Wandelen met Hella in het Limburgse Geuldal

‘De moeilijkste weg is voor mij de beste’

Samen met vrouw en dochter waakt hij over acht kuddes, dag en nacht. Hij zou niets anders willen, schaapsherder Ger Lardinois (60). Een sociaal leven heeft hij nauwelijks, zo groot is zijn liefde voor schapen en natuurbeheer.

Als ik Schaapskooi Mergelland binnenwandel en een vrouw vraag of zij de echtgenote is van schaapsherder Ger Lardinois, antwoordt ze: ­“Gelukkig niet.” Als ik verbaasd vraag: “Hoezo?”, zegt ze: “Dat ga ik je lekker niet vertellen.” ­Hiermee is mijn nieuwsgierigheid naar deze ­Limburgse schaapsherder wel gewekt.

Op dit vroege uur is het al een drukte van jewelste; pasgeboren lammetjes laten zich goed horen. Een grote man met hoed komt op me af: het blijkt Ger te zijn. Ik krijg een stevige handdruk, waarna hij alweer doorloopt naar een lammetje waarvan hij grinnikend zegt: “Die moet van de Heilige Geest afkomstig zijn, want er is geen ram bij zijn moeder geweest.” En als een van zijn schaapshonden tegen zijn been schuurt, stelt hij haar voor met: “Dit is Lady, de bedrijfshoer, want zij luistert naar iedereen. Als een andere herder een zieke hond heeft, lenen we haar uit.” De toon is gezet: dit wordt een aparte ontmoeting.

Het is lammertijd, de drukste tijd voor een schaapsherder. Met duizend ooien betekent dat 1400 tot 1600 geboortes. “Om elf uur ’s avonds maken we een ronde, dan weer om drie uur in de nacht en eentje om vijf uur in de ochtend.” En ­terwijl hij naar zijn dochter Janine wijst: “Als zij gaat stappen, pakt ze na terugkomst de ronde van drie uur. Dan kunnen wij lekker blijven liggen.”

Ger runt de schaapskooi samen met zijn vrouw Elies en dochter Janine. Zijn andere dochter ­Latischa, die doktersassistente is, springt bij waar ze kan. “Mekkerende schapen… het zijn net vrouwen. Nooit tevreden”, grapt Ger.

Zonder hulp bij het lammeren overleven veel ­lammetjes het niet, legt Ger uit. Ze kunnen in het vlies stikken, verkeerd in de baarmoeder liggen of de moeder kijkt na de geboorte niet goed naar ze om. Op lammetjesdagen hebben ze gemiddeld 350 bezoekers per weekeinde. Hun dochter runt ook nog een wolwinkel en ze verkopen lamsvlees. Elies: “Vrije tijd kennen we niet. We zijn gevangene van ons bedrijf, maar daar kiezen we voor.” Waarop Ger aanvult: “Ik kan me alleen maar ontspannen als ik werk.”

Na de koffie in hun typisch Limburgse vakwerkwoning rijden we naar een van de acht kuddes van Ger. Deze begraast het Gulpdal en wordt geleid door een nieuwe herder. Een goede herder heeft volgens hem lef plus verstand van honden en flora en fauna. De schaapshond zit naast me op de achterbank. Die zit daar duidelijk vaker, gezien de smoezelige bekleding. Aan de andere kant staat krachtvoer, waarvan de dochters van Ger regelmatig een hapje namen toen ze klein waren. “Dat kan helemaal geen kwaad”, zegt Ger.

We rijden door het mooie heuvellandschap, dat elk jaar meer toeristen trekt. “Kijk rond en je weet waarom.” Zeventig procent van de bevolking leeft hier ondertussen van het toerisme. In tegenstelling tot vroeger, toen hier armoede en werkloosheid heersten. “De domste jongen uit het dorp werd toen schaapherder. Hij werd naar de onvruchtbare woeste gronden gestuurd, waar niets te verbouwen viel. Hier in Zuid-Limburg waren dat de steile hellingen.”

De vader van Ger was een natuurmens. Hij runde een gemengd boerenbedrijf met veertig schapen en zei altijd: “Schapengeld is gauw geteld.” Met andere woorden: je moet dit vak niet kiezen als je rijk wilt worden. Toch vormde Ger 27 jaar geleden met de schapen van zijn vader zijn eerste kudde. “Je denkt altijd dat je het anders doet dan je vader. En ik kies altijd de moeilijke weg”, lacht hij om zichzelf.

In de verte, hoog op de helling, zien we de kudde. Ze staan op zogeheten schaduwgras. Het malse groene gras hebben ze ook allang gezien, maar ze worden door de honden gedwongen eerst het minder smakelijke stuk te begrazen. “Deze kudde houdt de hellingen van vijf kerkdorpen mooi”, vertelt Ger als we naar ze toe wandelen. Herder Denise is in opleiding. Het is een populair vak: op elke vacature krijgt Ger wel honderd ­aanmeldingen. Iets wat hij heel goed begrijpt. “Het is de rust die je direct overvalt als de schapen na het eerste uur hun grootste honger hebben ­gestild en ze kalm worden.”

Ook maakt het struinen door de natuur hem tot een huis-tuin-en-keukenfilosoof. Zo floept hij eruit: “Zwanger zijn is tegenwoordig een ziekte. Maar mijn vrouw heeft tot de laatste dag gewerkt!” Dat Ger niet altijd meteen en door ­iedereen wordt begrepen, is begrijpelijk. Zo was zijn schoonmoeder aanvankelijk niet zo blij met de keuze van haar dochter. “Ze zei: ‘Als mijn dochter met een andere man was getrouwd, had
ze niet zo hard hoeven werken.’ Maar nu is onze band prima. Op haar 85ste helpt ze nog altijd met de lammetjesdagen, ook al kan ze amper ­lopen. Maar dat is niet erg, zolang haar handen het nog maar doen”, zegt Ger terwijl hij me een vette knipoog geeft.

En terwijl Denise de kudde bijstuurt via de honden, legt Ger uit dat natuurbeheer de belangrijkste taak is van zijn Mergellandschapen. Ger wijst naar een helling die nog niet begraasd mag worden: “Dat zijn zaadbanken! Hier zitten zeldzame plantensoorten die op de rode lijst staan, al negentig jaar in de grond.”

Kunstmest betekende de doodsteek voor de meeste kuddes in Nederland, want die maakt de grond rijker. Maar schralere grond heeft juist een rijkere vegetatie. Dit kalkgrasland is zeer bloemrijk. “Mijn schapen verspreiden de zaden van sleutel­bloemen, orchideeën, bremraap en gentiaan via hun poten, bek, vacht en uitwerpselen.” Veel mensen komen hier foto’s maken van de bloemenrijkdom. En in dorpen als Epen, Mechelen, Slenaken en Gulpen zijn de bloemen en de kuddes een toeristische trekpleister. Herder Denise roept Ger. Ze heeft een zeldzame slanke sleutelbloem ontdekt. Ger kan het haast niet geloven. Maar als het bewijs is geleverd, roept hij trots: “Dat is tien punten extra voor jou.”

Ger is een pionier, die als een van de eerste herders met natuurbeheer startte. En hij blijft verzinnen. Zo wil hij via zonnepanelen niet alleen zijn kooi, maar ook dertig woningen van stroom voorzien. “Ik wil altijd de eerste zijn met iets nieuws. De moeilijkste weg is voor mij de beste weg.”

Volgens Elies is haar man met 2500 schapen en acht herders tegenwoordig meer manager dan herder. “Daar heeft ze gelijk in”, zegt hij. “Maar het kan haast niet anders. Zoals mijn vader al zei: van schapen kun je niet leven.” En een dag op pad met Ger Lardinois maakt duidelijk dat het runnen van één kudde hem te weinig uitdaagt. “Als ik werk, ben ik gelukkig.” Een sociaal leven heeft Ger dan ook nauwelijks. Hij moet er bijvoorbeeld niet aan denken dat hij naar een verjaardag moet.

Zijn dochter wil de schaapskooi graag overnemen, maar pakt het straks heel anders aan dan hij. Ger, knipogend: “Zij plant gewoon een vakantie, en als ze weg is kunnen wij haar mooi vervangen.”

Wel rijden hij en Elies eens in de twee jaar ‘het pokkeneind’ naar Spanje, waar ze een week bij vrienden logeren. En wat doen ze daar? Helpen met lammeren! “In de zon zitten en niks doen is niets voor mij. Ik moet naar de hellingen. Je ziet mij toch niet met een golfclub in mijn handen in een cabriolet, of wel?”

Wandelen langs de Geul

Een mooie wandeling over oude kerkenpaden voert vanuit Epen door het Zuid-Limburgse Geuldal. Onderweg zie je de meanderende beek en vaak eeuwenoude vakwerkhuizen. De afstand bedraagt naar keuze 2,5 of 5,5 kilometer. Meer informatie op www.natuurmonumenten.nl
Startpunt: Hotel Terpoorten, Terpoorterweg 1 in Epen.
Lengte: 2,5 of 5,5 kilometer.
Horeca: in het toeristische Epen bevindt zich een tiental restaurants en cafés.
Vervoer: neem vanaf NS-station Maastricht buslijn 57 naar Epen.