Wandelen met Hella: Hans en ik pasten perfect bij elkaar

De ouders van Tilly Vis zaten in de oorlog in het verzet. Haar man kreeg een herseninfarct op zijn 55ste. Ze verzorgde hem tot zijn dood. “Dat waren zeker niet onze slechtste jaren!”

Tilly Vis (71) is weduwe en pleegmoeder van Judith. Haar beide ouders overleefden concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog. Hella van der Wijst (54) is presentator en schrijfster. Haar meest recente boek is Troost. Als je iemand mist. Ze houdt van wandelen en een goed gesprek.

Vanaf ons terras in het zonnetje hebben we prachtig zicht op hét symbool van Gouda: het vijftiende-eeuwse stadhuis met zijn ­typisch rood-witte luiken. Het is een van de oudste gotische stadhuizen van ons land, maar tegenwoordig amper groot genoeg voor trouwerijen. Vanuit haar woonplaats Moordrecht komt Tilly Vis hier voor ‘een paar uurtjes stad’ of om lekker uit eten te gaan. “Blijven genieten van het leven ondanks alles, dat is de kunst”, vindt ze.

Onze wandeling ziet ze als een cadeau voor haar verjaardag en is volgens haar geen toeval. In het dagboek ‘Voor elke dag een vraag’ dat ze bijhoudt, staat bij vandaag mijn naam achter de vraag: wie zou je nog eens willen interviewen? Lang geleden heeft ze die daar ingevuld.

Onze ontmoeting heeft Tilly perfect voorbereid. Als een volleerd stadsgids neemt ze me mee langs de hoogtepunten van kaas, kaarsen, stroopwafels en historische panden. Maar ook ‘moeten’ we even die leuke winkel zien, waar je in plaats van het hele pand alleen een boekenplank kunt huren om je producten te verkopen. “Een uitkomst voor kleine zelfstandigen en kunstenaars”, roept ze enthousiast.

Tilly is typisch iemand die je eerder moet afremmen dan aanzwengelen. Dat ze twee nieuwe heupen heeft, is dan ook niet aan haar te merken. Net zomin als het feit dat haar jeugd is getekend door de Tweede Wereldoorlog. Beide ouders waren actief in het verzet. Zij leerden elkaar kennen bij de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) en hielpen Joden met onderduiken.

Ze werden verraden door een politie­agent. Haar ouders werden beiden naar concentratiekampen getransporteerd: haar moeder naar vrouwen­kamp Ravensbrück, haar vader naar Dachau. “Mijn ontstaan ligt in Davos. Mijn vader kuurde daar, omdat hij in het kamp tuberculose had opgelopen. Om bij hem te kunnen zijn, nam mijn moeder daar een baantje.”

Lang hebben haar ouders geprobeerd de oorlog bij Tilly vandaan te houden, hoewel alles in hun leven aan de oorlog was gelinkt. De jaarlijkse 4-meiherdenking op de Waalsdorpervlakte werd nooit gemist. Bij het ruiken van koolraap begon haar vader te kokhalzen en over de oorlog te vertellen. Het zien van een lepeltje was al aanleiding om te vertellen dat er in het concentratiekamp geen lepeltjes waren.

Toch zegt Tilly dat ze er als tweede-generatiekind niets naars aan over heeft gehouden. Hun huis was vooral vol liefde. Vaak sprak haar moeder over de bijzondere vriendschappen uit haar tijd in het kamp. ‘Tante Co’ was bijvoorbeeld geen familie, maar belangrijker dan haar moeders eigen familie. Dat ze elkaar zo vertrouwden, maakte grote indruk op Tilly. “Ik zei dat ik ook wel in een kamp wilde ­zitten om zulke vriendinnen op te doen”, lacht Tilly. 

Ondanks hun oorlogsverleden hebben haar ouders ervoor gezorgd dat Tilly haar onschuld als kind kon behouden. “Het was nooit beklemmend of naar. Mijn ouders betrokken me bij alles.” Ze laat me een doosje zien dat haar moeder in de oorlog heeft gemaakt. Een zelfgemaakt kammetje en geborduurde knopen zitten erin. Tilly baalt dat ze haar moeder er niet over heeft gevraagd. Toen Tilly 20 was, overleed ze. “Precies op een leeftijd dat ik met andere dingen bezig was dan de oorlog.”

Wandelend wijst Tilly naar de zogeheten struikelstenen in de straat. Op de goudkleurige stenen staan de geboorte- en sterfdatum van de Joodse bewoners die in de oorlog zijn weggevoerd uit Gouda. Ze is trots op haar ouders, die in verzet kwamen tegen onrecht. Het opkomen voor anderen heeft Tilly op haar manier voortgezet. Tot haar 60ste was ze met hart en ziel onderwijzeres en had ze alles over voor de kinderen. Omdat zij en haar echtgenoot Hans geen kinderen konden krijgen, namen ze een pleegkind in huis. Ze voedden Judith op als hun eigen kind. 

In alles voelde Tilly zich gesteund door Hans. Ze leerden elkaar in 1972 kennen – zo vertelt ze met een stoute blik – via ’s werelds eerste datingservice via de computer: ‘Operation Match’. Ze waren elkaars eerste keus. Negen maanden na de eerste ontmoeting waren ze getrouwd. “We waren behoorlijk verschillend. Hij sliep bijvoorbeeld in pyjama, ik sliep naakt. Maar we pasten perfect bij elkaar.”

We staan stil in een van de vele historische straatjes van Gouda. Net als in de grachtjes, steegjes en hofjes hangt er een weldadige stilte in deze stad. Van Tilly mogen we het beroemde Lazaruspoortje uit 1609 niet missen. Ooit toegangspoort van het leprozenhuis, nu van het Museum Gouda. Draaien we om, dan zien we de prachtige Sint-Janskerk, beroemd om zijn gebrandschilderde ramen. Deze kruiskerk is met 123 meter de langste kerk van ons land. Onze ­wandeling gaat verder via het oude weeshuis van Gouda: ook weer zo’n mooi historisch pand.

Als stel overleefden Hans en Tilly hun kinderloosheid en daarna het herseninfarct dat Hans op zijn 55ste kreeg, midden in zijn leven en carrière. “We wisten meteen: het wordt nooit meer zoals het was.” Hans was halfzijdig verlamd en kon door afasie niet meer praten. “Maar”, wijst Tilly naar haar voorhoofd, “hier werkte alles nog!”

Van tevoren had ze altijd gedacht dat Hans in dit geval niet verder had willen leven. Maar met zijn beperkte woordenschat maakte hij het tegendeel duidelijk. Aan één woord had Tilly genoeg om haar man te begrijpen. Samen zetten ze er de schouders onder, zoals Tilly dat noemt. “We hebben er samen nog dertien heel mooie jaren van weten te maken. Dat waren zeker niet onze slechtste jaren!”

Intens noemt Tilly die tijd. Zei Hans alleen het woord ‘Spanje’, dan ging Tilly bedenken wat hij haar wilde vertellen. Aan het einde van de dag bleek ze goed te zitten: hij wilde zijn as uitgestrooid hebben op de plek waar ze het samen zo goed hadden gehad in Spanje. Toen Hans in 2010 overleed, stond dan ook op zijn rouwkaart: “Een woord van papa was genoeg om het hele verhaal te laten vertellen door mama.”

Het leven zonder Hans viel Tilly niet mee. Niets was meer vanzelfsprekend. “Lang kon ik op zondagochtend geen gekookt eitje eten. Hans kon daar zó van genieten. Dat was iets van ons samen.” Twee jaar had Tilly nodig om met het gemis van haar man verder te leren leven. Daarna pakte ze de draad op door vrijwilligerswerk te gaan doen in het afasiecentrum en een hospice. “Ik wil laten voelen dat mensen gezien en gehoord worden. Is er dichtbij iemand overleden, dan moet ik me beheersen om niet direct een pan soep te brengen.”

We eindigen onze wandeling bij De Waag. Hier huist het Gouda Kaasmuseum. Als afscheid geeft Tilly ons een pakje Goudse stroopwafels. De échte, verzekert ze, van bakker Kamphuisen (die ze siroopwafels noemt). Die zou begin 19de eeuw de eerste stroopwafel hebben gebakken. Ze werden ook wel ‘armenkoeken’ genoemd, omdat ze gemaakt werden van goedkope stroop/siroop en koeksnippers.

Met ferme stem besluit Tilly: “Van elke dag maak ik iets. Kijk wat me vandaag weer is overkomen! Van mijn ouders heb ik geleerd dat je zelfmedelijden moet vermijden. Dat maakt het leven een stuk leuker.” 

Het mooiste van Gouda

Gouda heeft een prachtig, ­oergezellig historisch stadscentrum, met het gotische stadhuis en de Sint-Janskerk als de stralende middelpunten. Deze wandeling voert erlangs, en daarnaast ook bijvoorbeeld langs de Goudse Waag en ­Museum Gouda. Wie doorloopt, kan hem in anderhalf uur afleggen, maar dat is zonde. Stop onderweg ook voor een typisch Goudse stroopwafel. Deze wandeling heet ‘De mooiste straten van oud-­Gouda’ en je vindt hem op:­ www.routeyou.com
Startpunt: NS-station Gouda.
Lengte: 7,2 kilometer.
Horeca: in bakkerij Kamphuisen kun je zien hoe stroop- of siroopwafels worden gebakken. Tickets zijn te koop op www.siroopwafelfabriek.nl. Ook bekend is Lunchroom 
Van den Berg: www.vd-berg.nl
Vervoer: NS-station Gouda ligt vlak bij het historische stadscentrum.

Bron(nen):