Kan ik ook nog spaartaks terugkrijgen?

De Hoge Raad zette eind 2021 een streep door de belasting op spaargeld en beleggingen. Sommige spaarders krijgen zeker geld terug. Anderen misschien.

Tot nu toe werd de belasting op het vermogen berekend met een ‘fictief rendement’. Om het zo makkelijk mogelijk te maken verzon dewetgever een rendement dat je zou kunnen halen op je spaargeld of beleggingen en snoepte daar wat vanaf. Tussen 2001 en 2016 was dat vrij eenvoudig en betaalde je boven een vrijstelling zo’n 1,2 procent belasting over vermogen. Met een spaarrente van een procent of vier was dat geen enkel probleem.

Maar door de jarenlange dalende rente werd dat een te zware belasting die niet meer strookte met het werkelijke rendement. Daarom werd er vanaf 2017 iets nieuws bedacht en rekent de Belastingdienst niet meer met één vast percentage, maar met en ingewikkelde veronderstelde mix van sparen én beleggen. Of je dat ook echt doet, maakt niet uit, want ook deze grondslag is verzonnen. Of officieel: fictief.
Rekenen met zo’n fictief rendement heeft als belangrijkste voordeel dat het de belasting op vermogen makkelijker maakt. Of althans: zou moeten maken. De Belastingdienst hoeft niet achteraf allerlei gegevens op te vragen over behaalde rendementen, maar kan gewoon op basis van een saldo op één moment (1 januari) de belasting bepalen.

Maar de praktijk bleek weerbarstiger. Véél spaarders (in totaal zo’n 60.000) hadden er grote moeite mee te worden aangeslagen voor een verzonnen rendement op beleggingen terwijl ze alleen spaargeld hadden. Of andersom. Die zaak is na jaren juridische strijd voor het hoogste rechtsorgaan de Hoge Raad gekomen en die oordeelde dat deze manier van belasten inderdaad niet door de beugel kan. Dat betekent dat de Belastingdienst tóch moet gaan kijken naar het échte rendement op spaargeld op basis van de actuele spaarrente en bij beleggingen wordt gekeken naar een gemiddeld meerjarig rendement. Dit kan dus voordeliger zijn dan de huidige regeling, maar ook nadeliger! De precieze details worden op Prinsjesdag (derde dinsdag van September) bekend gemaakt.

Deze uitspraak heeft  dus grote gevolgen. Sommige daarvan zijn nu al duidelijk andere nog niet.

Bezwaarmakers: compensatie

Ten eerste staat vast dat de groep die op tijd bezwaar heeft gemaakt tegen deze belasting, gecompenseerd moet worden. Dit gaat over een groep van zo’n 60.000 belastingbetalers die bezwaar hebben gemaakt tegen de belastingaanslag tussen 2017 en 2020. Zij krijgen tussen 1 juli en 4 augustus bericht.

Alsnog bezwaar maken tegen de spaartaks?

Wie geen bezwaar heeft gemaakt, kan dat niet meer alsnog doen. Er liggen wel plannen om ook spaarders die géén bezwaar hebben gemaakt enigszins tegemoet te komen, maar hoe is nog niet duidelijk. Ook daarover wordt op Prinsjesdag meer bekend gemaakt.

Vermogensbelasting over 2021

Wie over 2021 belasting moest betalen over spaargeld of beleggingen, krijgt vanaf augustus een gecorrigeerde aanslag. Kreeg je al geld terug op basis van een aangifte voor 1 mei? Dan werkt de fiscus vooralsnog met de oude regels.

Rekenhulp

De Belastingdienst komt met een rekenhulp om de belasting op vermogen volgens de nieuwe regels te berekenen, waarschijnlijk staat deze vanaf augustus 2022 online als onderdeel van het aangifteprogramma.

Eigen bijdrage verpleeghuis en toeslagen

Het vermogen kan ook een rol spelen bij het vaststellen van de eigen bijdrage in het verpleeghuis. Het CAK heeft aangegeven dat ze de benodigde gegevens daarvoor van de Belastingdienst krijgen en -mocht dat aan de orde zijn- de eigen bijdrage aanpassen.
Er is een kleine kans dat het vermogen voor sommige toeslagen eerst net te hoog was en nu niet meer. Controleer daarom voor 1 september of u eventueel nog recht heeft op toeslagen.

Vermogensbelasting 2022-2025

Er komt nieuwe, tijdelijke, wetgeving voor de belasting van vermogen. Vanaf 2025 komt er definitieve wetgeving en het plan is om dan het werkelijke rendement op vermogen te belasten.
Het ministerie van Financiën en de Belastingdienst worstelen met deze uitspraak van de Hoge Raad, de politieke wens om álle spaarders te compenseren en de praktische uitvoering van tijdelijke en toekomstige regelingen. Daardoor zijn er veel ontwikkelingen. Op Prinsjesdag wordt er hopelijk meer definitief bekend gemaakt.