Interview Marc-Jan Janssen: Humor maakt dingen bespreekbaar

Gynaecoloog/oncoloog Marc-Jan Janssen (50) tekent dagelijks. Hij maakt cartoons of tekent de stappen van een behandeling voor een patiënt uit. Met een tekening onthouden patiënten beter wat ze te wachten staat.


Hoe bent u als gynaecoloog/oncoloog gaan tekenen?

“Tekenen heb ik altijd al gedaan. Laatst keek ik in mijn oude schoolschriftjes en zag dat de verhouding tussen geschreven tekst en beeld erg scheef was: veel tekeningen en weinig aantekeningen. Ik ben er bewust mee begonnen toen ik in Londen werkte en mijn vrouw en kinderen in Nederland achter waren gebleven. Onze kinderen waren in een leeftijd waarop je ze niet echt een plezier deed met een geschreven brief, dus bracht ik ze op de hoogte met tekeningetjes. Die maakte ik in de bus op weg naar mijn werk en terug. Daarmee dwong ik mezelf om dagelijks een tekening te blijven ­maken. En dat ben ik blijven doen. Ik gebruikte ze toen overigens nog niet tijdens een consult. Het tekenen vraagt ­namelijk een vanzelfsprekendheid. Die kwam later pas.”

Krijgen al uw patiënten zo’n eigengemaakte tekening?

“Dat is afhankelijk van hoe het in de spreekkamer gaat. Ik ben ermee begonnen toen ik een patiënt had met een verstandelijke beperking. Zij ging behandeld worden vanwege een kwaadaardigheid. Ik ging het traject voor haar tekenen in de hoop dat ze het gemakkelijker zou begrijpen. Na afloop van dat consult zei de begeleidster tegen mij: ‘U heeft het zo goed uitgelegd en met dat teke-ningetje snapte ik het óók.’ Toen dacht ik: ik maakte dat tekeningetje niet voor jou, maar voor de patiënt. Ik realiseerde me dat het uittekenen dus ook werkt bij mensen zonder verstandelijke beperking. Daarna ben ik dat ook bij andere patiënten gaan doen. Op het moment dat ik merk dat mensen dichtslaan door de enorme hoeveelheid informatie, ga ik het proces voor ze uittekenen.”

Kost het veel tijd om tijdens een consult te tekenen? U zult als oncoloog al zo veel ­informatie moeten geven.

“Voor de oncologische zorg mogen wij gelukkig de tijd nemen. Een ­consult bij een dokter duurt normaal gesproken tien minuten. Maar een consult bij een oncoloog mag zo’n twintig tot dertig minuten duren. Die tijd is nodig om de patiënt te leren kennen. Dat is erg belangrijk, want dan leer je wat iemands drijfveer is om een heel zware behandeling aan te gaan. Die informatie kun je ­meenemen in de tekening. Ik teken dan de stappen waaruit een behandeling bestaat: chemotherapie, operatie en dan nog eens chemotherapie. Het plaatje wordt een soort ganzenbord met alle stappen en de belangrijke punten, zoals een 50-jarig huwelijk of een dochter die moeder gaat ­worden. Als je die gebeurtenissen in de teke-ning opneemt, wordt het ­traject voor mensen zichtbaar en weten ze waarvoor ze het gaan doen.”

Wat voegt een tekening nog meer toe?

“Vaak krijgen mijn patiënten slecht nieuws en een heleboel informatie. Als je slecht nieuws hebt gekregen, vergeet je alles wat daarna wordt gezegd. Het is dan prettig als je een kapstok krijgt aangereikt waarmee je alle informatie nog eens kunt ­ophalen.”

Uw patiënten hebben het ­geluk dat u de behandelroute voor ze kunt uittekenen. Maar wat als je arts niet kan tekenen? 

“Er is tegenwoordig veel beeld­materiaal met uitleg beschikbaar. Dus als je arts een plaatje van internet plukt of een kladblok met voorgedrukte tekeningen heeft, kan hij de behandeling ook prima uitleggen. Zeker als je het plaatje mee naar huis krijgt. Ik zie dat artsen steeds meer gebruikmaken van extra hulpmiddelen om bijvoorbeeld uit te leggen wat er bij een operatie wordt gedaan.”

Wat is het verschil tussen een ­cartoon en een tekening die u in de spreekkamer maakt?

“In de cartoon zit een boodschap. Het hoeft niet iets groots, politieks of hoogdravends te zijn, maar het maakt je bewust van een situatie. Een tekening is informatief en gericht op de patiënt.”

Hoe ontstaat een cartoon?

“Onderweg. Ik woon 145 kilometer van mijn werk in het ziekenhuis af en rijd dus veel. Dan heb ik ander-half uur om na te denken. In die tijd ontstaat de tekening en de tekst. Thuis hoef ik het alleen maar op papier te zetten. Naarmate de kilometers vorderen krijgt de cartoon vorm. Ineens zie ik een onderwerp en dan vormt die tekening zich vanzelf. Het proces van ontwerpen gebeurt in mijn hoofd en daardoor ben ik niet veel met gum in de weer. Het ­tekenen zelf gaat vrij vlot.”

Kan humor helpen om gynaecologische problemen uit te leggen?

“Ik denk dat humor altijd werkt en altijd helpt. Humor maakt dingen ­bespreekbaar. Laatst maakte ik een tekening over bewegen; dat helpt in het herstel. Bewegen is best lastig voor iemand die midden in een chemokuur zit. Op mijn tekening zag je een vrouw onderuitgezakt in een stoel zitten met daarnaast de anti-emetica, de middeltjes tegen misselijkheid en braken. Ze had een brief in haar hand met de uitleg dat bewegen helpt bij het herstel. Deze persoon is in- en inziek. Die kan niet gaan bewegen. Je zou dan kunnen ­concluderen dat bewegen niet helpt bij herstel. Maar deze cartoon maakt de impact van zo’n brief voor de ­patiënt wel bespreekbaar. Later, als ze zich weer wat beter voelt, heeft ze dat tekeningetje vast wel onthouden en weet ze dat bewegen wel degelijk belangrijk is.”

Zijn dingen soms te pijnlijk om te tekenen?

“Vroeger vroeg ik me wel af of ik iemand met een kaal hoofd of hoofddoekje kon tekenen. Maar ik concludeerde dat dat gewoon kan, want dat is de realiteit van een patiënt die een chemokuur ondergaat. Zij herkennen zich meer in een vrouw met een kaal hoofd dan in iemand die netjes gekamde haren heeft.”

Doordat u tekent, bent u goed in interpreteren en kijken. ­Kunnen alle artsen dat goed?

“Ik denk dat veel mensen niet goed kunnen kijken, maar dat wel kunnen leren. Als gynaecoloog en opleider loop ik dagelijks visite met artsen in opleiding op de verpleegafdeling. Een jonge dokter wil bijna altijd naar de buik van de patiënt luisteren om te horen of de darmen na een operatie op gang zijn gekomen. Verder wil hij de bloeddruk en temperatuur meten. Dat is niet altijd nodig. Als je de zaal oploopt en je ziet een dienblad met een leeg ontbijtbord naast een patiënt die een mooie blos op de wangen heeft, dan hoef ik niet naar de buik te luisteren. Haar darmen doen het ­gewoon, anders had ze haar ontbijt niet opgegeten. En als je dan ziet dat ze een foto heeft staan van haar echtgenoot die naar haar gericht staat, dan weet je dat deze patiënt niet meer alleen met zichzelf bezig is en aan de beterende hand is. Je moet haar natuurlijk wel vragen of de observatie klopt. Het kan ook zijn dat ze heimwee heeft. Goed kijken is belangrijk voor iedereen. Het maakt dingen makkelijker.”


Marc-Jan Janssen (50) is gynaecoloog/oncoloog en zorgmanager in het Medisch ­Spectrum Twente. Hij werkte zeven maanden als ­gynaecoloog en onderzoeker in Londen. Daar ­begon hij illustraties te maken van zijn dagelijks leven. In 2015 vestigde hij zich als illustrator. Marc-Jan is ­getrouwd en heeft twee kinderen.

Er is een boek met cartoons van hem uitgebracht: Brommers kiek’n. Uitgeverij Palmslag, €13,95.


Ook zin om te gaan tekenen zoals Marc-Jan? Doe inspiratie op: www.plusonline.nl/creativiteit-inspiratie

Dit artikel verscheen eerder in Plus Magazine juni 2021.