belastingplichtigen hebben veel minder verstand van de regels dan een inspecteur. Houdt u daar rekening mee?
'Ja, ik vind dat ik er als onafhankelijk rechter voor moet waken dat een partij onterecht voordeel behaalt door een veel grotere kennis van zaken. Daarom helpen we belanghebbenden soms hun argumenten te formuleren, zodat die argumenten een juridische betekenis krijgen.

Iemand roept bijvoorbeeld verongelijkt: 'Vorig jaar hebben ze het ook zo gedaan, dus waarom nu niet? Het is niet eerlijk!' Dan zeg ik: 'O, u bedoelt dat de Belastingdienst bij u het vertrouwen had opgewekt dat uw aftrekpost werd gehonoreerd, en daarom bent u het er niet mee eens dat dezelfde aftrekpost dit jaar wordt geweigerd.' 'Ja, ja, inderdaad!' Dan richt ik me tot de ­inspecteur: 'Belanghebbende doet een beroep op opgewekt vertrouwen. Wat vindt u daarvan?' Op die manier wil ik nog wel eens een reddingsboei toewerpen. Dat kan het verschil maken tussen een verloren of een gewonnen zaak.

Wanneer is het nodig een adviseur in de arm te nemen?
'Als je het bij de rechtbank verloren hebt, is het raadzaam om de zaak eerst aan een deskundige voor te leggen voor­dat je in hoger beroep gaat. Misschien ziet een fiscalist nieuwe argumenten die je in hoger beroep zou kunnen voorleggen. Zo niet, dan is het meestal verstandiger om te stoppen. Aan de andere kant: sommige mensen hebben zo’n principiële zaak dat ze die per se tot de hoogste rechter willen uitvechten. Een voorbeeld? Iemand die studiekosten voor een oosterse religie wil aftrekken, omdat hij er zijn beroep van wil maken en een religieus centrum wil gaan oprichten. De inspecteur vond dat de man de studie voor zijn persoonlijke ontwikkeling deed en niet voor zijn beroep. Ik kan me voorstellen dat je in zo’n geval geen genoegen neemt met de uitspraak van één rechter.'

Krijgen partijen de uitspraak meteen te horen?
'Nee. Zowel bij de rechtbank als bij het Gerechtshof wordt de uitspraak pas 14 dagen na de zitting gedaan, mondeling of schriftelijk. Bij de rechtbank is de uitspraak vaker mondeling. Ook wordt daar vaker een schikking getroffen. Zo kan er worden onderhandeld over de hoogte van een boete die is opgelegd, bijvoorbeeld ­omdat de belastingplichtige informatie heeft verzwegen. Stel: de belanghebbende wil helemaal geen boete betalen en de inspecteur eist een boete ter hoogte van 50 procent van de nage­heven belasting. De rechter kan de inspecteur dan voorleggen: 'Vindt u ook niet dat 25 procent boete wel genoeg is?' Als belanghebbende kun je in zo’n geval maar beter je knopen tellen.'

Lees ook

1 Reactie

Door Anoniem (niet gecontroleerd) op ma, 1-12-2014 - 23:59

Dat heb ik niet gemerkt. Ik ben in cassatie gegaan en de Hoge Raad heeft zelf het arrest van Mr. G.J. van Muijen vernietigd. Kortom ik ben in het gelijk gesteld.