Hoe verder met darmkanker?

Behandelmethoden bij darmkanker

Stel, de schokkende diagnose darmkanker is gesteld. Wanhoop en verdriet vechten om voorrang. Maar ook de behandelingen gaan van start. Artsen gaan er alles aan doen om u zo goed mogelijk te helpen. Over het wat en hoe van mogelijke behandelingen leest u hieronder meer.

Wie te horen krijgt dat hij of zij darmkanker heeft, krijgt in korte tijd veel te verwerken. Niet alleen moet u met uw omgeving deze zware boodschap tot u laten doordringen, maar ook wordt u zo snel mogelijk behandeld.


Stadium van de ziekte

Nadat de diagnose darmkanker is gesteld, zullen artsen vaak eerst meer willen weten over het stadium van de ziekte. Daarvoor is aanvullend onderzoek nodig, bijvoorbeeld via een CT-scan, een MRI-scan of een echo.

Met deze onderzoeken worden de grootte van de tumor en eventuele uitzaaiingen in lymfeklieren en andere organen bekeken. Daarna wordt een behandelplan gemaakt, om u te genezen of - als dat niet mogelijk blijkt - om uw klachten te verminderen en/of de ziekte te remmen.

Hieronder leest u de meest voorkomende behandelingen. Andere, soms nieuwere behandelvormen, zijn bijvoorbeeld Radiofrequente Thermoablatie (RFA, verhitting van kankercellen), cryochirurgie (bevriezing van kankercellen), lasertherapie en embolisatie (afsluiten van bloedvaten die een tumor van bloed voorzien).

Operatie

Een operatie door een chirurg is bij darmkanker de meest toegepaste behandeling. Bij een operatie verwijdert de chirurg de tumor plus schijnbaar gezond weefsel, klieren en vaten in de buurt van de tumor. Door dit laatste wordt de kans groter dat alle kankercellen ook echt weg zijn.

Andere artsen bekijken het verwijderde, op het oog gezonde weefsel op de aanwezigheid van eventuele kankercellen. Mocht blijken dat die cellen er inderdaad zitten, dan is een aanvullende behandeling met chemotherapie nodig.

Na de operatie kunnen er klachten zijn, bijvoorbeeld met poepen. Sommige klachten verminderen of verdwijnen na verloop van tijd, andere niet. Bespreek met uw arts wat u aan blijvende problemen kunt doen.

Bestraling

Bestraling met radioactieve straling wordt vooral toegepast bij tumoren in de endeldarm. De bedoeling van bestraling is om de kankercellen te vernietigen en tegelijkertijd gezonde cellen te sparen. Dit laatste lukt overigens niet altijd, maar gelukkig herstellen gezonde cellen zich meestal snel.

Bestraling, ook wel radiotherapie genoemd, vindt van buitenaf plaats, dat wil zeggen door uw huid heen. De radiotherapeut berekent hoeveel straling u precies nodig hebt, en verdeelt die hoeveelheid over een serie bestralingen.

Bij endeldarmkanker vindt bestraling vooral plaats als voorbestraling, dat wil zeggen dat bestraald wordt voorafgaand aan een operatie. Bij andere vormen van darmkanker kan ook tijdens de operatie bestraald worden.

Omdat ook gezonde cellen kunnen worden geraakt, kan bestraling bijwerkingen hebben, zoals problemen met poepen en plassen, reacties van de huid en vermoeidheid.


Medicijnen

De behandeling met medicijnen genaamd cytostatica heet chemotherapie. Deze medicijnen hebben als doel de kankercellen te doden of celdeling te remmen. Er zijn veel verschillende cytostatica, zoals 5-fluorouracil (5-FU), capecitabine, tegafur/uracil, irinotecan en oxaliplatin.

De behandeling met medicijnen vindt vooral plaats wanneer er uitzaaiingen bij u zijn vastgesteld. Dat kunnen uitzaaiingen in de lymfeklieren zijn, maar ook in de lever of longen. Medicijnen kunnen worden toegediend in een aantal kuren in de vorm van een infuus, tablet of injectie. Via uw bloed verspreiden deze medicijnen zich door uw lichaam en bereiken zo de kankercellen.

Bij vergevorderde darmkanker wordt deze chemotherapie wel eens aangevuld met een behandeling met andere medicijnen, zogeheten monoklonale antilichamen. Antilichamen zijn stoffen die door uw immuunsysteem aangemaakt worden. Ze kunnen bacteriën of virussen herkennen en 'aanvallen'.

Monoklonale antilichamen zijn antilichamen die zijn nagemaakt in een laboratorium. Soms kunnen deze stoffen als medicijn worden gebruikt. Er zijn twee monoklonale antilichamen die bij de behandeling van darmkanker gebruikt worden: bevacizumab en cetuximab.

Behandeling met chemotherapie heeft wel vaak bijwerkingen, doordat de medicijnen ook gezonde cellen bereiken. Voorbeelden van dergelijke bijwerkingen zijn haaruitval (vaak geen volledige kaalheid), misselijkheid, overgeven, darmstoornissen en vermoeidheid. Bespreek vooral ernstige bijwerkingen met uw arts, soms kan deze de dosering aanpassen of andere medicijnen voorschrijven.