Wandelen met Hella: 'Ik speelde onder tafel terwijl mijn vader sprak met het verzet'

Doordat zijn vader in het verzet zat en stierf in een concentratiekamp, kreeg Guus (80) de oorlog nooit helemaal uit zijn hoofd. “Lange tijd was ik op de vlucht, nu hoop ik mijn laatste strijd te hebben gestreden.”

Guus van Barneveld (80) is getrouwd met Jeanne. Ze hebben twee dochters – Liesbeth en Karen – en twee kleinkinderen. Dochter Karen is in 2012 overleden.

Hella van der Wijst (55) is presentator en schrijfster van het boek Troost – als je iemand mist. Ze houdt van wandelen en een goed gesprek.

Guus van Barneveld (80) en ik wandelen een traject van de Friese Elfstedentocht dat zowel per schaats als per fiets of te voet kan worden afgelegd. Maar in tegenstelling tot de deelnemers van de historische schaatstocht horen die van de 11-Stedenwandeltocht elk jaar de gevleugelde woorden: “It giet oan.” Bij onze ontmoeting ontvang ik van Guus een dikke ordner. “Hier heb je wat achtergrond bij mijn ­levensverhaal”, zegt hij erbij. De map is gevuld met krantenartikelen over het Wassenaars verzet. Zijn vader Geesbert van Barneveld was daarin actief, samen met Peter Tazelaar, een van ­Nederlands bekendste verzetshelden. Niet geheel toevallig wandelen we bij Hindeloopen, het stadje waar Tazelaar zijn laatste levensdagen doorbracht. Een klein monument verwijst hier naar de Engelandvaarder, die vooral bekend werd door de film Soldaat van Oranje. Ook Guus’ boek in wording over ‘zijn oorlog’ zit in de ordner. “Heb je de oorlogsfilm Bankier van het verzet gezien? Dat kleine ventje in de film had ik kunnen zijn.”

De vader van Guus was gemeenteontvanger in Wassenaar

Dat was om de hoek bij de rijkscommissaris van bezet Nederland, Seyss-Inquart. Maar omdat zijn moeder Duitse was, vormden ze een prima dekmantel voor verzetsactiviteiten. Vader beheerde onder andere de kluis met vertrouwelijke stukken die uit handen van de vijand moesten blijven. En hij hielp Joden en onderduikers aan valse documenten en onderduikadressen. Ook in hun eigen huis waren onderduikers verborgen. “Ik zie de gemene tronies van nazi’s bij razzia’s in ons huis nog voor me. Met bajonetten staken ze in het plafond, op zoek naar onderduikers.”

Guus werd op 1 januari 1940 geboren. Sindsdien heeft de oorlog hem nooit meer losgelaten. “De beelden van een trambeschieting. De angst om dood te gaan. Ik hoor nog dingen die mijn vader tegen mensen in het verzet zei terwijl ik onder tafel met een trein zat te spelen. Bijvoorbeeld dat we niet tegen de Duitsers vochten, maar tegen de nazi’s.” Later, toen Guus bij alles wat Duits was woede voelde, kreeg deze wijze zin van zijn vader hem vaak weer kalm.

April 1944

In april 1944 werd zijn vader opgepakt toen hij een Joods meisje naar een onderduikadres bracht. De dag daarna vluchtte Guus met zijn moeder, broer en zus op een kolenwagen naar het noorden en maakte hij kennis met Friesland.

Terwijl wij een prachtige groene dijk aan het water op wandelen, waar de Elfstedentocht overheen gaat, vraagt Guus een medewandelaar over de vogel die we hebben gespot én over Friesland. Hij houdt van het uitgestrekte weidelandschap met zijn pittoreske dorpjes en eigenzinnige mensen.

Voorjaar 1945 kwamen ze terug in Wassenaar. Hun mooie huis was totaal vernield. “Mijn moeder sprak later met geen woord meer over de oorlog. Dat hield ze vol tot aan haar dood.” Pas veel later hoorde Guus door onderzoek en navraag wat zijn vader na kamp Vught allemaal had meegemaakt. Dat hij via Sachsenhausen in concentratiekamp Neuengamme tankgrachten heeft moeten graven. En dat hij daar op 11 december 1944 is overleden. ­Waarschijnlijk aan uitputting en ­dysenterie. Guus was toen 4 jaar oud.

Zeereis

De jaarlijkse 11-Stedenwandel-tocht lijkt ons een mooie -ervaring. Slingerend over oude kerkenpaden, boerenlandwegen en langs sloten en plassen door het Friese landschap wandelen. Wat een rust en ruimte ervaren we hier. Iets waar het Guus aan ontbrak nadat zijn moeder een nieuwe relatie aanging met een man met vijf kinderen.

Guus was 12 en had het gevoel dat alle aandacht en geld naar de kinderen van zijn stiefvader ging. Nadat hij eerst aan de Hogere Zeevaartschool had gestudeerd, ging Guus zo snel mogelijk de zee op. “Door te vluchten hoopte ik stiekem ook de oorlog achter me te kunnen laten.” Maar ook op zee ging zijn trauma niet over. “Ik was een tweedegeneratiekind, in mezelf gekeerd. Ik had niemand nodig, dacht ik.”

In 1959, na een lange zeereis, gaat Guus in het gemeentehuis in Wassenaar op zoek naar achter­gronden over zijn vader. “Toen ik zijn oude werkkamer binnen kwam, zat daar een man achter een type­machine te werken. Hij schrok. Ik leek zó op mijn vader, de tranen liepen over zijn wangen. Ik vroeg hem wat zich hier allemaal had afgespeeld. Maar de man kon geen woord uitbrengen.” Waarop Guus maar weer naar buiten beende en aanmonsterde voor een volgende reis op zee.

Jeanne

In iets rustiger vaarwater leerde hij Jeanne kennen, met wie hij twee dochters kreeg. “We waren in vrijheid gebonden, zoals Jeanne het mooi verwoordde en deden beiden ons ding.” Nieuwsgierig lijken de lammetjes om ons heen mee te luisteren terwijl Guus ongestoord verder vertelt. “Ik was druk met studeren, zeereizen en later als docent aan wal. Jeanne werd directeur van een verzorgingshuis.” Samen vormden ze een fijn gezin dat veel ondernam. Toch liep Guus voortdurend direct of indirect aan tegen wat hij als kind had meegemaakt. “Mijn hele leven was nogal ‘dynamisch’.” Ook in hun huwelijk knetterde het weleens en sloeg Guus soms op de vlucht. Dat zij na 57 jaar nog samen zijn, is dan ook voor een groot deel aan zijn vrouw te danken, zegt hij vol trots. “We zijn blij dat we nooit de handdoek in de ring hebben gegooid.”

Het Staatsmuseum in Hindeloopen

We eindigen onze wandeling, die voor Guus veel langer had mogen duren, in het Eerste Friese Schaatsmuseum in Hindeloopen. Het heet ‘Eerste’ omdat er meerdere schaatsmusea zijn. We bekijken de afgevroren teen van een deelnemer aan de barre tocht van 1963 en zien getuigenissen van meer heldhaftige schaatshistorie. Guus besluit dat hij van harte hoopt dat hij zijn laatste strijd heeft gestreden bij het overlijden van zijn dochter Karen. “Wat heb ik gevloekt! Ik had de hulp van Jeanne hard nodig om verder te kunnen.” Ook het zingen in het Leeuwarder Shantykoor en het uitpluizen en het laten opschrijven van zijn oorlogsverhaal heeft Guus geholpen in zijn nieuwe en oude verdriet.

En ook al gaat zijn boek Altijd oorlog heten, zelf lijkt hij nu een vorm van rust en vrede te hebben gevonden in zijn grootvaderschap. “Natuurlijk had ik graag met mijn vader gedaan wat ik nu met mijn kleinkinderen doe, zoals de Nijmeegse Vierdaagse wandelen. Maar in plaats van treuren om wat er niet is, pak ik liever aan wat wel kan. Ik weiger te blijven hangen in verdriet. Humor en oplossingen: dát zijn mijn twee sleutelwoorden.

11-stedenstart

Guus en Hella lopen rond Hinde­loopen een deel van de 207 kilometer lange 11-Stedenwandeltocht, die elk jaar rond Hemelvaartsdag in vijf ­dagen wordt gewandeld. Je loopt langs markante plekken uit de Friese schaatshistorie. In Hindeloopen kun je het Eerste Friese Schaatsmuseum bezoeken. Wie de gehele tocht ­volbrengt, ontvangt het felbegeerde 11-Stedenwandelkruisje. Maar je kunt natuurlijk net als Guus en Hella ook op je eigen moment deze tocht of een deel ervan wandelen. Informatie over de 11-Stedenwandeltocht en de route vind je hier: www.elfstedenwandeltocht.frl

Startpunt: Eerste Schaatsmuseum, Kleine Weide 1 in Hindeloopen.
Lengte: maximaal 207 kilometer.
Vervoer: vanuit Leeuwarden rijdt een Arriva-trein naar station Hindeloopen.

 

Bron(nen):